Amerikaanse joden diep verdeeld over oorlog tegen Irak

Nu de Verenigde Staten zich opmaken voor een
oorlog tegen Irak, laait het debat over de macht van de zionistische lobby
in de VS weer op. Neoconservatieve joden spelen een prominente rol in de
campagne voor een oorlog, en het lijkt ook zo dat Israël veel te winnen
heeft bij de afzetting van Saddam Hoessein. Er zijn ook veel joodse
oorlogstegenstanders in de VS, maar die staan veel minder in de schijnwerpers.


Vorige week suggereerde James Moran, een Democratisch Congreslid, tijdens
een toespraak tot een anti-oorlogsforum dat de Amerikaanse joden aandringen
op een oorlog in Irak. Als er niet zo’n sterke steun zou zijn van de
joodse gemeenschap voor deze oorlog, zouden we dit niet doen, zei hij. De
leiders van de joodse gemeenschap hebben voldoende invloed om de koers te
wijzigen, en dat zouden ze ook moeten doen. Moran verontschuldigde zich
onmiddellijk voor die uitspraak toen die werd gepubliceerd in een
plaatselijke krant. Maar er stond al een half dozijn rabbi’s klaar om hem
op te roepen uit het Congres te stappen. Zij noemden zijn opmerking dat de
joden niet alleen oorlog willen, maar ook een beslissende macht hebben over
de regering van de VS een traditioneel antisemitisch cliché dat gewoonlijk
wordt ingeroepen door neonazi’s, die Washington vaak omschrijven als een
door zionisten bezette regering.

Het idee dat de joden in de VS het eens zouden zijn over de op handen
zijnde oorlog in Irak, of zelfs maar over de situatie in Israël of de
Likoed-regering in dat land, druist nochtans volledig in tegen de
resultaten van alle enquêtes sinds de aanslagen van 11 september 2001. De
joden, die in 2000 massaal voor George W. Bush hebben gestemd, zijn diep
verdeeld over een aanval op Irak. Bijna zestig procent van hen is voor de
afzetting van Saddam Hoessein op voorwaarde dat de Veiligheidsraad van de
Verenigde Naties of de bondgenoten van de VS daarmee instemmen. Dat cijfer
stemt ongeveer overeen met de publiek opinie in de VS als geheel. Bovendien
heerst er ook grote verdeeldheid in belangrijke joodse organisaties,
waardoor de joodse gemeenschap als geheel geen duidelijk standpunt kan
innemen, zoals de protestante genootschappen dat bijvoorbeeld wel hebben
gedaan. Met uitzondering van de zuidelijke baptisten zijn die allemaal
tegen een oorlog.

De indruk dat de joden absoluut oorlog willen, ontstaat vooral omdat
neoconservatieve joden zowel in de regering als daarbuiten duidelijk op
oorlog aandringen. Neoconservatieve joden in regeringskringen zijn onder
andere vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz en zijn adjunct Douglas
Feith en verschillende andere hoge functionarissen in het Pentagon. In de
nationale veiligheidsraad is de best bekende joodse neoconservatief Elliot
Abrams, die op dit moment bevoegd is voor het Midden-Oostenbeleid. De
invloedrijke medewerkers voor nationale veiligheid van vice-president Dick
Cheney staan onder leiding van I. Lewis Libby en Eric Edelman, allebei
prominente joodse neoconservatieven. Ook buiten regeringskringen hebben
joodse haviken sinds de aanslag op het World Trade Center luid geroepen om
oorlog, in het bijzonder Richard Perle van het Amerikaanse Instituut voor
Ondernemingen (AIE), William Kristol van de invloedrijke ‘Weekly Standard’
en Charles Krauthammer van ‘The Washington Post’. Ook een aantal van
Perles collega’s in het AIE zijn prominente haviken.

Aan de andere kant spelen joden overal in de VS ook een belangrijke rol in
de groeiende anti-oorlogsbeweging. De nationaal bekende rabbijnen Michael
Lerner en Arthur Askow hebben zich sterk uitgesproken tegen de oorlog, net
als joodse schrijvers en commentatoren zoals Eric Alterman van ‘The
Nation’, Phyllis Bennis van het Instituut voor Beleidsstudies, Ben Cohen,
voormalig directeur van Ben & Jerry’s Ice Cream en Noam Chomsky.

Maar omdat de joodse organisaties zo verdeeld zijn, beperken de meeste
joodse anti-oorlogsacties zich tot het niveau van plaatselijke
gemeenschappen en beroepsgroepen zoals academische verenigingen en groepen
van advocaten en liefdadigheidsorganisaties. De haviken uit Washington
daarentegen zijn veel beter georganiseerd en werken al jaren samen.
Daardoor slagen zij er veel beter in de nationale aandacht te trekken -
vooral in de traditionele media - dan de joden die tegen de oorlog zijn. De
alomtegenwoordigheid van de haviken in de media draagt nog bij tot de
algemene indruk dat de meeste joden voor een oorlog zijn - vooral in
landelijke gebieden waar relatief weinig joden wonen.

Die indruk wordt nog versterkt door de nauwe banden tussen vele
neoconservatieven uit Washington en de Likoed-regering in Israël, die er
geen geheim van maakt dat zij niet alleen Saddam weg wil uit Bagdad, maar
ook een groter aandeel van de VS wil bij haar antiterreurcampagne tegen
andere vijanden uit de regio, vooral dan de Hezbollah in Libanon, Syrië en
Iran. Vorig voorjaar verwierpen de joodse neoconservatieve voorstanders van
een oorlog in Irak ook de Europese kritiek op de herbezetting van de
Westelijke Jordaanoever door Israël als anti-semitisme. Sindsdien hebben
zij die klacht al verschillende keren herhaald. Vorige maand nog
beschuldigden zij academici en columnisten uit de VS van antisemitisme,
toen zij duidelijke banden aantoonden tussen vele prominente joodse
neoconservatieven en de rechtse Likoed-partij. De auteurs verwezen onder
andere naar een memorandum uit 1996 van Perle, Feith en een andere joodse
neoconservatief David Wurmser met de leider van Likoed Benjamin Netanyahu
over een strategie om zich terug te trekken uit de Oslo-Vredesakkoorden en
het machtsevenwicht in het Midden-Oosten te laten doorslaan in het voordeel
van Israël, te beginnen met de afzetting van Saddam Hoessein.

Eliot Cohen, beschermeling van Wolfowitz, protesteerde in ‘The Wall Street
Journal’ meteen. Hij stelde dat de insinuatie dat neoconservatieve haviken
zouden dansen naar de pijpen van Israël sterk ruikt naar antisemitisme. En
in een column argumenteerde Lawrence Kaplan, auteur van een boek over de
reden waarom de VS Irak moet aanvallen, dat de oorlogstegenstanders
insinueren dat de joodse neoconservatieven twee heren zouden dienen. Dat
leidde tot een furieuze reactie van columnist Robert Novak, die benadrukte
dat de gelijkenissen tussen het huidige Midden-Oostenbeleid van de VS en de
strategie die is afgesproken in het memorandum van 1996 niets te maken
hebben met de etnische achtergrond van de aanhangers ervan, maar veeleer
moet worden onderzocht in plaats van te worden aangevallen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift