Amerikaans leger gaat olietoevoer vanuit Colombia beschermen

Vanaf januari gaan instructeurs van de
Amerikaanse ‘special forces’ Colombiaanse soldaten opleiden om de
olie-infrastructuur te beschermen tegen guerrilla-aanvallen. De
regering-Bush heeft 98 miljoen dollar uitgetrokken om de vitale oliepijplijn
tussen Caño Limón en Coveñas te helpen beschermen met helikopters en
militaire training. De pijplijn wordt geëxploiteerd door het Colombiaanse
staatsbedrijf Ecopetrol en het in Californië gevestigde Occidental Petroleum
Company.


In Saravena, in het oosten van de deelstaat Arauca, leggen arbeiders de
laatste hand aan het hoofdkwartier voor de speciale interventie-eenheid. Ze
worden gesuperviseerd door experts van het Amerikaanse leger. Het behoud van
de oliepijplijn is dan ook - in de woorden van de Amerikaanse Gouverneur
Anne Patterson - van vitaal belang voor de Verenigde Staten. Colombia is
niet de grootste olieleverancier van de Amerikaanse economie - Venezuela en
de oliestaten in de Golf zijn van veel groter belang - maar de Amerikaanse
belangen in Colombia zijn groot. Occidental, Exxon-Mobil, British Petroleum,
Unocal, Texaco and Phillips Petroleum werken allemaal samen met Ecopetrol in
Colombia. Het lobbywerk van die bedrijven was doorslaggevend bij de
beslissing van het Amerikaanse parlement om geld vrij te maken voor de
bescherming van de Colombiaanse olie-infrastructuur.

De Colombiaanse olie-export is relatief klein en is al enkele jaren in
verval als gevolg van de burgeroorlog. De Colombiaanse olieproductie zit
vandaag op 570.000 vaten per dag, zowat een derde minder dan in 1999. De
daling is vooral het gevolg van het feit dat de linkse rebellen met de
regelmaat van de klok de pijplijn opblazen. Sinds de aanleg van de
infrastructuur 16 jaar geleden, is de pijplijn minstens 1.000 keer
opgeblazen, aldus Ecopetrol. In 2001 alleen al, verloor Ecopetrol 445
miljoen dollar door de aanslagen. Als dat zo doorgaat, voorspellen sommige
analisten, kan Colombia vanaf 2004 olie geen olie meer exporteren.

Maar het oliepotentieel van Colombia is groot. In oktober kon president
Alvaro Uribe op veel belangstelling genieten bij de Amerikaanse oliebonzen
toen hij een plan ontvouwde om de boringen en exploitaties op te drijven.
Uribe sloot toen een akkoord met verschillende bedrijven. De belangrijkste
voorwaarde was echter dat de veiligheid van de Caño Limón-Coveñas pijplijn
en de rest van de Colombiaanse infrastructuur gegarandeerd kon worden.

De pijplijn in kwestie transporteert olie van de olievelden van Caño Limón
in het noordoosten van het land naar de raffinaderij van Coveñas in het
noorden van Colombia. De ontdekking van de olievelden in Caño Limón in 1983
lag trouwens aan de basis van het succes van de rebellengroep ELN. Colombias
tweede grootste rebellengroep was in het begin van de jaren tachtig weinig
actief. Maar de ontevredenheid over de zware ‘oorlogstaksen’ waarmee de
Duitse pijplijnconstructeur Manessman betaald werd, was de aanleiding tot de
wederopstanding van het ELN. De laatste jaren bombarderen ook de FARC,
Colombia sterkste rebellenbeweging, de pijplijn.

Over de wenselijkheid van de Amerikaanse bescherming van Colombias
olie-infrastructuur, lopen de meningen sterk uiteen. In economische en
politieke kringen in Colombia bestaat er een ruime consensus over. Mensen
als ‘oliesenator’ Hugo Serrano vinden het van essentieel belang dat
Washington helpt bij het garanderen van de continuïteit van de olie-export.
Maar de vredesbeweging en enkele onafhankelijke experts zijn daar helemaal
niet van overtuigd. Stratfor, een Texaanse privé-firma die zich
specialiseert in nationale veiligheid wereldwijd, voorspelt dat de VS
rechtstreeks betrokken zullen raken bij het vier decennia oude conflict in
Colombia door op de oliepijplijn te gaan zitten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift