Allah woont in Europah

De samenhang tussen cultuur en religie is momenteel voor de meeste moslims veel groter dan voor de westerse christenen. Dat zorgt voor spanningen en sommigen vrezen dat de islam in de weg staat van een betere integratie. Dat kan anders.

CC Julien (CC BY-NC-ND 2.0)

het Institut du Monde Arabe in Parijs

Europa is niet meer wat het geweest is. Het is overigens nooit geweest wat men er nu van maakt. Europa is nooit een eenvormig cultureel geheel geweest en zal het ook nooit worden. De Italiaanse stadstaten uit de Renaissance hadden even weinig gemeen met de Beierse boeren als de migrantengetto’s rond Parijs vandaag hebben met de dorpen uit de Westhoek. Onze al zo geschakeerde culturele erfenis werd de afgelopen decennia nog eens wat kleuren rijker door de immigratie vanuit de islamitische wereld. We kennen het verhaal: ze werden hierheen gehaald omwille van hun handen, maar ze brachten hun hele wezen mee en lieten kort daarna ook hun hele gezin overkomen, zodat de gastarbeiders al snel migranten werden. Ze zijn in de Europese Unie nu met miljoenen en ze brachten niet alleen hun handen, hun talen en culturen, maar ook hun God naar Europa. Is het geloof in Allah voor de islamitische gemeenschap een hulp om zich thuis te voelen in Europa?

Het gat in ons geheugen

‘Er bestaat geen islamitische gemeenschap in België’, antwoordt dr. Abied Alsulaiman, docent Arabisch aan de Katholieke Vlaamse Hogeschool in Antwerpen. ‘Ik schat dat er zo’n 300.000 moslims zijn in België, maar die zijn onderling zo verschillend en zo vreemd voor elkaar, dat het woord ‘gemeenschap’ zeker misplaatst is. Wat hebben Marokkanen, Algerijnen, Turken, Libanezen, Senegalezen en Pakistani’s gemeenschappelijk? Enkel het feit dat ze moslim zijn -of als moslim beschouwd worden.’ Alsulaiman ziet wel nog een tweede gemeenschappelijkheid voor de moslims in België: ‘De islam wordt hier anders beleefd dan in hun land van herkomst. Daar was het een onderdeel van het openbare leven, hier zie ik in toenemende mate een individualisering van de religie. Mensen gaan overdag werken in een omgeving waarin God geen rol speelt, maar als ze ‘s avonds de deur van hun huis of appartement achter zich dichttrekken, dan maken ze wel tijd en ruimte voor Allah. Deze scheiding van levenssferen is voor moslims een tendens die je vooral in Europa ziet gebeuren. Is dat goed, is dat slecht? Dat zal moeten blijken. Feit is dat de ontwikkeling volop bezig is.’

Mohammed Arkoun, die dertig jaar lang ‘Geschiedenis van het islamitisch denken’ doceerde aan de Sorbonne, wijst ook op de spanning die ontstaan is door het religieuze uit het publieke leven te verbannen -een evolutie die nergens in Europa zo radicaal gebeurd is als in Frankrijk. ‘De religieuze dimensie is in alle culturen en alle tijden de belangrijkste weg geweest voor de mens om zichzelf waar te maken. Door het religieuze te diskwalificeren, heeft Europa meteen zijn diepe mediterrane wortels gediskwalificeerd. Het is immers uit deze regio dat zowat alle essentiële filosofische, religieuze en symbolische begrippen afkomstig zijn waarmee de idee van een individu, een menselijke persoon opgebouwd werd. Daar bovenop komt een andere verdringing die stamt uit de tijd van de Verlichting.

Europa heeft het toen beter gevonden om te doen alsof de geschiedenis van Plato en Aristoteles een kangoeroesprong maakte tot bij Descartes, Hume en Kant. Nochtans is de periode van de zevende tot de dertiende eeuw, met de hele Arabo-Andalousische beschaving, maar ook met het Grieks-Orthodoxe Byzantium en met de inbreng van joodse geleerden over het hele Middellandse Zeegebied, van enorm belang. En dat op de eerste plaats voor het zelfbeeld van de moslims. Eén van de eerste opdrachten voor moslimgeleerden in Europa is dan ook het herstellen van het geheugen.

Deze zeven verloren eeuwen moeten opnieuw deel uitmaken van onze gezamenlijke geschiedenis, want het gebrek aan historische kennis is de stof waaruit zowel de negatieve visie van het Westen op de islam gekneed wordt als de agressieve en vurige houding van de moslims tegenover het Westen. In de huidige onzekere tijden grijpen veel moslims terug naar de islam als hun enige referentiepunt, maar ze kennen de ideeëngeschiedenis niet die de islam heeft voorgebracht, ze kennen de interpretaties uit het verleden niet’

Heeft hij een baard?

Het gebrek aan kennis van de reële inbreng van de islam in het denken van Europa en van de wereld is even groot bij Vlamingen en Walen als bij de meeste moslims in België. Dat heeft alles te maken met het soort migratie dat de islam tot bij ons gebracht heeft: de migranten uit de jaren zestig waren in grote meerderheid boeren en ongeletterde arbeiders. Zij kenden uiteraard de ingewikkelde maar rijke geschiedenis niet van de islamitische klassieke periode. ‘Bovendien’, betoogt Abied Alsulaiman, ‘wordt de intellectuele armoede in islamitische kringen nog versterkt door het tergend lange uitblijven van de uitvoeringsbesluiten om de erkenning van de islam als eredienst in de praktijk te brengen.

Gevolg is dat elke -Marokkaanse- moskee nog steeds een v.z.w. is die haar eigen inkomsten moet zoeken en die haar eigen imam aanstelt. Zo’n imam wordt vaak gehaald in de streek waarvan de gelovigen afkomstig zijn en wordt meer geselecteerd op uiterlijke kenmerken -heeft hij een baard? draagt hij traditionele kleren?- dan op zijn kennis van de islam. In Marokko kan je maar imam worden als je vier jaar godsdienst gestudeerd hebt aan de universiteit. In Antwerpen heeft slechts één van de zeventien Marokkaanse imams een dergelijke opleiding.’ De Vlaamse academische wereld biedt ook geen houvast voor leergierige moslims.

Nu de dominicaan Emilio Platti het zwaartepunt van zijn werkzaamheden verlegd heeft naar Parijs, blijft er nauwelijks nog iemand over die met kennis van zaken en met autoriteit over de islam kan spreken. Toch is er hoop en die hoop ligt onder andere in het geloof. ‘Ik denk dat we los moeten komen van de dogmatische, rigide lezing van de islam’, zegt Abied Alsulaiman, ‘al worden de conservatieven door het Belgische beleid bevoordeeld tegenover de minder orthodoxe gelovigen die nochtans in de meerderheid zijn. Het mystieke soefisme, bijvoorbeeld, legt veel meer nadruk op de persoonlijke weg en beleving. Mystiek is door zijn nadruk op ervaring sowieso meer op universaliteit gericht, terwijl rituelen meer gericht zijn op afbakening.

Een gelovige die de mystieke weg bewandelt, wil zich niet afzetten tegen andersgelovigen of ongelovigen, maar wil één worden met God om op een duurzame manier bij hem te blijven.’ Zo’n geloof kan de verwevenheid van de moslims met de pluralistische samenleving waarin ze terechtgekomen zijn versterken. Het kan ook een verfrissende bijdrage leveren tot dat Europa. In de woorden van Mohammed Arkoun: ‘Wij hebben er ons bij neergelegd dat we analfabeten zijn op het vlak van een essentiële dimensie van de menselijke geschiedenis, namelijk op het vlak van de bronnen van de spiritualiteit en van de morele waarden. Wij moeten ons dringend bewust worden van de zelfverminking die ons opgelegd wordt door een bepaalde praktijk van de moderniteit.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur