Amerikaanse oliereus op matje wegens wandaden Birmaans leger

Een Amerikaanse rechtbank zette
eergisteren (woensdag) het licht op groen voor de vervolging van oliereus
Unocal voor gedwongen tewerkstelling, verkrachtingen en zelfs moorden die
bewakers van een grote Unocal-gaspijplijn drie jaar geleden in Birma
pleegden. Het is een 213 jaar oude Amerikaanse wet tegen piraterij die het
Birmaanse avontuur de Amerikaanse oliegigant Unocal zuur kan doen opbreken.


De beslissing van het hof van beroep van San Francisco vernietigde een
eerdere uitspraak van een federale rechter. Twee jaar geleden oordeelde
rechter Stanley Lew dat een groep Birmaanse slachtoffers de Californische
oliegigant niets kon maken, hoewel de Birmanen bewijzen aanvoerden dat
Unocal niet alleen op de hoogte was van de misdaden rond en op haar
installaties, maar er ook van profiteerde. Lew eiste echter dat de klagers
zouden bewijzen dat Unocal actief participeerde aan de misdaden of het
bevel voerde over de troepen die ze begingen.

Maar de drie rechters van het hof van beroep oordeelden eergisteren dat Lew
de lat te hoog had gelegd. Aangezien Unocal wist dat de gewelddaden op til
stonden, werd het op het ogenblik dat de gewelddaden - en in het bijzonder
moord en verkrachting - werden uitgevoerd, medeplichtige en aanstoker,
stelde het hof, waarop het een districtsrechtbank gelastte de zaak te
zullen behandelen.

De zaak-Unocal zag in 1996 het licht. Vijftien Birmanen, lid van de Karen-
of Mon-etnie die vlakbij de Yadana-pijplijn tussen de Andamanzee en
Thailand wonen, spanden met behulp van enkele ngo’s de zaak aan. Volgens
Human Rights Watch en Amnesty International verjoeg het Birmaanse leger
voor de bouw van de pijplijn de lokale bevolking, stelde hen gedwongen
tewerk en beging tijdens de bouw een reeks misdaden als moord en
verkrachting. Unocal betaalde de facturen van het leger voor haar
‘veiligheidsacties’, maar ontkent tot op heden op enig moment weet gehad te
hebben van de gepleegde misdaden. Tijdens een rechtszaak moet nu uitgemaakt
worden of dat klopt.

De advocaten van mensenrechtenorganisaties die de zaak aanspanden, juichen
de beslissing van het hof toe. ‘Het hof heeft bevestigd dat Amerikaanse
bedrijven niet straffeloos zijn als er internationale mensenrechten in het
geding zijn,’ verklaart Richard Herz, advocaat voor EarthRights
International en de Birmaanse slachtoffers. Volgens Herz en zijn collega’s
stoffeerden twee van de drie rechters van het hof hun uitspraak zelfs met
uitspraken van de Joegoslavië- en Rwanda-oorlogstribunalen: ook daar wordt
geregeld geoordeeld of individuen zich niet schuldig maakten aan schuldig
verzuim.

De klagers haalden hun eerste succes met behulp van een 213-jaar oude wet
die aanvankelijk bedoeld was om piraten te berechten, de Alien Tort Claims
Act (ATCA). De wet geeft niet-staatsburgers het recht bedrijven of
individuen op Amerikaanse bodem te vervolgen voor misdaden die buiten de VS
zijn gepleegd. In 1980 werd de wet omgebouwd tot juridisch breekijzer tegen
buitenlandse overheden en hun militair apparaat die misdaden pleegden en
zich in de VS bevinden. Zo werden vorige maand twee gepensioneerde, in de
VS wonende Salvadoraanse officieren veroordeeld tot 50 miljoen dollar
schadevergoeding aan hun slachtoffers. De zaak-Unocal is de eerste waar de
wet zich tegen een bedrijf keert.

Verwacht wordt dat de uitspraak van het gezaghebbende hof van beroep van
San Francisco - alleen het federale hooggerechtshof kan de beslissing
vernietigen - invloed zal hebben op gelijksoortige zaken die momenteel
lopen tegen grote bedrijven in de VS. Royal Dutch Shell hangt een zaak
boven het hoofd voor de misdaden die het Nigeriaanse leger pleegde tegen
het Ogoni-volk in de olierijke Nigerdelta, Texaco wordt door inheemse
Ecuadoranen voor de rechter gedaagd voor de vernietiging van hun velden
door olielekken en gifdumping en ExxonMobil moet zich verantwoorden voor de
wandaden van Indonesische veiligheidstroepen in de Indonesische provincie
Atjeh.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift