Allochtonen verdwijnen in statistieken

Allochtonen met de Belgische nationaliteit verdwijnen in de statistieken, nochtans onmisbaar om een goed beleid te voeren voor werk, onderwijs of integratie. Amerikanen hebben er geen probleem mee om op een formulier in te vullen of ze zwart, geel of wit zijn. In België ligt de discussie van etnische registratie veel gevoeliger.
Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke bond (wanneer?) de kat de bel aan: om iets te doen aan de werkloosheid bij allochtonen, heb je correcte gegevens nodig. Niet meteen een ophefmakende uitspraak? Toch wel. De idee van etnische registratie roept bij allochtonen en Waalse onderzoekers veel weerstand op. Maar om diversiteit te managen, moet je weten over wie je praat, en daar knelt het schoentje. Genaturaliseerde Belgen of Marokkaanse of Turkse jongeren die in België geboren zijn en dus de Belgische nationaliteit hebben, zijn onmogelijk terug te vinden in statistieken. Zij zijn gewoon geregistreerd als Belg.
In Belgische statistieken wordt namelijk alleen de nationaliteit, nooit iemands herkomst geregistreerd. Cijfers over allochtonen vragen dan ook heel wat creativiteit en speurwerk. Maarten Tielens, wetenschappelijk medewerker van het Steunpunt WAV, een interuniversitaire draaischijf voor arbeidsmarktinformatie: ‘Iedere onderzoeker telt nu op zijn eigen manier. Dat maakt het onmogelijk om onderzoeken en cijfers te vergelijken. We hebben ook dringend nood aan één definitie van wie wel of niet allochtoon is.’
meeste gegevensbanken en onderzoeken gebruiken het criterium van nationaliteit, maar daarmee ken je de herkomst van een persoon niet.
De VDAB gebruikt een naamherkenningsprogramma dat de eerste zeven letters van een achternaam scant en vergelijkt met een bestaande lijst van namen. Het nadeel hiervan is dat alleen Turkse en Maghrebijnse namen gescreend worden. De zoektocht naar een nieuw en beter telsysteem is begonnen… Vlaanderen lijkt meer aan te leunen bij de Angelsaksische traditie: in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten vindt iedereen het normaal dat je naast je naam, geboortedatum, adres ook je etniciteit invult. Wallonië volgt dan weer de Franse, Latijnse opvatting dat alle burgers gelijk zijn voor de wet en dat elke groepsidentificatie volgens regio, religieuze overtuiging of etnische afkomst taboe is.

Etnisch etiket


Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding polste naar de meningen bij de allochtone organisaties. De Unie van Turkse Verenigingen, de Federatie van Marokkaanse Verenigingen, het Afrikaans Platform, het Belgisch-Roemeens Cultureel Huis Arthis en het Forum van Etnisch-Culturele Minderheden werden uitgebreid bevraagd. De meningen lopen uiteen tussen organisaties, generaties en achterban, maar er zijn ook een aantal heel duidelijke en sterke signalen.
In het algemeen roept een etnische registratie grote weerstand op: dit is stigmatiserend, reducerend en gevaarlijk. Zo’n registratie wordt meteen geassocieerd met repressie en veiligheidsplannen. Er is een groot wantrouwen tegenover de overheid en schrik om geviseerd te worden. En wat met de privacy? Door wie worden de gegevens geregistreerd en bewaard? Waarvoor worden ze gebruikt of eventueel misbruikt? Herinneringen aan de joodse davidster, gedeporteerde Roemeense zigeuners en joden tijdens de Tweede Wereldoorlog liggen nog vers in het geheugen… En hoe lang blijft iemand allochtoon? Allochtone jongeren zijn hier geboren en hebben de Belgische nationaliteit. Wil men de herkomst, geboorteplaats of nationaliteit van de ouders, grootouders registreren of hoe ver (in de tijd) wil men teruggaan?

Ja, maar


Genoeg reserves en vraagtekens dus, maar de zelforganisaties beseffen wel dat etnische registratie of monitoring een noodzakelijk kwaad is. Samengevat is hun antwoord: ja, maar onder strikte voorwaarden. Sabine Van Nieuwenhove van het Forum voor etnisch-culturele minderheden dat 14 landelijke verenigingen met in totaal 700 organisaties vertegenwoordigt: ‘Registratie moet anoniem en vrijwillig gebeuren -zonder natuurlijk de representativiteit in gevaar te brengen. Registratie mag bovendien geen doel op zich zijn, maar moet een middel zijn ter ondersteuning, evaluatie en bijsturing van het beleid.
Elke registratie moet gebeuren in functie van een doelgericht beleidsplan en verbonden zijn aan concrete, resultaatgerichte maatregelen. Sommigen vragen zich ook af of registratie echt nodig is. De problemen zijn gekend. Misschien moeten er maar eerst maatregelen genomen worden om bijvoorbeeld werkloosheid bij allochtonen omlaag te krijgen.’ Maar hoe kan je maatregelen uitwerken of afdwingen als je geen gegevens hebt, een beginsituatie niet kan meten om achteraf vooruitgang te noteren? ‘Toegegeven, dat is een vicieuze cirkel.’
Anita Lampaert van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding vult aan: ‘Registratie mag geen algemeen instrument van integratie zijn of om discriminatie te bestrijden, maar moet een instrument van goed bestuur zijn.’ Een centraal woord in haar betoog is communicatie. ‘De vrees voor stigmatisering kan verholpen worden door goede informatie te geven. Het is belangrijk om te weten dat iedereen geteld wordt, dat niemand geviseerd wordt. Je moet ook vertellen hoe en waarom de registratie gebeurt.
Het gaat niet om veiligheid of repressie, maar om een tewerkstellingsbeleid dat verfijnd moet worden. En daarvoor moeten we een aantal dingen meten en weten. Met informatie en communicatie kan je het gevoel van stigmatisering verminderen: mensen moeten zich niet gekwetst voelen als ze bestempeld worden als iemand van Turkse of Nederlandse origine. Je moet de gegevens ook opvolgen, bekend maken en terugkoppelen naar de betrokkenen: de zelforganisaties en hun achterban in de eerste plaats, de bedrijven die hebben meegewerkt.’

OVER DE GRENS

Nederland werkt al meer dan tien jaar met etnische registratie. Was de discussie bij hen minder gevoelig?

Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau: ‘In Nederland is de welles-nietes discussie over etnische registratie al eind jaren ‘80 en begin jaren ‘90 gevoerd. Ik hoor in België dezelfde argumenten als in de Nederlandse discussie indertijd. Wat met privacy? Waarvoor worden de gegevens gebruikt? Werkt het niet stigmatiserend? Denk maar aan de vele Nederlandse joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gedeporteerd… De discussie was even hevig en gevoelig als nu in België. Uiteindelijk is er voor gekozen om het geboorteland van ouders en grootouders te registreren. De Nederlandse definitie van een allochtoon was namelijk dat je minstens één ouder moet hebben die in het buitenland geboren is.Toen is de discussie vreemd genoeg plots vanzelf stil gevallen.’

Heeft Nederland positieve ervaringen met etnische registratie?

Jaco Dagevos: ‘We zien eigenlijk alleen maar positieve effecten. Elke onderzoeker gebruikt nu hetzelfde criterium, waardoor je de verschillende studies kan vergelijken. We gebruiken de etnische registratie niet alleen in domeinen zoals onderwijs en tewerkstelling, maar zelfs op criminaliteit is het taboe weg gevallen. De tegenstanders van toen bij de werkgevers, intelligentsia en etnisch culturele minderheden zijn tevreden. Het is belangrijk om de ontwikkeling van integratie te kunnen volgen op een uniforme manier. Stigmatisering kan je beperken door goede informatie. Een goede privacywetgeving is ook heel belangrijk, maar dat is in België wel in orde.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness