“Amerikaanse beleggingsfondsen moeten uit Chinese olie stappen”

Amerikaanse organisaties gaan campagne voeren tegen vijf van de grootste vermogensbeheerders ter wereld, met het verzoek uit grote Chinese oliebedrijven te stappen. Die blijven zaken doen met Sudan, ondanks de genocide in Darfour.
De organisaties die zijn aangesloten bij de Save Darfur Coalition richten hun pijlen op Franklin Templeton Investments, JPMorgan Chase, Capital Group’s American Funds, Fidelity Investments en de Vanguard Group. Door middel van negatieve reclame, protesten en druk van investeerders moeten zij ertoe worden gebracht alle aandelen PetroChina te verkopen en de aandelen in het bedrijf waar dat uit is ontstaan, de China National Petroleum Corporation (CNPC).
Olie zorgt voor 90 procent van de exportinkomsten van Sudan, en 70 procent van de opbrengst daarvan zou aan wapens worden besteed. De campagneorganisaties hopen dat China, als grootste afnemer van Sudanese olie, zijn gewicht in de schaal gooit voor vrede in Darfour, of dat de bedrijven uit Sudan stappen. Dat zou het regime in Khartoem isoleren en de economische druk opvoeren, net als in Zuid-Afrika gebeurde ten tijde van de “divestment”-beweging. Divestment is het stoppen van investeringen.
Amerikaanse bedrijven mogen sinds 1997 al niet meer direct investeren in Sudan, maar wel in buitenlandse bedrijven die zaken doen in Sudan. Naar verluidt zijn dat er zo’n 500. Volgens de campagnevoerders doen al 20 Amerikaanse staten en meer dan 50 universiteiten mee om pensioenfondsen de opdracht te geven uit deze bedrijven te stappen. Sinds juli moedigt ook het Europees Parlement bedrijven aan om te divesteren in Sudan.
De vijf Amerikaanse vermogensbeheerders hebben bij elkaar waarschijnlijk vijf miljard dollar (3,6 miljard euro) aan aandelen PetroChina. De Chinese oliemarkt heeft een marktkapitalisatie van meer dan 230 miljard dollar (168 miljard euro).
De beleggingsfondsen vinden dat zij onterecht worden aangepakt. “De toestand in Darfour is slecht en wij ondersteunen maatregelen om dat te verbeteren”, zegt de woordvoerster van Franklin Templeton per email. “Maar uit ervaring met opkomende markten weten we dat economische ontwikkeling door investeringen in probleemgebieden juist kan bijdragen aan hervorming.”
De meeste investeerders schuiven de verantwoordelijkheid af op de klant. Zo ook woordvoerster Rebecca Cohen van Vanguard. De klant kan aangeven wanneer hij of zij bepaalde beleggingen onethisch vindt, en de klant heeft de mogelijkheid om in een ethisch fonds te stappen. Datzelfde zegt ook Fidelity, via woordvoerster Anne Crowleym. Fidelity heeft geen ethisch fonds, maar beleggers kunnen via Fidelity wel in ethische fondsen van anderen investeren. Bovendien, zegt Crowleym, heeft Fidelity maar 65 miljoen dollar (48 miljoen euro) aandelen in PetroChina, en dat is maar een schijntje van hun totale waarde aan beleggingen, 1.300 miljard dollar (951 miljard euro).
Het conflict in Darfour, waar veel mineralen en olie in de grond zit, heeft naar schatting al 200.000 tot 400.000 mensenlevens gekost. 2,5 tot 3,5 miljoen mensen zijn er op de vlucht geslagen. China blijft nauwe betrekkingen met Sudan onderhouden op economisch, politiek en militair gebied, en houdt het land in internationale fora nog steeds de hand boven het hoofd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift