Ahmed Chalabi, een voldongen feit? - analyse

Toen de Amerikaanse president, Franklin
Roosevelt aan Jozef Stalin vroeg of het hem een goed idee leek de raad van
paus Pius XII te vragen over wat er met het naoorlogse Europa moest
gebeuren, antwoordde de Sovjet-dictator met de beroemde woorden: Hoeveel
troepen heeft de paus?


Dezelfde anekdote kan dra verteld worden over het naoorlogse Irak en de
discussie tussen het Pentagon en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse
Zaken. Net op het ogenblik dat de Amerikaanse president George W. Bush en de
Britse premier Tony Blair na topoverleg bekendmaakten dat de wederopbouw van
Irak met een mandaat van de Verenigde Naties en met mensen in Irak moest
gebeuren, haalden de haviken van het ministerie van Defensie een
vliegtuigstunt uit met Ahmed Chalabi, hun topkandidaat om Saddam Hoessein op
te volgen als leider van Irak.

Het Pentagon dringt er al lange tijd op aan dat er in Irak een
interim-regering aan de macht komt die geleid wordt door de verbannen
oppositiekoepel het Iraaks Nationaal Congres (INC). De leider van het INC,
Ahmed Chalabi werd zondag samen met een vijfhonderdtal troepen door
Amerikaanse legervliegtuigen overgevlogen naar een kamp in de buurt van
Nasiriya. Daar moeten zij een brug slaan tussen de Britse en Amerikaanse
troepen enerzijds, en de sjiitische bevolking anderzijds. De troepen leveren
ook militaire bijstand aan de coalitie.

De timing van het Pentagon is des te opmerkelijk, omdat de nationale
veiligheidsadviseur van Amerikaanse president Bush, Condoleezza Rice, zondag
nog signalen uitzond dat zij liever een post-Saddam Irak wilde opbouwen met
zowel figuren van binnen Irak als met verbannen oppositieleden van buiten
Irak. En hoewel politici van het Pentagon zich in bochten wrongen om uit te
leggen dat de vliegtuiglift niet bedoeld was om Chalabi naar de kop te
loodsen in de race om het nieuwe presidentsschap, sprak generaal Peter Pace,
de ondervoorzitter van de Generale Staven, klare taal met de bewering dat
het kleine contingent van het INC het hart moest vormen van een toekomstig
Iraaks leger.

Maar bronnen berichtten dat het legertje INC-strijders uitermate
lichtbewapend zijn. Het initiatief om ze op de voorste rij mee te laten
vechten met de Amerikaanse troepen, lijkt dan ook een manier van het
Pentagon om het ministerie van Buitenlandse Zaken voor een voldongen feit te
stellen. “Je kan dit een nieuw voorbeeld noemen van de preventieve aanpak van de
onderminister van Defensie, Paul Wolfowitz, merkt een regeringsambtenaar
op. Maar je kan het net zo goed een ordinaire staatsgreep noemen.

Chalabi is al veel langer de chouchou van de neoconservatieve politici in de
Amerikaanse regering. En dat is opmerkelijk, want Chalabi is een op zijn
zachtst gezegd omstreden figuur. Chalabi, die als bankier werkzaam is in Londen, kwam in het westen terecht kort na de eerste Golfoorlog. Hij stichtte er het INC, een eerste poging om een sjiitisch platform te openen voor diverse oppositiegroepen tegen het bewind van Saddam Hoessein. Hij lobbyde succesvol bij toppolitici als Wolfowitz, defensieadviseur Richard Perle en de huidige minister van Defensie, Donald Rumsfeld, die er na de eerste Golfoorlog gefrustreerd
bijliepen dat de geallieerde troepen niet naar Bagdad mochten doorstoten om
er de Iraakse president Saddam Hoessein van de macht te verdrijven.

Chalabi heeft kansen gekregen van het ministerie van Buitenlandse Zaken en
ook van de CIA om achter de schermen de strijd tegen Saddam verder te
zetten. In het begin van de jaren negentig was hij het speerpunt van een
staatsgreep tegen de dictator, maar die faalde jammerlijk. Sindsdien heeft
de CIA Chalabi afgeschreven als een onbetrouwbare partner. Bovendien noteert
de inlichtingendienst in zijn verslagen dat leden van het INC niet te
spreken zijn over de imperialistische stijl van Chalabi.

De voormalige bevelhebber van de Amerikaanse General Staf, generaal met rust
Anthony Zinni, omschrijft Chalabi en zijn collega’s van het INC als een
bende onbetrouwbare, rolexdragende knuppels uit Londen. Geen partij dus,
om er mee op oorlogspad te gaan. Nog in Chalabi’s nadeel speelt dat hij veroordeeld werd voor bankfraude in Jordanië, waar hij een tijd woonde maar moest vluchten. Een andere reden om hem te wantrouwen ligt in het feit dat hij het was die voorspelde dat de Amerikaanse troepen bij een inval in Irak een triomftocht wachtten van dolblije mensen die hen met bloemen en snoepgoed zouden begroeten.

Maar de neoconservatieven blijven pal achter Chalabi staan. Zij beweren dat
Chalabi staat voor democratie, mensenrechten en een federaal staatsmodel.
Bovendien zou Chalabi als sjiiet de steun kunnen geniet van de meerderheid
van de Irakezen. De neoconservatieven op Defensie beschuldigen hun collega’s
op Buitenlandse Zaken ervan dat ze de soennieten in Irak blindelings
steunen om bevriende regimes als Saoedi-Arabië niet voor het hoofd te
stoten.

Chalabi is voor de neoconservatieven de man die hen zou kunnen vooruithelpen
in het Midden-Oosten, die bevriende relaties kan aanknopen met Israël en
die te keer kan gaan tegen de anti-Amerikaanse regimes in Syrië en Iran. De krant The Wall Street Journal, die op de neoconservatieve lijn zit,
verbloemt de militaire zwakte van Chalabi op het terrein. Voor de aardigheid
verdubbelde de krant het aantal INC-strijders die nabij Nasiriya gedropt
zijn van vijfhonderd tot duizend. Een andere notoire conservatief, de
voormalige minister van Buitenlandse Zaken George Schultz, leende zijn
website uit aan het INC.

Over wie uiteindelijk de nieuwe Saddam wordt, beslist uiteindelijk het
Witte Huis, en dus over welke lobbygroep binnen de Amerikaanse regering zijn
slag thuishaalt. Of zoals de minister van Defensie Rumsfeld maandag zei: de
2,5 miljard dollar steun voor wederopbouw wordt niet verdeeld door
Buitenlandse Zaken, maar door de president. Niet het Congres, maar de
president beslist wat er mee gebeurt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift