Amerikaans ministerie beschuldigt Halliburton van wanprestatie

Het Amerikaanse concern Halliburton, dat tijdens de oorlog in Irak werd beticht van verspilling, fraude en misbruik, is opnieuw in opspraak. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken beschuldigt het bedrijf van wanprestatie in Irak.
Halliburton heeft een contract van 1,2 miljard dollar om de olievelden in het zuiden van Irak te herstellen, maar presteert volgens een deze maand verschenen rapport van het ministerie slecht. In februari bedroeg de Iraakse olieproductie 2,1 miljoen vaten per dag. Dat is veel minder dan vorige herfst. Door de lage olieopbrengsten loopt het tekort op de Iraakse regeringsbegroting op. Dat zal dit jaar naar verwachting stijgen tot vijf miljard dollar (3,8 miljard euro).

Vorige maand werd bekend dat Halliburton het Amerikaanse leger 108 miljoen dollar (83 miljoen euro) teveel heeft laten betalen voor brandstof. Henry Waxman, een invloedrijk democratisch Congreslid die die affaire aan het rollen bracht, beweert nu dat daarnaast nog eens 212 miljoen dollar (162 miljoen euro) teveel in rekening is gebracht aan het ministerie.

In totaal zou Halliburton voor bijna twee miljard dollar aan dubieuze rekeningen verstuurd hebben. Het Defence Contract Audit Agency, dat alle contracten van het Pentagon controleert, ontdekte dat de ten onrechte in rekening gebrachte bedragen in één geval zelfs 47 procent van de totale waarde van de opdracht bedroegen. Op verzoek van Halliburton zweeg het ministerie van Defensie daarover tegen de International Advisory and Monitoring Board (IAMB) van de Verenigde Naties, het orgaan dat toezicht houdt op het Ontwikkelingsfonds voor Irak, zegt Waxman.

Uit brieven van Kellogg, Brown & Root, een dochteronderneming van Halliburton die verantwoordelijk wordt gehouden voor een groot deel van de fraude, blijkt dat het bedrijf beweringen van accountants die misleidend of feitelijk onjuist waren, geredigeerd heeft. Het zwaar geredigeerde rapport werd doorgestuurd aan internationale accountants en vervolgens naar de IAMB.

Een ex-accountant van Halliburton, Marie de Young, zegt dat dochteronderneming KBR weinig deed om de kosten te beperken, omdat ze toch van belastinggeld werden betaald. Ze zegt herhaaldelijk bij haar superieuren geklaagd te hebben over verspilling en fraude. Die antwoordden volgens haar dat niemand zich daar druk om zou maken want we zitten midden in een oorlog.

Een andere ex-werknemer, Mike West, zegt dat hij 82.000 dollar per jaar betaald kreeg als voorman in Irak, maar dat hij nooit werknemers onder zich heeft gehad. Ze zeiden dat ik gewoon twaalf werkuren per dag moest noteren. Loop maar een beetje rond en zorg dat het lijkt of je het druk hebt.

De Amerikaanse ambassade heeft inmiddels opdracht gegeven enkele hoge managers te vervangen omdat anders het contract met KBR verbroken wordt. Een concurrent van KBR, Parsons Corporation, is al gevraagd om een deel van het resterende werk in het zuiden van Irak over te nemen.

De ambassade heeft 832 miljoen dollar die bestemd was voor grote projecten die uitgevoerd zouden worden door Amerikaanse bedrijven, overgeheveld naar kleinere projecten die nu worden uitgevoerd door plaatselijke bedrijven. Ook gaat een deel van dat geld naar opleiding van Irakezen.

Halliburton wijdt de trage voortgang aan aanvallen door opstandelingen, jaren van verwaarlozing en gebrek aan investeringen in de olie-industrie in het land. Het concern stond tussen 1995 en 2000 onder leiding van de huidige Amerikaanse vice-president Dick Cheney. Het bedrijf is de grootste contractant in Irak. Het kreeg alleen al van het Amerikaanse ministerie van Defensie voor 18 miljard dollar (13,8 miljard euro) opdrachten in Irak. (JS/ADR)



Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift