Allochtoon. Mag het in MO*?

Het debat over het A-woord loopt nu al meer dan een jaar, en het blijft Vlaanderen beroeren. Dat bleek vorige week nog eens toen ‘Voor eeuwig en een dag allochtoon’, de MO*column van China Unigwe, op deze site verscheen. Een samenleving die wil uitsluiten, gebruikt daar woorden als allochtoon voor, schreef Chika. Op dezelfde dag publiceerde MO.be het dossier ‘De identiteit van jonge allochtonen’. Wat is nu de positie van MO* over het A-woord? En waarom? Een antwoord door MO*hoofdredacteur Gie Goris.

Uit Chika’s column: ‘Allochtoon is een lelijk woord dat polariseert. Het is een woord dat zegt: ‘Jij bent hier niet thuis.’ Het is een woord dat de retoriek van “wij” en “zij” voedt in een land waarin het zeer moeilijk is je als niet-blanke welkom te voelen… Het moedigt mensen aan om het die andere te verwijten dat hij of zij het moeilijk vindt om een job te vinden met een “vreemde” naam. Het dagelijkse gebruik van de term functioneert als olie op het vuur van de vooroordelen die de voedingsbodem zijn van racisme, discriminatie en xenofobie.’

Te merken aan het aantal keren dat het artikel gelezen en gedeeld werd, raakte Chika’s standpunt een gevoelige snaar. Toevallig verscheen diezelfde dag op dezelfde MO*website het dossier waaraan Samira Bendadi en Alma De Walsche samen gewerkt hadden: De identiteit van jonge allochtonen. Een oppervlakkige lezer van de column zou kunnen denken dat de auteurs van het artikel onbewust meehelpen aan de uitsluiting die ze betreuren. Een meer aandachtige lezer –en we weten dat de meeste MO*lezers tot die categorie behoren- stelt zich ten minste de vraag welke positie MO* nu inneemt in het debat. Mag allochtoon nog, of niet? En waarom?

Het debat

Het eerste antwoord op die aandachtige vraag is dat wij de discussie oneindig veel interessanter vinden dan het ene of het andere antwoord.

Dat is de reden waarom MO* niet meteen enthousiast op de trein van verontwaardiging gesprongen is toen eerst De Morgen besliste de term virtueel uit zijn woordenboek te schrappen en toen daarna Gent besloot om het begrip met veel fanfare ten grave te dragen. De bijdrage van dergelijke initiatieven tot het debat over uitsluiting, ongelijkheid en omgang met verschil was opmerkelijk, zeker op de plekken waar dat debat ook werkelijk gevoerd werd: in de krant, in de stad, op gerelateerde internetfora…. 

Sommige actievoerders flirtten, door de focus op de term en de verwoording van de acties, met de overtuiging dat het verdwijnen van het woord allochtoon uit het publieke discours, ook de realiteit van de uitsluiting zou veranderen of verdwijnen.  Dat was gelukkig eerder de uitzondering dan de regel.

Wij sympathiseerden, met andere woorden, met de problematisering van de realiteit van uitsluiting op basis van afkomst, maar waren er niet van overtuigd dat onze benadering van die uitsluiting of van de vanzelfsprekende diversiteit van de samenleving fundamenteel anders zou worden door een relatief eenvoudige ingreep in het gebruikte jargon. Dat betekent niet dat we de keuzes van De Morgen of Gent niet relevant vonden, ze leken ons voor MO* eerder te makkelijk om er ook een maatschappelijk verschil mee te maken.

Geen gouden oplossing

Op een bepaald moment moeten wij als journalistiek medium sociale werkelijkheden tot onderwerp maken van relevant onderzoek. Het dossier over de identiteitsvragen van jongeren van buitenlandse afkomst is daarvan een goed voorbeeld. Identiteit is voor alle jongeren in Mechelen wellicht een zoektocht, jawel, maar wij geloven niet dat de journalistiek, het maatschappelijk debat of het beleid er voordeel mee doen als het dubbele of meervoudige probleem waarmee jongeren van buitenlandse afkomst in hun Vlaamse stad anno 2013 geconfronteerd worden, onzichtbaar zou worden door een beschrijvende term in de ban te slaan.

De “allochtone jongeren” uit de titel zouden dus ook”jongeren van buitenlandse afkomst” kunnen heten, of “jongeren met een migratie-achtergrond”. Een beetje cynicus zou zeggen: er kon ook staan “Belgisch-Marokkaanse, Belgisch-Assyrische, Belgisch-Ghanese, Belgisch-Armeense en Belgisch-Indiase jongeren in Mechelen en identiteit’. Maar wij zijn niet cynisch en we geloven dat er echt goede alternatieven zijn. Alleen hebben de meeste, zoniet alle alternatieve mogelijkheden vergelijkbare nadelen als het bezwaarde allochtoon: ze verzamelen volkomen verschillende ervaringen onder één term, ze delen de samenleving op in twee categorieën (waarbij de ene categorie vanzelf meer recht op thuis krijgt dan de andere), ze zijn tegelijk beschrijvend en oordelend…

Hoe we de terminologische allochtonenkwestie ook keren of draaien, we vinden de gouden oplossing niet. Uiteraard, want het onderliggende probleem blijft bestaan. En dus wordt elke nieuwe manier om over de diverse maar verdeelde samenleving te spreken opnieuw door diezelfde uitsluiting en ongelijkheid besmet.

Ben je allochtoon

Het A-woord werd dus niet geschuwd in het artikel dat we maakten naar aanleiding van twintig jaar Centrum voor Gelijkheid van Kansen, twintig jaar Provinciaal Integratiecentrum van de provincie Antwerpen, twintig jaar doodlopend integratiediscours. Vandaar: ‘Ik ben 20 in 2013’. Tijdens de diepgaande gesprekken die Samira voerde met vijf jongeren met buitenlandse roots maar geboren of opgegroeid in Mechelen, stelde ze uitdrukkelijk de vraag: ‘Ben je allochtoon?’ De antwoorden zijn naar onze smaak heel relevant in het debat over term en realiteit.

‘Over het algemeen voel ik me Belg en meestal word ik ook zo gezien. Ik voel me niet direct aangesproken door het woord allochtoon’, zegt Liana. Frederik wel: ‘Het is meestal negatief maar ik maak me daar niet druk over. Dat heeft geen zin.’

‘Ik voel me aangesproken door het woord allochtoon en ik bèn ook allochtoon’, zegt Karim. ‘Het zijn de negatieve connotaties die me dwarszitten, niet zozeer het woord.’

‘Ik voel me niet direct aangevallen als ik het woord allochtoon hoor’, zegt Roeland. ‘Ik luister eerst. Ik maak me nu veel minder druk over negatieve commentaar en ga veel minder in de verdediging dan vroeger. Dat komt misschien doordat ik intussen wat ouder ben.’

Anurag zegt dat hij overal allochtoon is. ‘In India ook. Ze denken altijd dat ik uit Groot-Brittannië of Ierland kom. In België word ik vaak gezien als Marokkaan, vanwege mijn huidskleur en mijn zwarte haar. En ik heb daar geen probleem mee. Integendeel. Meestal laat ik dat zo. Soms zeg ik zelf dat ik Marokkaan ben. Op die manier sta ik sterk. Wanneer de tegenpartij ontdekt dat ik geen Marokkaan ben, is de verrassing groot. En zo haal ik gemakkelijk mijn gelijk.’

Probleem geproblematiseerd

Kortom: wij zijn blij dat problematische termen ook actief geproblematiseerd worden. We zullen nog enthousiaster zijn als dat debat leidt tot een andere omgang met diversiteit en een beleid dat actief op inclusie gericht is in plaats van op eenzijdige aanpassing van (schrappen wat niet langer past:) vreemdelingen, migranten, allochtonen, …

De kans dat op de ene pagina van MO* het A-woord verketterd wordt en op de volgende gebruikt, is groter dan dat u op eender welke bladzijde een pleidooi of zelfs een impliciete goedkeuring van de daadwerkelijke uitsluiting of discriminatie zou vinden.

Zo hoort het, vinden wij.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur