Amerikaanse deelstaten springen op Kyoto-trein

Terwijl de Amerikaanse president George W.
Bush kritiek oogst door zijn weigering om het milieuverdrag van Kyoto goed
te keuren, nemen de Amerikaanse deelstaten de handschoen wel op. Uit het
rapport ‘Greenhouse and Statehouse’ blijkt dat heel wat gouverneurs zelf
initiatieven nemen en de handen in elkaar slaan om de uitstoot van
broeikasgassen in te dijken.


President Bush is hoegenaamd geen fan van het Kyotoverdrag en noemt de
wetenschappelijke onderbouw voor de link tussen de uitstoot van
broeikasgassen en de opwarming van de aarde niet afdoende. Maar volgens het
rapport ‘Greenhouse and Statehouse’ dat het onderzoeks- en
informatiecentrum Pew Center on Global Change gisteren (donderdag) in
Washington voorstelde, is de modale Amerikaan wel erg bezorgd over een
opwarming van de aarde en de eventueel daaraan verbonden milieurampen. Die
vrees wordt gekanaliseerd in inspanningen op lokaal niveau en op die manier
ontstaat een nieuwe dynamiek, een alternatieve langetermijnstrategie voor
het milieubeleid van de VS, verklaart Eileen Claussen, hoofd van het Pew
Centrum en ex-topfunctionaris onder voormalig president Clinton. Een
vernieuwende wind waait van staat naar staat; groepen van staten beginnen
gezamenlijk maatregelen te nemen.

Dat zou een koerswijziging betekenen voor president Bush, die het
Kyotoverdrag altijd als een blok aan het been van de Amerikaanse economie
bestempelde. Terwijl voorganger Clinton het verdrag wel tekende, weigerde
Bush na zijn aantreden het verdrag te laten ratifieren. Meer dan de
dwingende verplichting om tegen 2012 de uitstoot van broeikasgassen met
zeven procent onder het niveau van 1990 terug te brengen, ziet Bush heil in
maatregelen die bedrijven vrijwillig kunnen nemen. De uitstoot in mindere
mate laten toenemen dan de economie groeit is Bush’ alternatief voor Kyoto.
De VS vertegenwoordigen ongeveer een vierde van de werelduitstoot van
broeikasgassen.

Claussen waarschuwt dat het eigengereid milieubeleid dat een aantal staten
en lokale partijafdelingen beginnen te voeren, geen lapmiddel mag blijven
voor een eenvormig nationaal milieubeleid. Maar de wildgroei aan lokale
richtlijnen en besluiten zal de druk op Washington vergroten om aan
nationale standaarden te werken, hoopt Claussen. Dat zowel binnen de
Democratische Partij als binnen Bush’ Republikeinse Partij vaak
alternatieve meningen over het milieubeleid en Kyoto heersen, kan daarbij
helpen, meent Barry Rabe, de auteur van het rapport.

Elke staat heeft zo zijn eigen motivatie om maatregelen te nemen. In New
Hampshire zijn inwoners en ambtenaren vooral bezorgd dat een stijging van
de temperatuur door het broeikaseffect er de esdoorns de das zal omdoen en
daarmee ook de traditionele ahornstroopindustrie. New Jersey, dat te kampen
heeft met wateroverlast, stormen en de erosie van zijn zeekust en
barrière-eilanden, stelde zich al vier jaar gelden tot doel de totale
uitstoot met 3,5 procent onder het niveau van 1990 te krijgen. Californië
gaat totnogtoe het verst. Eerder dit jaar werd er een wet goedgekeurd die
de CO2-uitstoot van wagens en vrachtwagens sterk moet terugdringen. Omdat
Californië de allergrootste staat is, wordt aangenomen dat vele andere
zullen volgen.

De meest in het oog springende maatregel betreft de oprichting van
‘convenanten’, collectieve afspraken tussen privé- en publieke instellingen
om samen een terugdringing van de uitstoot te bewerkstelligen. De meeste
scholen en universiteiten, een groot aantal bedrijven en meer dan 6.000
parochies schreven zich in zo’n convenant in.

Zelfs Bush’ thuisstaat Texas, die meer broeikasgassen uitstoot dan
Frankrijk, verplicht energieproducenten om almaar meer in schone energie te
voorzien. Volgens auteur Rabe wordt in Texas de minimumnorm in windenergie
overschreden en proberen Texaanse bewindslui het Congres te doen instemmen
met een uitvoer van windenergie naar andere staten en naar Mexico.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift