Amerikaanse handelspreferenties bieden weinig concretevoordelen

Hoewel Peru had gehoopt dat het onmiddellijk
voordeel zou kunnen halen uit de nieuwe handelspreferenties die de Verenigde
Staten toekennen aan vier Andes-staten, lijkt die droom niet uit te komen.
Dat heeft deels te maken met de voorwaarden die Washington stelt en deels
met de zwakke structuur van de Peruaanse uitvoer.


Eerder deze maand had president Alejandro Toledo zijn vreugde betoond dat de
Verenigde Staten (VS) op 6 augustus de Wet voor de Bevordering van de handel
en Bestrijding van de Drughandel in de Andeslanden (ATPDEA) hadden
bekrachtigd. Die wet is een vernieuwing en uitbreiding van de vroegere Wet
over Handelspreferenties voor de Andeslanden (ATPA) van 1991 die op 4
december 2001 is verstreken. De nieuwe wet loopt tot 31 december 2006 en
voorziet de vrijstelling van toltarieven op de Amerikaanse invoer van meer
dan 6.000 producten uit Bolivia, Colombia, Ecuador en Peru als een erkenning
van de pogingen die deze landen ondernemen in de strijd tegen de illegale
drughandel.

Hoewel deze wet een unilaterale beslissing is van de VS, is de ATPDEA toch
geen geschenk van de VS, maar veeleer een vergoeding voor wat we uitgeven
aan de drugbestrijding. Dankzij onze inspanningen kan de VS zijn
binnenlandse uitgaven voor zijn antidrugsbeleid aanzienlijk inperken, zegt
de Peruaanse vice-president Raúl Diez Canseco.

Maar de econoom Ernesto Grado noemt de Amerikaanse wet ook een
drukkingsmiddel, want om de belastingvrijstelling te genieten moeten de
vier landen Amerikaanse investeerders bepaalde faciliteiten bieden en in
hun voordeel optreden in geval van wettelijke conflicten. In Peruaanse
rechtbanken lopen verschillende rechtszaken tegen bedrijven uit de VS die
worden aangeklaagd wegens milieuvervuiling of overtredingen van de
belasting- of de administratieve wetten. Peru geniet pas sinds 1993 van de
voordelen van de ATPA. In dat jaar velde een Peruaanse rechtbank een gunstig
oordeel ten voordele van Belco Corporation in een zaak die het bedrijf had
aangespannen omwille van de inbeslagneming van de eigendommen van Belco door
toenmalig president Alan Garcia.

De belangrijkste bekommernis van Washington ligt in elk geval bij de
drugbestrijding. En dat is in Peru een sociaal heikel punt. Van de 25,3
miljoen inwoners zijn naar schatting 400.000 boeren rechtstreeks of
onrechtstreeks afhankelijk van de illegale productie van cocabladeren, de
grondstof voor de aanmaak van cocaïne. De VS wil dat Peru de illegale
drugteelt uitroeit door de boeren van hun grond te verdrijven of de velden
te besproeien met giftige chemicaliën. Beide opties hebben al geleid tot
massaal protest in de landelijke gebieden waar deze acties zouden
plaatsvinden. Intussen heeft president Toledo beloofd dat hij zal doorgaan
met een programma om de cocastruiken te vervangen door andere gewassen. Tot
nu toe is daar niet veel van terecht gekomen bij gebrek aan financiering. De
Amerikaanse hulp voor dergelijke projecten gaat vrijwel uitsluitend naar
buurland Colombia.

Toch zijn het niet alleen de voorwaarden die Washington stelt, die ervoor
zorgen dat de Amerikaanse handelsvoordelen niet kunnen worden benut. Ook de
zwakke Peruaanse economische structuren zijn daar mee verantwoordelijk voor.
In de eerste fase van de uitvoering van de ATPA zijn de Peruaanse inkomsten
uit uitvoer naar de VS gestegen van 695 miljoen dollar in 1993 tot 1,72
miljard in 2001. Die aanzienlijke stijging bracht evenwel maar weinig
diversifiëring met zich mee, omdat maar 670 van de 6.300 toegestane
producten werden geëxporteerd, en slechts enkele daarvan in een aanzienlijk
volume, weet econoom Antonia Castillo. Op dit moment verhindert de massale
concentratie van onze exporteerbare producten, waarbij 115 bedrijven
verantwoordelijk zijn voor bijna tachtig procent van alle uitvoer, dat we
meer sociaal voordeel halen uit de ATPDEA, aldus nog de econoom.

De Peruaanse ondernemers vrager meer overheidssteun in de vorm van
kredieten, verzekeringen en het afschaffen van de zogenaamde
solidariteitsbelasting, die vier jaar geleden werd ingesteld als voorlopige
maatregel, maar die de regering nu weigert te laten vallen omwille van
teruglopende belastinginkomsten. De Amerikaanse tolvrijstellingen en
voorrechten op bepaalde markten zijn alleen maar een illusie omdat de
regering ons zware kosten aanrekent, waardoor wij minder
concurrentiekrachtig zijn, stelt de voorzitter van de Peruaanse
Exportvereniging Alfonso Velásquez. De eigenaar van een textielbedrijf
Nestor Cenzano wijst op de meningsverschillen tussen ondernemers en de
regering over hoe en in welke mate de staat de producenten moet ondersteunen
om voordeel te halen uit de opening van de Amerikaanse markt. Cenzano stelt
dat minister van economie Javie Silva Ruete onlangs heeft geweigerd in te
gaan op een pakket maatregelen voorgesteld door de zakenwereld om honderd
procent voordeel te kunnen halen uit de mogelijkheden van de ATPDEA, zoals
een belastingvrijstelling op de invoer van machines. Ruete verantwoordde
zijn weigering door te zeggen dat er door het bestaande belastingdeficit
geen speelruimte is, zelfs niet om de invoerrechten te verlagen, laat staan
ze helemaal op te heffen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift