Afrikaanse boeren zuchten onder dalende katoenprijs

“Katoenproductie is niet rendabel in de VS. In Afrikaanse landen zouden de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds de productie ervan allang hebben stilgelegd, als de omstandigheden hetzelfde waren als in de VS”, zegt François Traoré, voorzitter van de Afrikaanse Associatie van Katoenproducenten.
Maar liefst twintig miljoen mensen in West-Agrika leven van de katoenteelt, en ze kampen dit jaar opnieuw met een daling van de katoenprijs. De Afrikaanse boeren zien de Verenigde Staten als de grote boosdoener. De VS subsidiëren 25.000 Amerikaanse katoenboeren, en daardoor daalt de katoenprijs.

François Tani, een katoenboer in Koubia in het westen van Burkina Faso, verbouwt dit jaar extra katoen, in totaal 28 hectare. “Vorig jaar heb ik 47 ton geoogst. Dit jaar wordt dat 50 ton, maar ik verdien er minder mee”, zegt hij.

Boeren in Burkina Faso kregen twee jaar geleden nog 42 dollarcent voor een kilo ruwe katoen. In 2005 was dat 35 cent en dit jaar daalde de prijs naar 33 cent. De katoensector verschaft inkomsten aan zes miljoen mensen in Burkina Faso. De dalende inkomsten hebben grote gevolgen voor hen en voor andere producenten in West-Afrika.

Sommigen hadden gehoopt dat de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) vorige maand in Genève zouden leiden tot een oplossing. De onderhandelingen voor een vrijere wereldhandel begonnen in 2001 in Doha, de hoofdstad van Qatar. In nieuwe handelsakkoorden zouden ontwikkelingslanden meer ruimte moeten krijgen op de internationale markt, deels door landbouwsubsidies af te schaffen. De mislukte onderhandelingen van vorige maand geven boeren als Tani echter weinig hoop. De onderhandelingen zijn nu voor onbepaalde tijd opgeschort.

De situatie van de Afrikaanse boeren kan nog verslechteren door de herziening van de Amerikaanse Farm Bill in 2007. In die wet, die elke vijf jaar geëvalueerd wordt, is het Amerikaanse landbouwsubsidiebeleid geregeld. Met het oog op de parlements- en presidentsverkiezingen (in november en in 2008), lijken wetgevers niet geneigd dingen te doen die de steun van kiezers kunnen ondermijnen. Ook zijn er tijdens de handelsbesprekingen in Genève geen nieuwe afspraken gemaakt die in de wet verwerkt moeten worden.

Een positief geluid klonk echter eerder dit jaar, toen de WHO bepaalde dat sommige Amerikaanse katoensubsidies in strijd waren met de WHO-richtlijnen. Brazilië had hierover een klacht ingediend. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden reageerde daarop door in te stemmen met een plan om die subsidies geleidelijk af te bouwen met 10 procent. Die nieuwe regeling gaat deze maand in.

De effecten van de marktverstoring zijn echter moeilijk uit te wissen. Volgens Oxfam International kregen Amerikaanse katoenboeren tussen 2004 en 2005 een miljard dollar subsidie. Producenten in Afrika bezuiden de Sahara verloren 450 miljoen dollar.

Dalende inkomsten kunnen ook leiden tot lagere kwaliteit van Afrikaans katoen. Hoewel de overheid in Burkina Faso de prijs van 50 kilo kunstmest op 25 dollar houdt, is dit voor sommige boeren te duur. Zij gebruiken daarom maar de helft van de kunstmest die normaal gesproken nodig is. Andere boeren beperken zich tot natuurlijke mest.

Andere gewassen verbouwen is voor de Afrikaanse katoenboeren ook lastig. “Als we een beter gewas wisten, dan zouden we dat wel verbouwen”, zegt Lamoussa Quattara, een katoenboer in Leraba in het westen van Burkina Faso. “We hebben al sesamkruid en granen geprobeerd. Maar de prijzen van graan zijn ook gedaald.” (JS/ADR)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift