Aminatta Forna: 'Wie een roman leest, leest de ziel van een gemeenschap'

Sierra Leone roept meteen het beeld op van gruwelijk geweld en uit de hand gelopen onderontwikkeling. Tijd om dat bij te stellen, vindt Aminatta Forna, de Brits-Sierra Leoonse schrijfster die onlangs haar tweede roman in het Nederlands publiceerde. Maanschaduw gaat over vrouwen, gemeenschappen en vooral over mensen zoals u en ik, mensen die gelukkig willen zijn.
‘Ik wou met Maanschaduw een beeld schetsen van de samenleving zoals ik die heb leren kennen in Sierra Leone, waarin vrouwen niet louter slachtoffer zijn, maar waar ze evenmin in een romantische ideaalwereld leven. We moeten proberen begrijpen hoe reële sociale verbanden werken en waarom ze werken. Vrouwen lijden weliswaar onder de patriarchale maatschappij, maar die zou niet kunnen bestaan als vrouwen ze niet ook ondersteunden.
Het uitgesproken patriarchale systeem van polygamie geeft sommige vrouwen ook reële macht, bijvoorbeeld de eerste vrouw of de moeder van de oudste zoon. Dat levert heel wat spanningen en conflicten op tussen vrouwen onderling, terwijl er tegelijk ook veel momenten zijn in zo’n dorpsgemeenschap waar vrouwen elkaar ongelooflijk steunen. De sisterhood waarover het in de literatuur zo vaak gaat, is een heel complex gegeven.’
‘In de dorpen kennen mensen de tradities en haar wetten, omdat die het leven er al honderden jaren in goede banen leiden. Het traditionele Afrika is een functioneel systeem op het platteland, ook al heeft men in het Westen de neiging rurale samenlevingen in de Derde Wereld af te schrijven als minder complex en minder goed uitgerust om in relatie tot de buitenwereld een toekomst te hebben. Met enige aanpassing zouden die eeuwenoude tradities ook werkbaar kunnen blijven in de toekomst. Want wat vandaag een “eeuwenoude traditie” heet, is natuurlijk ook het resultaat van een voortdurende confrontatie en onderhandeling met allerlei invloeden van buitenaf.’
‘De meeste pogingen om het Afrikaanse platteland te helpen -te ontwikkelen- zijn mislukt, omdat ze geen rekening hielden met de structuren en waarden die de samenleving er doen functioneren. Dat betekent niet dat we ons moeten afkeren van Afrika. Ik heb zelf een school helpen bouwen in mijn voorouderlijke dorp en dat is een enorm succes. Precies omdat ik me op bekend terrein begaf. Er was vanaf het begin een grote mate van wederzijdse aanvaarding: de mensen kenden mij en konden me in hun systeem een plaats geven, en ik kende hen en hun codes. Bovendien ging ik in op een vraag van hen en heb ik geweigerd de verantwoordelijkheid voor de school over te nemen. Het dorp heeft de school in een gemeenschapsvergadering aanvaard als een gemeenschapsproject. Wat betekent dat iedereen er tijd en energie in moet investeren. Op die manier was de school geen vreemd lichaam dat afgestoten zou worden, maar was ze een fundamenteel deel van de gemeenschap.
Mijn bijdrage bestond erin fondsen aan te trekken, maar vooral de bestaande regels en structuren te respecteren. En juist dat is het grote verschil met de meeste ontwikkelingsprojecten. Uiteindelijk is hulp niet het antwoord waarop Afrika zit te wachten. Zo lang er geen minimale economie is, helpt hulp immers niet. En om die economische fundamenten te leggen, moeten er op internationaal vlak ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Als Afrika van de Wereldhandelsorganisatie, het IMF en de Wereldbank echt kansen zou krijgen, dan volgen zaken als scholen, vrouwenrechten en gezondheidszorg bijna vanzelf. Maar het Westen verkiest de hypocrisie van een mondiaal systeem dat Afrika economisch uitsluit en uitzuigt, terwijl het feelgood-geld uitgeeft aan zogenaamde ontwikkeling. Het helpt niemand dat we witte armbandjes dragen en 50 euro storten voor het goede doel, als we niet bereid zijn onze manier van leven radicaal te veranderen.’
‘Ik ben grotendeels in Groot-Brittannië opgegroeid en voor een ander deel in Sierra Leone. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik moest kiezen tussen twee culturen, omdat ik ze gewoon altijd allebei bij me had. Dat lijkt trouwens de ervaring van zowat iedereen die ik ken met een dubbele culturele achtergrond. Wij hebben daar geen probleem mee, de rest van de omgeving blijkbaar wel. Het mengen van twee culturele achtergronden is niet zoals olie in water gieten, het is water bij water, ze kunnen perfect samengaan. Voor een schrijver is het bovendien een enorm voordeel als je de dingen door twee verschillende culturele brillen kan bekijken.’
‘De Portugezen die als eerste Europeanen voet aan wal zetten in West-Afrika dachten dat ze in het Aards Paradijs beland waren. Zij zagen niet dat de wildernis met haar overvloedige planten en vruchten in feite de tuinen en velden van hardwerkende vrouwen waren. Ze kenden de codes niet en waren blind voor de realiteit. Dat is nog altijd zo, omdat we Afrika zien door de bril van mensen als Joseph Conrad, die met zijn Hart der duisternis bijna eigenhandig de mythologische definitie van een continent gecreëerd heeft. Sindsdien is Afrika de Andere, de antithese van Europa. Nochtans zijn mensen gewoon mensen, waar ze ook wonen en welke maatschappelijke structuren ze ook ontwikkeld hebben. Misschien nog fundamenteler dan die Afrikaanse mythe is het feit dat rijke mensen vaak onvoorstelbaar arrogant zijn tegenover arme mensen. Europeanen gedragen zich in Afrika nog altijd alsof de zwarten niet bestaan.
Het is niet eens een kwestie van racisme, maar van macht. Wie de macht heeft, negeert de machtelozen. Dat was ook zo met mannen voor de komst van het feminisme: zij stonden er niet bij stil dat hun vrouwen en dochters ook een bijdrage konden leveren. Dat is vandaag net zo met geschoolde, stedelijke Afrikanen die er geen moment aan denken om naar het platteland te gaan en er de mensen te vragen welke toekomst zij wensen en welk land zij willen opbouwen.’
‘De vrouwen hoeden de verhalen. Dat is zo gegroeid in een samenleving waarin mannen aan de voordeur zaten en politieke gesprekken voerden, terwijl de vrouwen elkaar op het achtererf verhalen vertelden. Verhalen zijn in de eerste plaats bedoeld om te ontspannen of om te roddelen tijdens het koken. Dat betekent dat die verhalen je als lezer een intieme inkijk geven in het leven en de onderliggende waarden van mensen. Wie een roman leest, leest de ziel van een gemeenschap. Europeanen die in Afrika komen werken -als ontwikkelingswerkers, vredeshandhavers of zakenmensen- zouden zoveel mogelijk romans moeten lezen uit de regio waar ze naartoe gaan. Wereldbankrapporten en reisgidsen volstaan niet. Voor de Britse soldaten die naar Sierra Leone gingen in het kader van vredeshandhaving was De duivel die danste op het water [een andere roman van Forna, nvdr] verplichte lectuur. Vreemd toch dat alleen het leger zoiets verplicht, want in zo’n boek vinden ook andere expats essentiële informatie.’
‘Er zijn jammer genoeg weinig schrijvers in Sierra Leone. Dat komt vooral omdat 90 procent van de Sierra Leoners analfabeet zijn. Er is niet genoeg kritische massa om schrijvers te laten ontstaan en er is onvoldoende markt om boeken te verkopen. In Sierra Leone is er niet één echte boekhandel, en geen enkele uitgever die een roman kan of wil uitgeven. De korte opbloei van Afrikaanse literatuur in de jaren negentig werd gestopt door de aanzwellende crisissen in Afrikaanse landen, waardoor het levensgevaarlijk werd om een mening te hebben en te verspreiden. Velen moesten hun land verlaten. Iemand vroeg ooit: ‘Waar zitten ze, die Afrikaanse schrijvers?’, waarop een collega antwoordde: ‘Ze zemen de ramen, ze poetsen de vloeren.’ En nu de samenleving een beetje normaliseert, moeten we opboksen tegen tv en video.’

Maanschaduw door Aminatta Forna is uitgegeven door Meulenhoff. 320 blzn. ISBN 90-290-7759-X


Reageer via info@mo.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur