Allochtone jongeren over politiek

Allochtone jongeren verwachten veel van de democratie, maar twijfelen aan de betekenis van de Vlaamse verkiezingen en aan de impact die allochtone politici kunnen hebben. Ze zijn voorstanders van een seculiere politiek en vragen meer aandacht voor het milieu. Dat zijn enkele vaststellingen uit een onderzoek dat MO* deed bij jongeren van Marokkaanse, Turkse, Congolese en Italiaanse afkomst.
  • Brecht Goris Allochtone jongeren verwachten veel van de democratie. Brecht Goris
Hoe staan allochtone jongeren tegenover de politieke instellingen in dit land? Geloven zij in de democratie? Wat zijn hun verzuchtingen in verband met het politieke bedrijf en wat verwachten ze van de volgende Vlaamse regering? Geloven ze in de daadkracht van allochtone politici en wat verwachten ze precies van hen?
Die vragen legden we voor aan vijf focusgroepen, gespreid over verschillende regio’s in Vlaanderen. De deelnemers zijn tussen 18 en 27 jaar en van Marokkaanse, Turkse, Congolese en Italiaanse afkomst. Ze zijn student, arbeider, werkloos, bediende, hooggeschoold en laaggeschoold. Een mix die tot boeiende discussies leidde en opmerkelijke resultaten opleverde. De afspraak was dat niemand bij name geciteerd zou worden.

Nadelig voor minderheden


Democratie staat hoog aangeschreven bij onze allochtone jongeren. Ze vinden het zelfs het beste bestuurssysteem ooit bedacht. Democratie is volgens hen synoniem met gelijkheid en rechtvaardigheid, vrije meningsuiting en eerlijkheid, samenwerking en samenhang, met het recht van iedereen, ongeacht afkomst of kleur, om zijn stem te laten horen.
Dat is wat democratie zou moeten zijn, maar, zeggen de meeste deelnemers, dat ideaal is nergens gerealiseerd. Democratie geldt binnen een samenleving slechts voor een deel van de bevolking. ‘Democratie is er voor de rijken’, zeggen de jongeren van Italiaanse afkomst. ‘En als in de democratie de meerderheid het woord heeft, dan is de democratie per definitie nadelig voor de minderheden’, werpt een jongeman in de Marokkaanse focusgroep op.
Een meisje geeft een concreet voorbeeld. ‘Ik ben lerares in opleiding. Eén van mijn vakken is wiskunde. Het is mijn lievelingsvak en ik krijg er altijd heel goede cijfers voor. Ik zou dolgraag wiskunde geven, maar dat kan niet, want ik draag een hoofddoek. Men zegt dat ik islam kan onderwijzen, maar dat wil ik niet. In dit geval is er voor mij geen democratie’.
Een Congolese student wijst op het feit dat democratie op verschillende manieren geuit kan worden naar gelang van de samenleving. ‘In Afrika zijn er misschien bepaalde noden en prioriteiten die hier niet zijn’, zegt hij. En democratie is niet altijd een garantie voor stabiliteit. ‘Kijk naar de geschiedenis van Europa. Denk maar aan de Tweede Wereldoorlog’, zegt iemand anders in de Congolese groep.
Democratie is voor een van de deelnemers, een jonge werkloze van Turkse afkomst, slechts toneel, een grote leugen. Voor hem staat democratie symbool voor de nieuwe wereldorde, voor de overheersing van de VS, want als er in naam van de democratie oorlog wordt gevoerd, dan is democratie verwerpelijk. Hij staat in zijn vriendenkring bekend als ‘de pessimist’.
Alle andere jongeren in de focusgroepen scharen zich achter het ideaal van de democratie. Democratie is relatief, geven ze toe. Het is geen absolute garantie voor gelijkheid en rechtvaardigheid, maar het blijft het ideaal dat iedereen moet nastreven. Om dat ideaal te realiseren moet de democratie gebruik maken van een aantal instrumenten. De Verklaring van de Rechten van de Mens is volgens een deelneemster van Marokkaanse afkomst een van die instrumenten.
Maar er zijn ook basisvoorwaarden waarzonder democratie niet tot stand kan komen. Een belangrijke basisvoorwaarde is volgens een student politieke wetenschappen welvaart. ‘Als er geen welvaart is, kan democratie vergeten worden’, zegt hij en hij krijgt de zwijgende instemming van de rest van de groep.
Waarover geen consensus kan worden bereikt is of secularisme een voorwaarde is voor democratie. Een meisje met hoofddoek komt met de stelling op de proppen. En ze krijgt onmiddellijk de steun van haar buurman. ‘Er mag geen staatsgodsdienst zijn. Er moet een strikte scheiding tussen kerk en staat zijn’, zegt hij. Waarop polemiek volgt. ‘Een staat kan toch verschillende officiële godsdiensten hebben. Zij kunnen perfect naast elkaar leven’, zegt een verontwaardigde stem. ‘En een staatsgodsdienst betekent niet dat hij opgelegd wordt aan andersgelovigen’, werpt iemand anders op.
‘Niet mee eens’, repliceert het meisje met de hoofddoek. ‘Een staatsgodsdienst kan nadelig zijn, niet alleen voor de minderheden, maar zelfs voor de meerderheid’. En ze geeft het voorbeeld van landen waar de islam staatsgodsdienst is. ‘In die landen’, zegt ze, ‘is de staatsgodsdienst de godsdienst zoals hij geïnterpreteerd wordt door de mensen die aan de macht zijn. Het is hun interpretatie die aan de rest van de bevolking wordt opgelegd’.
Het grote probleem is voor een andere deelneemster dat secularisme niet voor iedereen hetzelfde betekent. ‘Als secularisme het bannen van religieuze tekens uit openbare functies is, dan vind ik dat dat weinig met democratie te maken heeft’, zegt ze. ‘Nee’, argumenteert het meisje met de hoofddoek, ‘secularisme betekent juist dat de staat zich niet bemoeit met de religieuze voorkeur of belevenis van de burgers.’ ‘En in een ideaal systeem, en wanneer er vraag naar is’, voegt haar buurman eraan toe, ‘zouden de burgers in sommige situaties kunnen kiezen voor een religieus rechtssysteem of een burgerlijk rechtssysteem.’

Vechten tegen een leeuw


Verkiezingen zijn uiteraard het beste middel om de democratie te realiseren. Daar is iedereen het over eens. Het is de manier voor het volk om zijn vertegenwoordigers te kiezen, om ze te belonen of te bestraffen. Ook hier spreken de meeste jongeren theoretisch. Eén zaak is zeker: het wantrouwen tegenover politici en overheid is groot. Vooral bij de jongeren van Marokkaanse en Turkse afkomst. En dat blijkt vanaf het begin. Als ik hen vraag om beelden uit te kiezen die verwijzen naar wat ze zich bij verkiezingen voorstellen, drijft veel pessimisme naar boven. Een van de het vaakst terugkeerde beelden is dat van een man die tegen een leeuw vecht. De man is de bevolking die zich tegen een machtige overheid moet verdedigen.
Een lege stoel op het strand is ook een vaak terugkerend plaatje. De lege stoel staat symbool voor een afwezige overheid. Op een andere afbeelding staan zes Afrikanen afgebeeld. Een symbool voor de discriminatie, zegt een deelnemer. Ook beelden met groen en bomen komen terug. Milieu is belangrijk.
Maar milieu is ook een dilemma. Voor milieu of voor economie kiezen is moeilijk, zeker in tijden van crisis. ‘Kiezen is ook gokken’, zegt een student van Italiaanse afkomst. ‘Je kiest voor een partij, je krijgt veel statistieken maar geen waarheid. Beloften worden niet nagekomen.’
De discussies die thema’s als verkiezingen en democratie uitlokken staan in schril contrast met de stilte die volgt als we vragen om op een leeg blad de verwachtingen ten opzichte van de volgende Vlaamse regering te noteren.
Velen staren heel lang naar hun blad, omdat ze daar nooit over nagedacht hebben, en dat zijn vooral de jongeren van 18 en 19 jaar, of omdat hun vertrouwen in de overheid zoek is. ‘Moet ik noteren wat ik zelf graag zou willen dat de regering doet, of wat ik werkelijk van de regering verwacht?’ vraagt een Marokkaanse deelneemster. ‘Want als u dat laatste bedoelt: ik verwacht eerlijk gezegd niets. Maar als ik mijn eigen wensen moet noteren, dan is dit blad te klein.’
‘Het gaat om jullie prioriteiten’, maak ik de deelnemers telkens duidelijk. Waarop een hele rist voorstellen en verwachtingen opgesomd wordt. Om te beginnen moet de regering aan haar geloofwaardigheid werken, vindt een Marokkaans meisje uit Mechelen. ‘De politici moeten ophouden elkaar over en weer verwijten te maken. Ze moeten als team werken’, zegt ze. Maar de topprioriteit van de meeste jongeren is de economische crisis. De regering moet de crisis op een serieuze manier aanpakken.
Opvallend is dat de financiële crisis in één adem wordt genoemd met de zorg voor het milieu. Men moet de economische crisis aanpakken zonder daarbij het ecologische aspect uit het oog te verliezen. Er moet meer groen in de steden komen en de overheid moet meer in duurzame energie investeren. Men is zelfs bereid om daartoe financieel bij te dragen, op voorwaarde dat het om nodige en effectieve maatregelen gaat.
En wie crisis zegt, zegt werkloosheid. De jongeren leggen heel erg de nadruk op de noodzaak om de discriminatie op de arbeidsmarkt weg te werken. Het invoeren van quota’s mag geen taboe zijn. ‘De regering legt de openbare radio quota op voor wat het draaien van Vlaamse muziek betreft. Waarom kunnen er geen quota opgelegd worden om allochtonen in dienst te nemen?’ vraagt een jongeman zich af.
Ook onderwijs is volgens allochtone jongeren een belangrijk knelpunt. De Vlaamse regering heeft hier een belangrijke taak. Vooral de achterstelling van sociaal zwakkeren moet aangepakt worden. Iedereen moet dezelfde kansen krijgen. Een arbeiderskind heeft evenveel recht om arts te worden als een welgesteld kind. Een student journalistiek stelt voor om onderwijs gratis te maken, vooral hoger onderwijs. Het inschrijvingsgeld dient afgeschaft te worden, want studeren aan de universiteit is vandaag veel te duur, vindt hij.
Ook huisvesting is problematisch, vooral bij sociaal zwakke groepen en jongeren. De overheid dient een maximumhuurprijs op te leggen, stelt een Antwerpse Congolees voor. Ook zou de overheid meer moeten doen voor jongeren in achtergestelde wijken. ‘Het scheelde niet veel of ons jeugdhuis, dat al twintig jaar bestaat, werd gesloten’, zegt een Gentenaar van Turkse afkomst.

Obama en Elio


Moeten allochtone politici de eigen gemeenschap vertegenwoordigen of moeten ze alle Vlamingen vertegenwoordigen? Ook hier is de verdeeldheid groot, al blijft een grote groep achter het idee staan dat een allochtone politicus toch een bijzondere taak heeft. Want wie kan de problemen van de allochtone gemeenschap beter begrijpen dan een politicus die uit die gemeenschap komt?
‘Een Belg vertegenwoordigt toch niet de belangen van de allochtonen!’ stelt een deelnemer vast. ‘Iemand moet dat doen.’ Maar dat vinden niet alle deelnemers. ‘Een politicus moet vooral zijn eigen ideeën vertegenwoordigen. Als dat lukt, dan is dat al veel’, zegt een Marokkaans meisje. Zij stemt in ieder geval niet noodzakelijk allochtoon, ze stemt voor wie haar belangen behartigt en dat zijn niet altijd de allochtone politici.
Maar heeft het wel zin om op een allochtoon te stemmen? Hoe zwaar is de invloed van de allochtone politici op de besluitvorming? Ook hier is het vertrouwen niet zo groot. De allochtone politici zijn een minderheid, hoe kunnen ze dan van invloed zijn op de politieke besluitvorming? vraagt een van de jongeren. ‘Ze zijn bovendien niet allemaal met allochtone thema’s bezig’, zegt een Marokkaanse uit Mechelen. ‘Iemand als Mimount Bousakla bijvoorbeeld is voor mij een ultra-Vlaamse politica. Dat is haar goed recht, maar ze vertegenwoordigt mij niet.’
Ook velen binnen de Turkse groep geloven niet in de invloed van allochtone politici. ‘Niemand luistert naar Meyrem Almaci toch!’ zegt een van hen. Allochtone politici hebben volgens een van de deelnemers wel invloed, maar dan juist niet op allochtone thema’s. Als het om migratie en asiel gaat bijvoorbeeld moeten ze de lijn van de partij volgen. En hij geeft hierbij het voorbeeld van CD&V-politica Nahima Lanjri.
Binnen de Congolese en de Italiaanse groep klinkt een heel ander geluid. Zij hebben twee toppolitici waar ze naar opkijken. Wat Obama voor de Congolezen is, is Elio Di Rupo voor de Italiaanse jongeren. De eerste is het grote voorbeeld van hoe een allochtoon aan politiek moet doen. De tweede is een bewijs dat wie bekwaam is het tot de hoogste politieke ambten kan brengen, ongeacht zijn afkomst.
‘Obama is een wereldburger en hij gedraagt zich ook als wereldburger. Daarom is hij een voorbeeld voor veel Afrikanen’, zegt een Congolese student. ‘En Elio Di Rupo is toch de invloedrijkste politicus binnen de PS’, werpt men in de Italiaanse groep op. Maar ondanks hun optimisme relativeren de Congolese jongeren toch de invloed van allochtone politici als het om de situatie in Vlaanderen gaat.
Ze verwijzen naar de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen. De ervaring leert dat allochtone politici vooral goed zijn om stemmen te trekken, maar als het gaat om deelname aan de besluitvorming, dan worden ze vriendelijk bedankt, vinden ze.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur