Algerije: de dodelijke Fatwa

Er zijn geen woorden meer om het geweld in Algerije te beschrijven. De voorbije zomer was de bloedigste sinds het begin van de burgeroorlog vijf jaar geleden. De Algerijnse regering schuift alle schuld in de schoenen van de moslimfundamentalisten. Toch lijkt er meer aan de hand te zijn dan het blinde terrorisme van extremisten.
De Algerijnse samenleving is ziek. De burgeroorlog is niet langer alleen maar een strijd tussen de regering en de moslimfundamentalisten. Het is een oorlog tégen de burgerbevolking, waarbij de verschillende strijdende partijen haast niet meer te onderscheiden zijn. Het oorspronkelijke motief van de oorlog was de verontwaardiging van de FIS-aanhangers over de ontkenning van hun verkiezingsoverwinning vijf jaar geleden. Daarop begon de Gewapende Islamitische Groepering (GIA) met terreuraanslagen. Tegenwoordig lijkt echter elk excuus geschikt voor het moorden. Verschillende splintergroeperingen van moslimfundamentalisten voeren op eigen houtje vanuit de bergen een bloedige guerrillaoorlog. Tegelijkertijd zijn er steeds meer aanwijzingen dat het leger zich schuldig maakt aan illegale executies en martelingen van extremisten. Honderden burgers ‘verdwijnen’ na een arrestatie door de politie. Bovendien heeft president Zeroual sinds kort ook een aantal dorpen bewapend om zich te verdedigen tegen aanvallen van vermeende extremisten. Deze ‘burgerlegers’ hebben met zware wapens al enkele slachtpartijen kunnen verijdelen. Het resultaat is een oneindige spiraal van wraak en weerwraak waarbij onschuldige burgers het slachtoffer zijn. Pogingen van de VN om een overleg op te starten werden afgewezen door de president.

Dood de ongelovigen

Geweld is blijkbaar de enige manier om het conflict op te lossen. Daarover lijken alle partijen het eens te zijn. De argumenten van de regering zijn klaar en duidelijk. De schaarse commentaren van Zeroual op de moordpartijen gaan over ‘de noodzaak om hard op te treden tegen de extremisten’. Repressie als antwoord dus. De moslimfundamentalisten spreken godsdienstige taal: ‘Wie niet met ons is, is tegen God en mag dus gedood worden.’ De GIA blijft herhalen dat zij handelen in naam van God en het moorden dus zal blijven voortduren. Het thema van de ‘jihad’ of heilige oorlog’ blijkt actueler dan ooit.

Een sterk staaltje van rechtvaardiging van het geweld verscheen onder de vorm van een wetenschappelijke publicatie. De islamitische gemeenschap, enkele missionaire congregaties, de interreligieuze dialooggroepen en de universitaire wereld hebben geschokt gereageerd op dit zogenaamd wetenschappelijk werk met als titel ‘De rechtspositie van monniken binnen de islam volgens Ibn Taymiyya, een islamgeleerde uit de 14de eeuw, met verwijzing naar de zaak van Tibéhirine’. Tibéhirine is de naam van het Algerijnse dorp waar zeven Franse Trappistenmonniken in 1996 werden vermoord. Het werk, geschreven onder het pseudoniem van Nasreddin Lebatelier rechtvaardigt de moord op monniken. Het zou gepubliceerd zijn in januari 1997 te Beiroet. In feite is deze zesendertig pagina tellende studie in België geschreven en uitgegeven door een tot de islam bekeerde Belgische professor. Het werk heeft heel wat debatten op gang gebracht. Maar omdat Lebatelier weigert uit de schaduw te treden en omwille van het dubbelzinnige karakter van het werk, is hier nauwelijks ruchtbaarheid aan gegeven.

Het werk bestaat uit twee delen. Het eerste en belangrijkste deel van de studie is een zeer goed geargumenteerde en gedocumenteerde inleiding van meer dan twintig bladzijden. De auteur probeert hierin de canonieke basis aan te tonen van de GIA-aanslag op de monniken. Op uitvoerige wijze wordt deze moordpartij gerechtvaardigd. Het tweede deel bevat de Franse vertaling van Ibn Taymiyya’s fatwa. Deze veertiende-eeuwse juridisch-filosofische uitspraak gaf de toelating om monniken te doden aangezien zij een gevaar betekenden voor de islam. Door hun verkondiging beïnvloedden zij immers de moslimbevolking. Dit was ontoelaatbaar.

Wetenschap in dienst van fanatisme

Lebatelier geeft als voorbeeld dat de kloostergemeenschappen in Algerije zijn gesticht tijdens het koloniale tijdperk. De kerk stond toen in het teken van missionering en bekering en vormde dus een bedreiging voor de islam. De auteur trekt deze conclusies door voor de huidige aanwezigheid van monniken in moslimlanden. Volgens Lebatelier is dat één van de redenen waarom de GIA een ‘jihad’ voert in Algerije. Ze willen de islam verdedigen tegen gevaar van buitenaf. Dat monniken sinds het tweede Vaticaans Concilie niet meer de bedoeling hebben om ‘zieltjes te winnen’ stoort de auteur blijkbaar niet. Ergens verblijven als getuige van je eigen godsdiens is niet bedreigend en dat weet Lebatelier goed genoeg.

Met welke bedoeling heeft de auteur dan deze tekst geschreven? De rechtvaardiging -door een moslim- van de moord op monniken schaadt in elk geval de islam. Vooral omdat de gehele islamitische gemeenschap de moordpartij afkeurde. Sjeik Tantawi, groot-moefti van El-Azhar universiteit in Egypte, noemt moord op religieuzen in de islamwereld een misdaad tegen de mensheid. Het is in strijd met de koran want daarin hebben de monniken een bevoorrechte positie. Deze tekst dient dus enkel de belangen van fanatiekelingen. Moslims die vreedzaam hun geloof belijden kennen Ibn Taymiyya en zijn fatwa niet. Hij is tenslotte maar één geleerde uit de traditie. Een traditie die door de eeuwen heen is geëvolueerd. Waarschijnlijk is deze fatwa ook nooit toegepast, anders zouden er geen christelijke Arabische monniken in het Midden-Oosten meer bestaan.

In het licht van de huidige gruweldaden in Algerije is elke rechtvaardiging van de moordpartijen onzinnig en absurd. De terreur maakt elke opening tot dialoog en gesprek onmogelijk. Het politieke failliet staat echter in schril contrast met de economische bloei. Volgens economen van het Internationale Monetaire Fonds zal de Algerijnse economie de komende twee jaar met meer dan zes procent groeien. Of de Algerijnse bevolking van dit alles kan profiteren, is zeer de vraag.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift