Afrikaanse export verliest marktaandeel ondanks vrijhandel

Het aandeel van de Afrikaanse export in de wereldhandel is tussen 1980 en 2007 gedaald van 6 tot 3 procent. In vergelijking met andere ontwikkelingsregio’s is Afrika er niet in geslaagd voordeel te halen uit het vrijmaken van de wereldhandel. Dat staat in het UNCTAD-rapport “Economic Development in Africa 2008”.
Sinds de tweede helft van de jaren negentig kunnen producenten in Afrika bezuiden de Sahara hun goederen vrijwel zonder handelsbelemmeringen exporteren. Het aandeel van de uitvoer in het bruto binnenlands product van die landen steeg van 23 procent voor de liberaliseringen tot 26 procent erna. Dat is achtenswaardig, maar weinig in vergelijking met de sprong van 50 procent die de export in niet-Afrikaanse ontwikkelingslanden maakte.
Volgens de economen van de VN-Conferentie voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) is Afrika nog altijd te afhankelijk van de uitvoer van grondstoffen. In het oosten en het zuidoosten van Azië maken industriegoederen 90 procent uit van de export. In zwart Afrika is dat gemiddeld slechts 26 procent.
Dat Afrika nu toch meer geld uit de export haalt, komt omdat de prijzen voor grondstoffen op de wereldmarkten gestegen zijn. Tussen 1996 en 2006 stegen in Afrika zowel de exportvolumes als de exportprijzen met ongeveer zes procent per jaar. In Azië groeide het exportvolume met tien procent per jaar en de prijzen van de exportgoederen maar met één procent.

Afrika blijft kwetsbaar


Uit de analyse blijkt dat de export van ruim zes op tien Afrikaanse landen in 2006 nog minder gediversifieerd was dan in 1995. Afrikaanse landen die het toch goed deden, konden vooral profiteren van de duurdere prijzen voor olie, goud of koper. Het rapport waarschuwt dat Afrika zich niet mag laten misleiden door een vals gevoel van welstand. Het continent blijft erg afhankelijk van de schommelingen op de internationale markten.
Om daar wat aan te veranderen, roept de UNCTAD op meer te investeren in de landbouw en een meer diverse industrie. Afrika was 25 jaar geleden nog een voedselexporteur, maar produceert intussen niet meer genoeg om de eigen bevolking te voeden. De cijfers spreken voor zich. Het landbouwaandeel in de overheidsuitgaven is nog ver verwijderd van de 10 procent die de Afrikaanse leiders zich als doel voor 2008 gesteld hadden. Het aandeel officiële ontwikkelingshulp voor de landbouw daalde van 16,9 procent in 1982 tot 3,5 in 2004. Alleen landen met een coherent landbouwbeleid slaagden erin sterke exporteurs van landbouwproducten te blijven: Ghana en Ivoorkust bijvoorbeeld.
De UNCTAD ziet niet in waarom de Afrikaanse landen niet net als de Aziatische succesvolle exporteurs van industriegoederen zouden kunnen worden. De problemen die daarvoor moeten worden aangepakt zijn de slechte infrastructuur, het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten, moeilijkheden om aan krediet te raken en de nodeloos ingewikkelde administratieve rompslomp. Het rapport stelt voor dat elk land zijn eigen agentschap voor exportpromotie opricht, met een bijhorend fonds dat kan worden gespijsd uit de eigen begroting of door buitenlandse hulp.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift