Amerikaanse regering temporiseert in Midden-Oosten

Amerikaanse neoconservatieven raken toenemend gefrustreerd over de afwachtende houding van hun regering in het Midden-Oosten. Zij vinden dat de tijd rijp is om meteen ook werk te maken van een regimewissel in Iran en Syrië. Maar de regering van president George W. Bush lijkt niet te ver voorop te willen lopen in vergelijking met de Europese bondgenoten.


De gebeurtenissen in het Midden-Oosten zijn in een stroomversnelling gekomen na de verkiezingen van 30 januari in Irak. Vooral de terugtrekking van de Syrische troepen uit Libanon, spreekt tot de verbeelding. Maar er is bijvoorbeeld ook de onverwachte belofte van Egypte dat bij de komende presidentsverkiezingen in de herfst voor het eerst verscheidene kandidaten zullen worden toegelaten.

Sommige neoconservatieven vergelijken de gebeurtenissen in het Midden-Oosten al met de situatie in Oost-Europa na de val van de Berlijnse muur. Ze vinden dat de regering-Bush het ijzer moet smeden terwijl het heet is en ook in Iran en Syrië moet aansturen op een democratische omwenteling. Maar de Amerikaanse regering kijkt voorlopig de kat uit de boom. Dat illustreert eerst en vooral de invloed van de realisten in Washington. Die vragen zich af of de evolutie in het Midden-Oosten wel zal uitmonden in meer democratie voor alle betrokken landen. Ze waarschuwen voor het risico dat een democratisering de islamistische groeperingen in de regio in de kaart kan spelen en daardoor kan leiden tot een nieuw cyclus van destabilisering en geweld.

De Amerikaanse terughoudendheid houdt waarschijnlijk ook verband met het nieuwe voornemen van Washington om het buitenlandse beleid meer af te stemmen met de traditionele bondgenoten in Europa. Volgens Geoffrey Kemp, het hoofd van de Midden-Oostenprogramma van het Nixon Centre in de Amerikaanse hoofdstad, wordt dat vooral duidelijk door de recente beslissing van president Bush om de aanpak van Iran te herbekijken. Voor het bezoek van Bush aan Europa vorige maand leek niemand in de Amerikaanse regering geneigd om Iran economische of andere tegemoetkomingen aan te bieden om het land te doen afzien van nucleaire programma’s die tot de aanmaak van kernwapens kunnen leiden. Maar nu toont Washington opeens begrip voor de onderhandelingen die Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk daarover met Iran voeren.

Amerikaanse neoconservatieven en andere haviken onder de medewerkers van vice-president Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld, hebben daar geen begrip voor. Ze vinden dat het nu de tijd niet is om verzoenende taal aan te slaan tegen regimes als die in Teheran en Damascus. In een stroom opinieartikels stelden de neoconservatieven de voorbije weken dat ze al lang hadden voorspeld dat de verkiezingen in Irak in heel het Midden-Oosten een reactie op gang zou brengen tegen repressieve regimes. De VS moeten die bewegingen steunen in plaats van met de onderdrukkers te blijven praten, vinden de neoconservatieven.

We staan aan het begin van een glorieuze, revolutionaire fase in het Midden-Oosten, stelde Charles Krauthammer vrijdag in een opiniestuk in de Washington Post. De gereputeerde neoconservatieve columnist vindt dat de VS moeten profiteren van die dynamiek en er absoluut voor moeten zorgen dat Syrië zijn troepen helemaal terugtrekt uit Libanon. Krauthammer maakt zich sterk dat dit meteen ook het begin van het einde zal betekenen voor de Syrische president Bashar Assad die Saddam Hoessein is opgevolgd als de belangrijkste negatieve factor in de regio. Syrië, een eiland van dictatuur in een zee van liberalisering, probeert wanhopig zijn buurlanden te destabiliseren, waarschuwt Krauthammer nog.

Krauthammer richt zijn pijlen niet enkel op de dictators in het Midden-Oosten, maar ook op de realisten in Washington. Zijn laatste opiniestuk in de Washington Post verwijst naar een column met als titel Niet te snel op de weg naar Damascus die op 3 maart in de New York Times verscheen. De auteur, Flynt Leverett, was tot 2003 verantwoordelijk voor het Midden-Oosten in de Nationale Veiligheidsraad die de Amerikaanse president adviseert. Volgens Leverett heeft het protest tegen de Syrische bezetting dat in Libanon losbrak na de moord op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri, inderdaad strategische kansen geschapen, “maar niet voor de riskante maximalistische koers die sommige in de Amerikaanse regering lijken te willen volgen. Volgens Leverett zal elke poging om een pro-westerse regering aan de macht te brengen in Damascus mislukken door de tegenstand van de anti-Amerikaanse Hezbollah, de grootste partij in het land, en nog tot meer instabiliteit leiden. Ook het verdwijnen van de Syrische president Assad houdt volgens Leverett risico’s in. Het meest waarschijnlijke gevolg zou chaos zijn, en de meest waarschijnlijke politiek orde die daaruit zou resulteren, zou zwaar islamistisch gekleurd zijn.

President Bush heeft Syrië vorige week donderdag opgeroepen zich uit Libanon terug te trekken - een standpunt dat eerder al door Frankrijk was ingenomen en zelfs in Saudi-Arabië wordt gedeeld. Maar insiders geloven dat de Amerikaanse president nog niet geneigd is actief bij te dragen tot de regimewissel in Iran en Syrië die de neoconservatieven zo vurig wensen. (PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift