'Als die voet er niet af gaat, heb ik geen boek'

Haar jeugdboeken ‘Mijn tante is een grindewal’, ‘Vallen’ en ‘De Roos en het Zwijn’ kregen Uilen, Griffels, Zoenen en Leeuwen. Ze zetten vertalers aan het werk van Finland tot Spanje. Anne Provoost reisde de jongste jaren naar Afrika en leerde over de afstand tussen culturen en over haar eigen grenzen: ‘Waar ik woon wil ik alles in het donker kunnen vinden.’ Op bezoek bij een schrijfster die zich verontschuldigt omdat ze main stream boeken leest als de kinderen in bed zitten en ze niet te veel moet denken aan het linnen dat nog in de wasmachine moet.
Mijn gastvrouw zet de theekopjes neer. Op de schouw staan twee Jezussen die hun zegenende rechterhandjes missen: ‘Van een tante mocht ik ooit krijten met de plaaster van heiligenbeelden. Ze liet mij toe stukken af te breken van een -al gehavende- heilige Antonius.’ Maar van heiligschennis toén en een katholieke revival nú is er geen sprake. De Jezussen sieren gewoon de schouw. ‘Toch ben ik schatplichtig aan die cultuur. Het grote boek van mijn leven is op de eerste plaats de bijbel. Wie Rebecca of Saul niet meer kent, is niet te benijden. Wie de bijbel niet kent, begrijpt weinig van onze cultuur. Elk kasteel dat je bezoekt, elke kerk die je binnengaat, zovele literaire referenties. De bijbel kan je net zo min als de Grieken verwaarlozen.’ Maar wát er met de bijbelse verhalen gedaan werd, is voor Provoost minstens zo verontrustend. Niet zozeer dat het verhaal van Noach nooit treffelijk is overgeleverd -‘Wist jij dat er naast Noach nog zeven mensen in de ark zaten? Dat hij na de zondvloed dronken in slaap sukkelt en naakt wordt ontdekt door zijn drie zonen?- maar dat de bijbel werd misbruikt, ontstemt haar. ‘Te controversiële stukken waarin Jezus niét de vredestichter of de zoon van God maar een rebelse stokebrand was, werden geweerd. Religies gingen voor alles vragen: ‘Geloof jij in God?’ Ze vonden rituelen uit en inspireerden fanatisme. Hier heb je Peter Carey.’ Het is de auteur van het bovenste boek van de stapel die we naar beneden brachten na een bezoek aan de werkkamer en bibliotheek. ‘Oscar en Lucinda’ is de titel van het boek.

‘In het Australië van de vorige eeuw leeft Oscar, een Engels jongetje, met een vrij strenge, conservatieve vader. In het gezin komt er geen kerstpudding op tafel omdat Kerstmis voor de vader een boetetijd is. Terwijl hij zijn vader tijdens een dagje uit aan zee de golven ziet instappen bidt Oscar: ‘Lieve God, als het uw wil is dat uw mensen pudding eten, sla hem dan!’ En ja, de vader die terug op het strand stapt, heeft een kleine bloedwonde aan het been. Het jongetje vraagt God een tijd later ook om een teken uit de hemel als hij moet kiezen tussen zijn vader en de dominee van de Anglicaanse kerk. Daarvoor gooit hij keitjes over zijn schouder naar een aantal door hem op de grond getekende symbolen. Het gunstige lot valt op de dominee en zo verbreedt de kloof tussen het kind en de vader. Voor mij is ‘Oscar en Lucinda’ een persiflage op de poppenkast die ik rond mij zie. De gedachte alleen al dat er iemand boven ons zit die over onze levens beslist! In een gedicht dat ik mij herinner uit mijn jeugd beschrijft een dichter hoe hij zit te kijken naar mieren. Het eindigt met de vraag: ‘Zou er ook iemand daar boven naar ons zitten te kijken zoals ik hier naar de miertjes?’ Iemand die desnoods de mieren dood kan drukken, is dat geen grappige gedachte?

Misschien wel, al is het beeld van de alles besturende en bestraffende God allang voorbijgestreefd.

‘Daarvan ben ik nog niet zo zeker. Kijk maar hoe het gevaar van religieuze onverdraagzaamheid overal opgang maakt. Voor mij is het heel belangrijk dat kinderen vrij van het religieuze denken worden opgevoed. Ik wil mijn kinderen laten kennismaken met alle vormen van religies en geloofsvormen. Zonder daar waardeoordelen aan toe te voegen. Laat ons de kinderen leren dat het allemaal geen belang heeft. Als ze ouder worden, zien ze wel of het noodzakelijk is om voor Allah of een God de Vader te kiezen. Niet alle religiositeit leidt tot fanatisme maar hoe verander je mensen die zich fanatiek gedragen?’

Door hen niet tot het ene maar tot een waarachtig geloof te overhalen?

‘Voor mij draait alles rond ethiek. Ervoor zorgen dat je eigen denken en doen bijdragen tot het welzijn van anderen. Ik streef ernaar om morgen een beter mens te zijn dan vandaag. Met alles wat dat inhoudt: principieel zijn en keuzes maken die verder gaan dan het kringetje van je eigenbelang. Ook aandachtig blijven voor de grotere structuren in de wereld. Ik begrijp maar niet dat iemand spiritualiteit vindt in ‘het ondergaan van de zon’.’

De gehandicapte Jezussen laten de kwestie aan zich voorbijgaan. Achter één van hen haalt Provoost een barok ingekaderde foto vandaan, van haar beste vriendin. Goele woont in Zuid-Afrika. ‘Nu is ze directrice van een kliniek in een township en haar man is minister omgevingszaken en toerisme.’ Enkele maanden geleden was Provoost bij haar op bezoek. En twee jaar geleden reisde ze naar Kenia.

U wil over Afrika schrijven?

‘Ik was gefascineerd door Afrika-journalistes als Els De Temmerman. Ik bedacht dat zo’n vrouwen toch ook van kinderen moeten dromen. Hoe gaat het met mensen die voor verscheurende keuzes staan? Hoe gaat het met kinderen van moeders die oorlogen verslaan? De jongste jaren waren er bovendien de choquerende berichten over vrouwenbesnijdenis in Afrika. Ik reisde naar de Nuba-stam in Kenia en begreep daar pas waarom ik mijn Afrikaboek al drie, vier keer opschortte. Ik voelde mij onmachtig om de verschillen en de gelijkenissen tussen Westerlingen en Afrikanen weer te geven in details. Ik durfde minder en minder te schrijven vanuit het standpunt van Afrikanen. Maar kan ik over zwarten niet schrijven omdat ik blank ben? Ik schrijf in ‘De Roos en het Zwijn’ wel vanuit het oogpunt van de zestiende-eeuwse Rosalena. Maar om over Afrika te schrijven zou ik een veel grotere tijdsinvestering moeten doen. Ik zou in mijn leven iets structureel moeten inbouwen dat in verband staat met Afrika. Meer dan alleen maar er naartoe reizen of er van hieruit naar kijken. Ik voelde mij tegenover de Nuba schatplichtig en betrokken. Maar ik kan mij die mensen in mijn boeken niet toe-eigenen zonder te zeggen waar hun cultuur vandaan komt. De Amerikaanse Alice Walker deed dat in ‘Het geheim van de vreugde’ wél, maar bij haar stoort mij dat niet. ‘Ik heb een stam gemaakt die de mijne had kunnen zijn’, schrijft ze.’

‘Het geheim van de vreugde’ schuift tussen ons beide op de leuning van de sofa. Ik luister naar een verhaal over Tashi, een zwarte Amerikaanse die, getraumatiseerd door de dood van haar zusje na haar besnijdenis, een therapie begint. Provoost bladert naar de laatste bladzijde van het boek en leest traag voor: ‘Tsunga, de naam van de besnijdster, is zoals vele van mijn Afrikaanse woorden misschien afkomstig uit een taal die ik ooit kende. Ik weet niet uit welk deel van Afrika mijn Afrikaanse voorouders afkomstig waren en dus maak ik aanspraak op het hele continent. Tashi, de vrouwelijke hoofdpersoon, zie ik in ieder geval als mijn zuster.’ Provoost is, net als ik, onder de indruk van Walkers woorden. Ze herhaalt: ‘I claimed the continent. Ik vind dat ongelooflijk krachtig.’

(Stilte.)

‘Het zwarte denken, de volledig natuurlijke vermenging van het animistische en het realistische kader. Dat kon ik in Kenia wel meevoelen maar ik besefte dat ik er niet zou kunnen over schrijven. Ik wil niet doen alsof, daarvoor voel ik te veel respect voor Afrikanen.’

(Stilte.)

‘Zo kom ik eindelijk bij het boek dat echt mijn lievelingsboek is. Het staat model voor het beklijvende en het onvermijdelijke werk waarvan ik hou. Ik wil er alleen over spreken als je me belooft het te lezen. ‘Beminde’, de Nederlandse vertaling van ‘Beloved’, van Toni Morrison, beschrijft het lot van zwarte vrouwen in Amerika, vrouwen die afstammen van slaven. Sethe ontsnapt met haar vier kinderen uit de Sweet Home plantage maar op een dag komen de slavendrijvers terug. Dan stelt ze een ultieme, choquerende daad, gruwelijker dan wat ik ooit heb durven schrijven. Maar zij moet haar daad onderbreken en leven met de gevolgen daarvan. Het hele boek is een herinnering aan wat er toen gebeurde. Iedereen weet ervan en iedereen verzwijgt het. Tot er een man uit het verleden opdaagt die het niet weet. Morrison brengt mij terug bij het boek dat ik wil schrijven maar dat niet lukt.’

Omdat je het kan meevoelen maar niet beschrijven?

‘In ‘Beminde’ is het grijs-met-witte huis nummer 124 -waarrond alles zich afspeelt- behekst, het is als een publiek geheim. Het herinnert me aan een vrouw die ik bij de Nuba ontmoette. Zij beweerde bij hoog en laag dat ze niet geloofde dat mensen en dieren van gedaante konden verwisselen, iets wat ik ergens over de Nuba gelezen had. Ik wilde haar toch op verhaal krijgen en vertelde dat ‘men in onze cultuur vroeger geloofde in weerwolven’. De vrouw keek me aan en vroeg: ‘Bestaan die dan echt?’ Haar lippen verraadden ineens wat haar hart geloofde.’

En dat doet Morrison ook met haar pen?

‘Een andere schrijver zou al met een kwart van haar verhaalstof een schitterend boek kunnen schrijven. ‘Beminde’ is een overdosis aan mythische, explosieve verhaalgegevens. Morrison noteert terloopse opmerkingen, schijnbaar geneuzel. Tot wanneer je scherper toeziet en met ontzetting geslagen wordt. Neem nu de titel van het boek. Het is het enige woord op de grafsteen die de moeder voor haar dode kind liet maken. Ze moest betalen per woord dat de graveur beitelde. De vrouw had te weinig geld en haar kind nog geen echte naam, daarom bleef het bij ‘Beminde’. Bovendien moest Sethe voor elk woord op de zerk seks hebben met de graveur.’


Mijn gastvrouw slaat haar rechterbeen over haar linker en houdt de rechtervoet in evenwicht op haar linkerknie. De zon -weerkaatst door de ramen aan de overkant- beschijnt alleen haar gezicht. Ze wordt ineens tien jaar jonger, de studente Germaanse talen die tijdens de blok op één nacht en een morgen Patrick Süsskinds ‘Het parfum’ uitleest. Of de vrouw die met haar man ‘Een zuil van zout’ leest: ‘Dat was onze stem. Het gaf ons het gevoel: oef, er is nog iemand out there.’ Van Kristien Hemmerechts heeft Anne Provoost trouwens ook het vorige boekenkastgesprek in Wereldwijd gelezen. Ze citeert: ‘Een goed boek herken ik aan de zekerheid die het geeft dat er geen valse noten in de tekst zitten.’ Maar dan springt ze recht en declameert van Simon Vestdijk; ‘Boeken beoordeelt men -net als mensen- niet naar hun verschijningsvorm, maar naar de krachten die zij ontketenen.’ En ze vervolgt: ‘Voor mij moet het méér zijn. Ik hou van schrijvers omdat ik met zekerheid weet dat de beelden die ze gebruiken krachtig zullen zijn. Beelden die bij mij dingen in beweging zetten. Een schrijver moet een dit-is-het-einde-gevoel kunnen oproepen.’

Schrijvers zoals…?

‘Michael Ondaatje in zijn ‘Engelse Patiënt’. De verpleegster Hana rent naar haar geliefde sikh, de ontmijner, die met twee ontstekingsdraden van een bom in zijn handen staat. Zij wil hem helpen maar hij maant haar aan om weg te lopen. Zij weigert. Hij begint dan het doodsgevaarlijke werk, met zijn koptelefoon op waarin klassieke muziek speelt. Zij zegt hem iets wat hij niet kan verstaan door de muziek. Als de bom onschadelijk gemaakt is, vraagt hij haar wat ze zei. ‘Ik dacht dat ik dood zou gaan. En ik dacht als ik doodga, dan ga ik samen met jou dood,’ prevelt ze. Het begin van hun liefde. Dat bedoel ik met een krachtig beeld. Deze Hana heeft de gruwel van de oorlog gezien, haar vader is gesneuveld, zij zit daar in Italië en de enige mens waarvan ze houdt is in Canada. En dan overkomt haar dit. Door zulke beelden laat de schrijver de lezer iets meemaken, consequent en tot het uiterste.’

Zoals in uw eigen boeken?

‘Mensen vragen mij over ‘Vallen’: ‘Moest die voet er eigenlijk af?’ Zonder dat beeld had ik geen boek. Lucas moet met een kettingzaag de veiligheidsgordel van zijn Amerikaanse vriendin Caitlin doorzagen om haar uit de verhakkelde wagen te helpen. Het drama van de verminking was sterker dan de eenvoudige redding van het meisje. Het gaat mij niet om het gruwelijke, maar om het op de spits drijven van keuzes die je moet maken en de gevolgen die je onder ogen moet zien.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift