Alles mag, behalve kritiek leveren

Het uitgaansleven is weer wat leuker geworden
in het ooit zo stijve Singapore. De regering heeft er vorige maand een
regeling geschrapt die cafébezoekers verbood op de toog van hun stamkroeg
te dansen, en dat heeft tot een rage van het zogenaamde bar-top dancing
gevoerd. Volgens premier Goh Chok Tong zal zijn regering steeds meer
beginnen uit te gaan van het principe dat alles kan tenzij het expliciet
verboden is. Vroeger gold in Singapore eerder het omgekeerde. Maar
voorlopig lijkt die nieuwe aanpak alleen te slaan op vrijetijdsbesteding:
kritische inwoners van de stadstaat hebben het nog altijd heel moeilijk om
hun stem te laten horen.


De opheffing van het verbod op bar-top dancing wordt gezien als een bewijs
dat Singaporese regering het echt meent met haar voornemen om de inwoners
meer kansen te geven zelf het initiatief te nemen en hun creativiteit de
vrije loop te laten. Die instelling zou Singapore moeten helpen flexibel in
te spelen op de uitdagingen van steeds snellere internationale ontwikkelingen.

Flexibiliteit is niet te rijmen met regelwoede, een kwaal waar de
Singaporese regering vroeger sterk aan leed. De dwangbuis van voorschriften
en verboden waarin Singaporezen jarenlang gevangen zaten, wordt beetje bij
beetje losser gemaakt. De voorbije jaren zijn al tal van activiteiten
toegelaten die de bestuurders van de stadsstaat ooit des duivels achtten,
van schuimparty’s tot bungeespringen. Cafés en disco’s die niet woonwijken
liggen, mogen nu ook 24 uur open blijven voor augustus moesten overal om 3
uur ‘s nachts de deuren dicht.

Jonge Singaporezen hebben nu meer kansen om uit de bol te gaan, maar
critici vinden dat de regering nog altijd niets heeft ondernomen tegen de
echte kwaal waaraan de samenleving in de stadstaat volgens hen lijdt: het
gebrek aan participatie waardoor de regering op een absolutistische manier
kan blijven beslissen over politieke, economische en sociale uitdagingen.

Weinig Singaporezen lopen warm voor actiegroepen en sociaal protest, maar
de bestuurders van de stadsstaat hebben die apathie in de hand gewerkt door
verregaande beperkingen op het recht van meningsuiting en vergadering.

Volgens het Think Centre, een van de weinige onafhankelijke en
pluralistische niet-gouvernementele organisaties in Singapore, hebben de
inwoners van de stadsstaat “meer nodig dan frivole vrijheden als het recht
op bar-top dancing en bungeespringen.” In Singapore is er bijvoorbeeld voor
elke bijeenkomst van meer dan vijf mensen op een openbare plaats een
toelating nodig. De grondwet erkent het recht op vrije meningsuiting, maar
om in het openbaar een toespraak te houden, is ook al een vergunning nodig.
Chee Soon Juan, een politicus van de Democratische Partij van Singapore,
vloog in 1999 en 2002 achter de tralies omdat hij zonder toelating
redevoeringen had gehouden. Ook niet-gouvernementele organisaties die aan
politiek willen doen, moeten daarvoor een toelating aanvragen.

De regerende People’s Action Party, die aan de macht is sinds 1959 en op
twee na alle zetels in het parlement bezet, blijft alle politieke touwtjes
in handen houden. De regering organiseert zelfs de publieke meningsvorming
over haar beleid. Premier Goh zette in 1997 en 2002 comités op waar de
opinies van groepen als studenten, gepensioneerden, huisvrouwen en
werknemers over politieke, economische en sociale kwesties kunnen
kristalliseren. Beide comités worden geleid door een minister uit Gohs
regering. .

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift