Afrika wil niet meer opdraaien voor westers internetgebruik

Op internationale fora nemen westerse regeringen graag de modeterm ‘digitale kloof’ in de mond, maar intussen laten Amerikaanse en Europese internetbedrijven Afrikaanse providers en internetgebruikers opdraaien voor hun trafiek naar Afrika. De Afrikaanse internetproviders betalen immers ook voor de bits en bytes die vanuit Europa en Amerika naar Afrika worden verzonden. “Dat is pure uitbuiting,” zegt Richard Bell van de Keniaanse Vereniging voor Internetproviders (KISPA). “De Westerse netwerken beroven Afrika op die manier van een half miljard dollar per jaar.”

Een Keniaanse internetprovider die zijn diensten wil aanbieden moet een link naar Amerika kopen om zich daar op het web vast te haken. Door een gebrek aan degelijke telefoonlijnen verloopt het internetverkeer in Afrika vaak via de satelliet en dat maakt internet relatief duur op het zwarte continent.

Maar dat verklaart slechts een deel van de kost. Wanneer een gebruiker van pakweg ‘America On Line’ een e-mail verstuurd naar een Keniaans e-mailadres, gebeurt dat via dezelfde satellietlijn waarvoor de Keniaanse internetprovider betaalt. Het is uiteindelijk de Keniaanse internetabonnee die betaalt voor de mails die de Amerikaanse gebruikers versturen. De Amerikaanse gebruikers verzenden en ontvangen gratis en de Kenianen betalen voor beide.

Die hoge kost is volgens KISPA de reden waarom Afrika zo weinig bandbreedte inneemt op het net. “De behoefte aan bandbreedte ligt tien keer hoger dan de huidige capaciteit,” beweert Richards. Afrikaanse providers betalen nu jaarlijks 120 miljoen dollar voor hun verbindingen. “Als aan de behoefte voldaan wordt, bedraagt de kost een miljard dollar per jaar en de helft van die kost moet gedragen worden door Europese en Noord-Amerikaanse netwerken en niet door de Afrikaanse.”

Azië had tot voor enkele jaren hetzelfde probleem, maar door de omvang van de Aziatische economieën was de trafiek groot genoeg om zelf netwerken te bouwen en eisen te stellen. “Het probleem met Afrika is dat we niet die volumes hebben,” zegt Richards. Het is niet precies bekend hoe groot het internetverkeer binnen Afrika is – zelfs een e-mail van Afrikaan tot Afrikaan gaat via Europese en Amerikaanse netwerken – maar het is zeker van een andere orde dan het westerse verkeer.

Het probleem houdt zichzelf dus in stand dankzij de commerciële realiteit, klaagt Bell. Zolang de kost niet gedeeld wordt, blijft het internet duur en neemt de Afrikaanse trafiek niet genoeg plaats in om eigen netwerken te gaan bouwen.

Maar er is hoop. Oeganda, Tanzania, Ghana, Nigeria en Mozambique en Kenia nemen momenteel eigen initiatieven op het net. Kenia richtte begin deze maand het Kenia Internet Exchange Point op. De bedoeling is uiteindelijk om Keniaans internetverkeer via Keniaanse servers te laten verlopen.

“Daarnaast wordt er nu een project voorbereid om rechtstreekse internetverbindingen tussen de Afrikaanse landen tot stand te brengen,” legt Bell uit. “Het project werd Pan African Virtual Internet Exchange gedoopt.” De bedoeling is uiteindelijk om de kostprijs van het internetverkeer te doen dalen door het te regionaliseren. Momenteel zijn er in Kenia 100.000 internetabonnees. In heel Afrika zijn dat er vier miljoen.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift