Amerikaanse clusterbommen eisen nog steeds mensenlevens in Afghanistan

De mensenrechtenorganisatie Human Rights
Watch (HRW) heeft woensdag een rapport voorgesteld over het gebruik van
clusterbommen door het leger in de oorlog tegen de Taliban in Afghanistan.
Die bommen hebben zowel tijdens als na het conflict tientallen burgers,
vooral kinderen, gedood of verwond. Het rapport vraagt de VS af te zien van
het gebruik van clusterbommen in een mogelijke oorlog tegen Irak.


Clusterbommen geven honderden kleinere bommetjes vrij wanneer zij de grond
naderen. Volgens het rapport van Human Rights Watch zijn minste 12.4000 van
die kleine bommetjes niet ontploft en vormen zij nog altijd een bedreiging
voor de bevolking. Terwijl de Verenigde Staten (VS) zich opmaken voor de
oorlog tegen Irak, dringt HRW erop aan dat Washington het gebruik van
clusterbommen zou opschorten zolang er geen verbeteringen zijn die het
aantal missers beperken tot minder dan één procent - in Afghanistan lag dat
cijfer naar schatting op vijf procent. Op zijn allerminst zou het VS-leger
het gebruik van clusterbommen moeten verbieden in of nabij bewoonde
gebieden, aldus het rapport.

In de oorlog in Kosovo in 1999 schortte toenmalig VS-president Bill Clinton
het gebruik van clusterbommen op nadat door een technische fout 14 burgers
om het leven kwamen en 28 anderen werden gewond. De VS zouden lessen moeten
trekken uit de luchtoorlog in Afghanistan, zegt Bonnie Docherty,
onderzoekster van HRW en auteur van het rapport. Haar dossier geeft een
overzicht van het gebruik van clusterbommen door de VS sinds de Golfoorlog
van 1991, de campagne in Kosovo van 1999 en de aanvallen van vorig jaar op
Afghanistan.

Als de oorlog tegen Irak doorgaat, zal die vooral bestaan uit een
grondoorlog tegen Bagdad vanuit Koeweit en - als de militaire plannenmakers
hun zin krijgen - ook vanuit het zuidoosten van Turkije. Maar toch zal
Washington vermoedelijk ook belangrijke militaire doelwitten bombarderen.
Het Pentagon krijgt nu al kritiek omdat het weigert het gebruik van
antipersoonsmijnen uit te sluiten, ook al is de productie of het gebruik
daarvan verboden volgens de Conventie van Ottawa uit 1997. Hiermee gaat de
VS ook in tegen een eigen belofte om nergens landmijnen te gebruiken behalve
op het Koreaanse schiereiland.

Tussen oktober 2001 en maart 2002 heeft het Amerikaanse leger in Afghanistan
ongeveer 1.228 clusterbommen gedropt - zowat vijf procent van alle bommen
die het in die periode heeft afgevuurd. Die bommen bevatten 248.056
bommetjes, weet het HRW-rapport. Dat is weliswaar veel minder dan de 61.000
clusterbommen met twintig miljoen bommetjes die Irak en Koeweit tijdens de
Golfoorlog te verwerken kregen en ongeveer dertig procent minder dan de
1.765 bommen met 295.000 bommetjes die acht jaar later op Kosovo werden
losgelaten.

Tijdens de Golfoorlog maakten de clusterbommen ongeveer 25 procent uit van
alle gedropte bommen. De meeste clusterbommen werden gedropt van op
middelgrote tot grote hoogte op een aantal strategische en tactische
doelwitten, waaronder ook civiele infrastructuur en doelwitten met dubbel
gebruik. De meeste burgerslachtoffers van de clusterbommen in de Golfoorlog
vielen tengevolge van blindgangers, onontplofte bommetjes, die 1.600 burgers
doodden en 2.500 andere verwondden. Zestig procent van de slachtoffers waren
kinderen jonger dan 15 jaar, omdat die meestal minder voorzichtig zijn en
omdat de bommetjes fel gekleurd zijn en ongeveer zo groot als een
frisdrankblikje en zo de aandacht trekken van de kinderen die denken dat het
een stuk speelgoed is.

In Joegoslavië zouden de aanvallen met clusterbommen vermoedelijk tussen 90
en 150 burgers hebben gedood, ongeveer dertig procent van de burgers die in
de oorlog om het leven kwamen. Met meer dan 20.000 blindgangers - een
percentage van elf procent - bleven de bommen ook na de oorlog hun tol
eisen. Een jaar na het einde van de oorlog waren er ongeveer vijftig burgers
omgekomen door blindgangers, vooral kinderen.

In Afghanistan beperkte de VS het gebruik van clusterbommen meer dan vroeger
en werd ook een nieuwe technologie gebruikt. Maar toch kon HRW vaststellen
dat er ook in Afghanistan burgerslachtoffers vielen. Dat wijst erop dat dit
wapen essentiële tekorten vertoont en dat er specifieke regels voor nodig
zijn in het internationaal recht, aldus het rapport. Tijdens aanvallen met
clusterbommen in of nabij bewoonde gebieden kwamen ten minste 25 burgers om.
Volgens het Internationale Rode Kruis waren er op 1 november 2002 al ten
minste 127 burgers - vooral herders met een kudde, boeren die hun land
bewerkten en kinderen die hout sprokkelden - en ook twee mensen die mijnen
aan het ruimen waren, gedood of verwond door clusterbommetjes na de
vijandelijkheden. 69 procent van die slachtoffers waren kinderen.

HRW wijst erop dat het internationaal humanitair recht de soldaten verzoekt
alle mogelijke voorzorgen nemen om burgerslachtoffers te vermijden.
Volgens de organisatie zouden de VS de clusterbommen niet hebben mogen
gebruiken in bevolkte gebieden, had het die moeten afvuren van op een lagere
hoogte en had het meer moeten bijgedragen tot het opruimen van bommetjes na
het conflict. Landen die clusterbommen gebruiken, dragen een speciale
verantwoordelijkheid om bommetjes op te ruimen. Anders zijn zij nog jaren
lang schuldig aan slachtoffers, aldus Docherty.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift