Amerikaanse houding in visoorlog bemoeilijkt Vietnamees WTO-lidmaatschap

Vietnamese exporteurs van zijn niet erg onder de indruk van het dreigement van de Verenigde Staten om vanaf januari 2003 invoertaks van 190 procent te heffen op meerval (“catfish”) uit de Mekong-delta. De soep zal wel niet zo heet worden gegeten, zo luidt de commentaar. Het handelsconflict is voor Vietnamese exporteurs erg leerrijk en goede reclame voor meerval uit de Mekong. Vietnamese politici vrezen echter dat de Amerikaanse beschuldigingen van dumpingpraktijken een hinderpaal kunnen zijn op weg naar lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie.


De Vietnamese meervalk, “tara” of “bra” genoemd, gedijt even goed in de delta van de Mekong als de “catfish” in de Mississippi-delta. Alleen liggen de lonen en productiekosten in Vietnam veel lager, waardoor diepgevroren Vietnamese meerval ondanks de transportkosten goedkoop op de Amerikaanse markt kan worden aangeboden. Vietnam voert 500 ton per maand uit naar de VS en heeft er een marktaandeel van twee procent. Vorig jaar werd in totaal 31.675 ton uitgevoerd naar de VS, de EU, Hongkong, Japan, Singapore en Australië, voor een totaal bedrag van 76 miljoen euro.

De Association of Catfish Farmers of Amerika (CFA) spreekt van “dumping” van “inferieure meerval” en diende klacht in bij het Amerikaanse ministerie van handel. Dat kwam vorige maand tot de conclusie dat Vietnam “geen markteconomie” is en dat invoertarieven van 150 tot 190 procent bijgevolg gerechtvaardigd zijn. Of hoe de grote voorvechter van de vrije markt door zijn vroegere ideologische aartsvijand op eigen terrein wordt geklopt en zijn toevlucht moet nemen tot een protectionistische maatregel.

Nguyen Phuoc Hau, de directeur van een groot uitvoerbedrijf van “bara”, is blij met de extra reclame die de meervaloorlog hem oplevert. “Over de hele wereld leren mensen wat “tara” en “bra” zijn: namen voor een hoogwaardige meerval uit de Mekong-delta die aan scherpe prijzen wordt aangeboden”. Een collega van een visverwerkingsbedrijf in An Giang gelooft niet dat de tarieven tot 190 procent zullen oplopen. Zelfs met een tarief van 10 procent kunnen we nog winst maken, zegt Buu Huy van Agiex.

Le Phuoc Hau van de Vietnamese vereniging van visexporteurs beschouwt de problemen als een leerrijke ervaring. “We leren hoe je handel kan drijven in de Verenigde Staten en hoe het rechtssysteem in elkaar zit. Voor exporteurs is het erg belangrijk te weten welke politieke en economische actoren een invloed hebben op de oplossing van handelsconflicten”.

De Vietnamese overheid zit verveeld met de zaak. De beschuldiging van “dumping” en het label “geen markteconomie” kunnen een negatieve invloed hebben op de Vietnamese vraag om lid te worden van de Wereldhandelsorganisatie WTO en op de uitvoer van garnalen, kleren en schoenen naar de Verenigde Staten. Sinds beide landen in december 2000 een bilateraal handelsakkoord ondertekenden, ontwikkelde de export zich voorspoedig.

De Vietnamese minister van handel, Truong Dinh Tuyen, noemt de beslissing van het Amerikaanse ministerie “niet objectief” en “onrechtvaardig”. “Geen enkele markt is een ‘zuivere markteconomie’. De Verenigde Staten subsidiëren hun landbouw met miljarden dollars, maar blijkbaar is dat voor niemand een bezwaar”. In het bilaterale akkoord met Europa kreeg Vietnam de status van “markteconomie ad hoc”. Dat betekent dat het land voor elk product dat het wil uitvoeren moet bewijzen dat het niet door de staat wordt gefinancierd.

Op een vergadering van zakenlui zei de voormalige Amerikaanse ambassadeur voor de GATT-akkoorden, de voorloper van de WTO, dat Vietnam nog heel wat handelsbarrières moet slopen. “De WTO wil een economie die neigt naar een markteconomie. Nu overheerst de indruk dat het Vietnamese economische beleid weinig consequent is”, zei Michael Samuels.

Tran Dinh Thanh Lam

Xml=3

Ref: ap na if

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift