Amerikaanse ondervrager doet boekje open over Abu Ghraib

Weinigen dachten zoveel na over de morele aspecten van de Amerikaanse bezetting van Irak als Joshua Casteel. Deze voormalige ondervrager van het Amerikaanse leger deed dienst in de gevangenis van Abu Ghraib in de nasleep van het beruchte schandaal. Zijn christelijk geloof deed hem uiteindelijk gewetensbezwaar aanvragen.
Met welk recht ondervragen de autoriteiten gevangenen in het kader van een militaire bezetting, vraagt Casteel zich af in het vorige maand bij Essay Press in Iowa verschenen “Letters fron Abu Ghraib”, een bundeling van zijn e-mails naar het thuisfront. In zijn ervaringen staan niet de details van het gevangenisleven centraal, wel de morele implicaties hiervan.
De vraag naar het morele recht komt niet de lucht vallen. Zo is het aantal Iraakse gevangenen onder Amerikaanse voogdij blijven stijgen in de loop van de bezetting. Uit cijfers van het Pentagon blijkt dat het Amerikaanse leger nu meer dan 24.000 mensen in Irak uit veiligheidsoverwegingen vasthoudt, meer dan het dubbele van het aantal vier en een half jaar geleden, toen het Abu Ghraib-schandaal losbarstte. Amerikaanse troepen houden bijna al deze personen vast voor onbeperkte duur, zonder aanhoudingsbevel, aanklacht en zonder recht op openbare wettelijke procedures.

Biechtvader


Joshua Casteel, die uit een gelovige familie stamt, werd gewetensbezwaarde tijdens zijn periode in de Iraakse gevangenis. Hij keerde zich niet van het Amerikaanse leger af vanwege het gevangenisschandaal, toen foto’s van mishandelde gevangenen de wereld rondgingen. Toen Casteel in juni 2004 in Abu Ghraib aankwam, viel van deze praktijken immers niets meer te merken. Het waren de gesprekken met Iraakse gevangenen die hem aan het wankelen brachten.
Bij zijn aankomst in Abu Ghraib laat Casteel aan zijn familie weten dat hij dol is op zijn werk. “In mijn job voel ik me eerder biechtvader dan ondervrager”, schrijft hij. “Met medeleven en begrip kom je al een heel eind.” Maar Casteel, die elke dag bidt, begint zich al na enkele weken ongemakkelijk te voelen. “Soms is de last van mijn job pijnlijker aanwezig dan anders”, noteert hij in die periode. Het zint hem niet dat hij gevangenen “uitbuit” om aan informatie te geraken.
Bovendien blijken velen van de ondervraagden volledig onschuldig. “Ze vroegen me voortdurend waarom ze vastgehouden werden”, vertelt Casteel aan IPS. “Maar dat was mijn job. We moesten antwoorden vinden op onze vragen, terwijl zij eigenlijk meer recht hadden op antwoorden. Dat zijn enorm verwarrende situaties.”

Bemin uw vijand


Casteel ging met zijn dilemma bij een kapelaan te rade. “Die kreeg me weer zo ver om de arena in te stappen, schrijft Casteel. “Ik was niet langer bang om gezag te gebruiken, om in te spelen op de zwakheden van de gedetineerde en hem aan een kruisverhoor te onderwerpen. Zo dacht ik uiteindelijk een beter zicht te krijgen op de waarheid in zijn verklaringen – misschien wel in zijn voordeel. Waarom voelde ik me dan een complete mislukkeling?”
Het antwoord komt in oktober 2004, wanneer Casteel er vijf maanden in Abu Ghraib heeft opzitten. “Toen ik een 22-jarige Saoedische jihadi ondervroeg, gleed het gesprek af naar religie en ethiek. Hij vond me een heel vreemde man omdat ik als christen niet de leer van Jezus toepaste: bemin uw vijand en bid voor de vervolgden… Ik kon niet anders dan toegeven dat er een grote tegenstelling gaapte tussen mijn werk en mijn geloof.”
Dus diende Casteel een aanvraag in tot ontslag als gewetensbezwaarde. Tot zijn verbazing werd dat toegestaan. Hij hoopt nu een brug te slaan tussen conservatieve christenen en het linkse kamp dat zich tegen de oorlog kant. Zijn boek moet “een beeld schetsen van een christen die kampt met geweld”. Casteel, die zich intussen heeft bekeerd tot het katholicisme, werkt met andere katholieken samen om de kerk een actievere rol te laten spelen in het beëindigen van de oorlog in Irak.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift