Allochtoon jeugdwerk: yes, they can

Jongeren met een niet-Belgische achternaam geraken nauwelijks voorbij de drempels van de traditionele jongerenclubs. Goed nieuws is dat het aantal organisaties dat hun aanbod afstemt op de leefwereld van die jongeren boomt.
Begin november beklommen veertig Afro-Belgische jongeren het podium van het Antwerpse Zuiderpershuis tijdens de vijfde editie van de Talentendag. Het verbazend hoge niveau en het enthousiasme van de deelnemers –die een mix brachten van streetdance, breakdance, freestyle, hiphop en R&B– drukten de technische schoonheidsfoutjes volledig naar het achterplan. ‘Het draait in de eerste plaats om talent, niet om afkomst’, zegt de zeventienjarige Isaah Umaru van de driekoppige hiphopband Good Idea. ‘Daarnaast heb ik het gevoel dat het vooral te doen is om aan andere jongeren te laten zien dat er meer is dan op straat rondhangen.’

Met de Talentendag willen de iniatiefnemers Afro-Belgische jongeren maar ook hun ouders een positieve spiegel voorhouden. ‘Zowel jongeren als hun ouders worden te vaak met een negatief zelfbeeld geconfronteerd’, zegt Billy Kalonji, voorzitter van vzw Mwinda Kitoko en een van de drijvende krachten achter de Talentendag. ‘Als je als jongere constant te horen krijgt dat je anders bent, op school, op straat, in sportclubs, dan ga je twijfelen. Wij willen dat omdraaien, dat jongeren geloven in zichzelf. Ons motto: “Je moet je leven niet dromen, maar dromen tot leven brengen.” En daar moeten we ook de ouders van overtuigen.’

klootzakken


Het besef dat in Antwerpen een schromelijk tekort bestond aan omkaderde jeugdwerking volgde in de zomer van 2001 na een drama op Sint-Anneke. Twee meisjes, Merveille Antonio (7) en haar nichtje Vedrine Vambanu (10) stapten in de Schelde en keerden nooit meer terug. Toezicht was er niet.
‘Als vzw waren we al langer bezig met buurtopbouwwerk, participatie van de Afrikaanse minderheden aan de bredere samenleving, betere huisvesting, hulp bij onderwijs en bemiddeling in kansarme gezinnen’, zegt Kalonji. ‘Na de dood van die twee meisjes werden we aangeklampt door de Afrikaanse gemeenschappen, die vonden dat we meer moesten doen. Er was –en is nog altijd– een probleem met de vrijetijdsbesteding van kinderen die in geïsoleerde Afrikaanse wijken op Linkeroever of aan de achterkant van Antwerpen Centraal opgroeien.
Wanneer je geboren wordt in het Chicagoblok, je ouders geen geld hebben om op vakantie te gaan, om dingen te doen tijdens weekends, om een gitaar te kopen, wanneer je uit een ontregeld gezin komt, dan schiet zinvolle vrije tijd er altijd als eerste in.’ Mwinda Kitoko trok naar de jongeren in de wijken en ontdekte dat er toch wel dingen bewogen.
Kalonji: ‘We gingen praten met Muzoba, een groep van een dertigtal jongeren die zich verzameld hadden rond muziek, zang, basket en voetbal. Muzoba is trouwens Lingala voor ‘de klootzakken’. Met die naam drukten ze letterlijk het beeld uit dat anderen op hen plakten. Op het Koningsplein had je dan weer Ecodisas, een groep van Congolese en Angolese jongeren die muziek maakten. Na een aantal gesprekken werd duidelijk dat die jongeren in de eerste plaats behoefte hadden om als jongere hun ding te doen: muziek maken. Wat ze daarvoor extra nodig hadden, was een podium.’ Met de Talentendag en de begeleiding van groepen zoals Antwerp Kids hoopt Kalonji jongeren in de richting te duwen van andere podia en andere culturele activiteiten.

fijntunen


Jongeren met een niet-Vlaamse achtergrond hebben nood aan een vrijetijdsaanbod dat afgestemd is op hun leefwereld. Dat heeft ook Vlaams minister van Jeugd Bert Anciaux begrepen. In het kader van zijn Actieplan Interculturaliseren (2006) kreeg het Platform Allochtone Jeugdwerkingen (PAJ) extra middelen om het vrijwilligersaanbod voor allochtone jongeren te versterken en uit te bouwen.

De Chiro’s, Scouts en KSJ’s van Vlaanderen mogen in de rest van de wereld als een succesverhaal gelden, het blijven in de eerste plaats bastions van een witte middenklasse. En ook de stedelijke teken- en muziekopleidingen, de cultuurhuizen en sportorganisaties slagen er anno 2008 onvoldoende in om allochtone jongeren te bereiken. Het succes van het Vlaamse jeugdwerk ligt onder meer bij het feit dat het inspeelt op een Vlaamse maatschappelijke context en traditie. Juist door die sterke vergroeiing met de kerktoren van weleer herkennen jongeren met een andere culturele achtergrond zich niet meteen in hun werking. ‘Ze vallen uit de boot’, legt Najim Einauan, coördinator van het PAJ, uit. ‘Identiteit en groepsgevoel spelen een belangrijke rol in de leefwereld van elke jongere. En dus spelen ook cultuurverschillen een rol. Je gaat toch ook niet naar concerten van groepen of zangers in wie je jezelf te weinig herkent? Toen ik jong was, draaiden alle jeugdhuizen Angelsaksische rockmuziek van groepen als Pearl Jam en Nirvana, terwijl ik veel meer ophad met een rapper als Tupac Shakur.’


Het vrijetijdsaanbod voor allochtone jongeren werd lang ondergebracht bij het Vlaamse jeugdwelzijnswerk. ‘Dat impliceert dat er iets mis is met hen, dat ze niet gewoon een jongere, maar een jongere-met-een-probleem zijn’, zegt PAJ-voorzitter Mohammed Chakar. ‘Gewone jongeren zitten daar niet op hun plaats. Ze hebben dezelfde behoeften aan toffe initiatieven die aansluiten bij hun leefwereld als autochtone jongeren. Ze hebben evenveel recht op ontdekken, zich manifesteren, beleven, botsen… kortom op jong zijn.’

Veertig procent van de Antwerpse jeugd onder 18 jaar is van allochtone afkomst, wat de behoefte aan vrijetijdswerking op maat uiteraard dwingend maakt. Vanuit het motto nood breekt wet, ontstond de laatste jaren toch een boom van allochtone jeugdwerkingen. Het aanbod varieert van sportinitiatieven, huiswerkgroepen, culturele organisaties, een cyberjeugdhuis, kinderateliers… Het PAJ alleen –toch nog een jonge organisatie– overkoepelt 46 jongerenorganisaties. Daarnaast erkent de stedelijke jeugddienst ook allochtone jeugdwerkingen die niet aangesloten zijn bij de koepel, zegt Einauan.

stop bepampering


Het PAJ ondersteunt zijn lidorganisaties met monitoropleidingen, administratieve omkadering en vorming over bestuur, subsidies en vergadertechnieken. Het doel is de kaders van jeugdwerkingen te versterken. Die steunpuntfunctie is broodnodig, legt Einauan uit. ‘Allochtone jeugdwerkers kunnen niet terugvallen op oude, stevige structuren of ouderwerkingen zoals in de traditionele Vlaamse jeugdbewegingen. Onze jongerenorganisaties zijn veel nieuwer: ze bestaan hoogstens tien jaar. Een ander belangrijk verschil is dat ze veel meer inspelen op maatschappelijke noden als naschoolse opvang, kansarmoede, huiswerkbegeleiding. Soms krijgen ze het verwijt dat ze teveel hooi op hun vork nemen, maar ze zijn actief waar het beleid tekort schiet. Zonder die extra inzet zou je een heel ander maatschappelijk verhaal krijgen, geloof me.’ Einauan vindt dat de diversifiëring van jeugdwerk ‘voorzichtig in de goede richting’ gaat. Maar de klemtoon zou een pak meer op jongerenparticipatie mogen liggen. ‘Jongeren zitten niet te wachten op een topdownbenadering en bepampering. Het is hen om volwaardig burgerschap te doen. De term “allochtoon” is een vuilbakterm die ze liefst zo ver mogelijk kieperen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur