Afrikaanse landen argwanend tegen GATS

De civiele maatschappij in zuidelijk Afrika gaat er
alles aan doen om er de liberalisering van de dienstensector te bestrijden.
Die boodschap was het schot voor de boeg waarmee een groep Afrikaanse
vakbondslui, activisten en zakenmensen in Kaapstad een verkennende
vergadering met vertegenwoordigers van de Wereldhandelsorganisatie (WHO)
afsloot. Onderwerp was het akkoord over de wereldwijde vrijmaking van de
handel in diensten (GATS).


Naarmate de volgende bijeenkomst van de WHO in Cancun, Mexico, dichterbij
komt, neemt het protest tegen een te exclusief economische globalisering
opnieuw in kracht toe. Cancun is voor de gelegenheid al omgedoopt tot
het ‘Seattle aan de zee’. Seattle kreeg zijn speciale bijklank - mythisch
voor de één, omineus voor de ander - toen daar in 1999 tijdens de WHO-ronde
de andersglobalistische beweging voor het eerst zijn tanden liet zien.

Op de vergadering die vorige week in Kaapstad werd georganiseerd voor
vertegenwoordigers van de WHO en een aantal niet-gouvernementele
organisaties, laaiden de meningsverschillen tussen de deelnemers alvast hoog
op. De aanwezigen bespraken er het succes, of het uitblijven ervan, van de
General Agreement on Trade in Services (GATS), het akkoord dat WHO-landen
uitwerken voor de dienstensector. Het akkoord voorziet in de liberalisering
van de financiële sector, nutsbedrijven, de toeristische sector,
milieuondernemingen en andere dienstensectoren, zodat ook buitenlandse
ondernemers erin kunnen participeren.

Bernard Keiten, WHO-chef voor externe relaties vindt dat de kritiek van de
ngo’s deze keer niet zo’n hoge vlucht hoeft te nemen. Hij is van oordeel dat
de GATS de meest op maat geknipte en overdachte overeenkomst is van de WHO.
Elk land kan beslissen wat het doet en wat niet. Keiten deelt mee dat
slechts 22 van de 146 WHO-leden voorstellen hebben gedaan voor het GATS.
Wat betekent dat? Dat er slechts enkelen in geïnteresseerd zijn, of dat ze
er nog mee worstelen? vraagt Keiten zich af. De WHO-topman vindt in elk
geval dat voor ontwikkelingslanden de handel in diensten een veel minder
gepolitiseerd item is dan bijvoorbeeld landbouw, waar eerder afspraken over
werden gemaakt.

Totnogtoe is Senegal het enige Afrikaanse land dat de WHO heeft aangeboden
zijn dienstensector open te stellen. Volgens Dot Keet, een onderzoeker van
het niet-gouvernementele Alternative Information and Development Centre,
zijn vele Afrikaanse landen nu te zeer gefocust op toegang tot de
wereldmarkt, of zijn ze bezig met gevolgen van de internationale bescherming
van intellectuele eigendomsrechten voor de volksgezondheid. Maar ook buiten
Afrika, waar de dienstensector door de band veel meer een politieke dimensie
heeft, wordt het GATS met veel argwaan benaderd.

Vele ngo’s lieten op de bijeenkomst in Kaapstad weten dat de
wereldhandel nu ook al neerkomt op eenrichtingsverkeer van noord naar
zuid. Voor de handel in diensten niet anders zal zijn,
waarschuwen ze. De teneur van de kritiek van de ngo’s is dat wie al rijk is,
makkelijker nog rijker kan worden. Het is het oude koloniale liedje, zegt
John Musonda van Union Network International in Zambia. Onze mensen hebben
niets, controleren niets. Zij (de westerlingen) zijn ontwikkeld en willen nu
hun handel uitbreiden. Wij zijn daar gewoon niet toe in staat.

Volgens Dot Keet houdt de komst van multinationale dienstenleveranciers
duidelijke gevaren in. Diensten die vandaag openbaar zijn, zullen duurder
worden. Volgens Sven Schwersensky, de organisator van de vergadering in
Kaapstad, zal met het openstellen van de dienstensector inderdaad het weinige verdwijnen dat overblijft van het Afrikaanse staatsapparaat.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift