Afrikaanse boeren pleiten voor eerlijke handel

Afrikaanse boeren en parlementsleden pleitten vrijdag voor het Europees parlement in Brussel voor een herziening van de bilaterale handelsakkoorden tussen beide continenten. Eerder deze week deden ze dat al in Berlijn.
Sinds 1975 genieten een aantal landen in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan (ACP’s) een bevoorrechte markttoegang tot de Europese Unie (EU). Aangezien deze voorkeursbehandeling niet strookt met de richtlijnen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kregen de partners nog tot 31 december 2007 om hun handelsovereenkomsten te herzien. Een jaar en drie maanden later zijn nog steeds geen knopen doorgehakt.
Een verruiming van de handelsakkoorden in 1997, die tot dan eenzijdig de Europese markt openden voor de ACP’s, verplichtten laatstgenoemden hun markten open te stellen voor Europese producten. Dergelijke regeling werkt echter in het nadeel van de ACP’s, aangezien het voorbijgaat aan verschillende economische contexten.

Ongelijke economische slagkracht


De zogenaamde EPA’s of economische partnerschapsakkoorden, die de EU voorstelt als instrumenten voor ontwikkeling, zijn in werkelijkheid niet meer dan verregaande vrijhandelsakkoorden. Hiermee doet de EU niets meer dan een bepaald economisch beleid opdringen.
Vrijdag verdedigden boeren en parlementsleden uit zes Afrikaanse landen het gezamenlijke Afrikaanse standpunt voor het Europees parlement. Ze pleitten er om een herziening van de EPA’s door hun Europese partner te verzoeken rekening te houden met de ongelijke economische slagkracht.
“Afrika heeft een sterke band met Europa die verder gaat dan handel”, zei Kolyan Palabele van de Agriculture Paysanne et Modernisation en Afrique, gisteren tijdens een persmoment. “Het is nodig van Afrika een sterke unie te maken, maar de EPA’s doen niet meer dan de desintegratie van het continent stimuleren”.

 Controversiële punten


Tot op vandaag is er sprake van een interim-akkoord, waarbij de betwiste punten onder de loep worden genomen. Palebele klaagt over de top-down benadering van de EPA’s: “Er is geen sprake van participatie. Afrika kan niet voor zichzelf kiezen”.
De delegatie legde een aantal controversiële punten voor aan het Europees parlement. Ze willen steunmaatregelen voor regionale integratie, met een protectionistisch minimum om de lokale economieën te beschermen tegen Europese dumping.
Ook een exporttaks is een heikel punt dat de delegatie wil bespreken. Door dit tegenover de gesubsidieerde Europese productie te plaatsen, wil men hiermee de Afrikaanse economie competitiever maken. Deze maatregel dwingt Europese bedrijven in Afrika ertoe te betalen voor de uitvoer van de Afrikaanse grondstoffen.
De zogenaamde ‘sanitary-issues’, de kwaliteitcontroles op de uitgevoerde producten, vormen een andere kwestie die de delegatie wil voorleggen. Dikwijls beschikt het continent niet over de vereiste middelen of know-how om die standaarden te garanderen.

Er is geen sprake van participatie. Afrika kan niet voor zichzelf kiezen.
Eisenpakket


De belangrijkste eis van de Afrikaanse delegatie is een eerlijke handel. Dit is een handel die rekening houdt met de verschillende werkelijkheden. Elke partnerland heeft een specifieke economische context en beschikt niet over dezelfde competitiviteit. Afrika moet eerst in staat worden gesteld om in de eigen achtertuin orde op zaken te stellen, voor het zich op de mondiale markt stort.
De EU heeft geen kosten aan de EPA’s, Afrika wel. Daarom ijvert de delegatie voor bepaalde ontwikkelingsbenchmarks, een bepaalde graad van ontwikkeling en efficiëntie die eerst moet bereikt worden.
Het toverwoord, volgens de delegatie, is reciprociteit. Reciprociteit bij de onderhandelingen over een akkoord is volgens hen een eerste stap naar duurzame handelsbetrekkingen tussen beide partners.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur