Analisten sceptisch over groeicijfers Latijns-Amerikaanse economie

De economie in Latijns-Amerika gaat dit jaar
weer aan het groeien. Dat is het goede nieuws uit het jaarlijkse rapport van
de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben (ECLAC). Maar
analisten wijzen erop de groei niet volstaat om de Latijns-Amerikaanse
landen te laten herstellen van de zware klappen die ze de voorbije jaren
hebben gekregen.


Het rapport van de ECLAC voorspelt dat de economie op het continent in 2003
met 1,5 procent zal groeien. Dat is beter dan de negatieve groei van 0,6
procent die Latijns-Amerika vorig jaar nog liet optekenen. “Maar 2002 was
dan ook een bijzonder slecht economisch jaar, en daarom een beroerde
referentie”, zegt Alejandro Vanoli, een professor internationale economie
aan de Universiteit van Buenos Aires.

“Neem Argentinië, dat dit jaar volgens de ECLAC met 5,5 procent naar
verwachting de sterkste groeier van het continent wordt. Vorig jaar kromp de
Argentijnse economie nog met 10,9 procent. In 2001 ging ze met 4,4 procent
achteruit en ook in de twee jaren daarvoor tekende ze een negatieve groei
op. Je kan bezwaarlijk beweren dat de Argentijnse economie definitief
wegklimt uit het dal”, zegt Vanoli.

De voorzichtige groei van het bruto binnenlands product (bbp) in de meeste
Latijns-Amerikaanse landen komt er volgens de ECLAC onder andere door een
geslaagd rentebeleid. Door de interesten op spaargeld te verlagen, stijgt de
consumptie en krijgt de economie zuurstof. In Chili, waar het VN-orgaan zijn
thuisbasis heeft, gaat de daling van de rente samen met een meer
competitieve wisselkoers waardoor bovenop een toenemende binnenlandse vraag,
ook de export vergroot. De economie zou er dit jaar met 3,5 procent groeien.
Brazilië mag zich voor het derde jaar op rij verwachten aan een groei van
1,5 procent.

Maar de ECLAC ziet ook factoren die het beginnend economisch herstel weer
kunnen afremmen. Zo zal de Argentijnse regering door nieuwe afspraken met
het Internationaal Monetair Fonds over het afbouwen van de overheidsschuld,
niet te veel geld kunnen investeren in haar eigen economie. Ook van het
buitenland kan geen forse injectie worden verwacht, zegt de ECLAC, want
wereldwijd is de economie aan het stagneren.

Kleinere Latijns-Amerikaanse landen, die in hoge mate afhankelijk zijn van
de uitvoer, zouden het daarom minder goed doen. Uruguay, dat tussen Brazilië
en Argentinië ligt geprangd, zou een negatieve groei kennen van 2,5 procent,
nadat het bbp in 2002 er al met 10,7 procent achteruit ging. Alleen
Venezuela, dat 13 procent van zijn bbp moet inleveren, krijgt een nog
slechtere voorspelling van de ECLAC.

De Colombiaanse economie zou het dit jaar goed doen, met een groei van 2,5
procent, nadat het bbp in 2000 en 2001 al met 1,5 procent steeg. Hoewel het
land al vier decennia verstoord wordt door een burgeroorlog, slaagt de
rechts-conservatieve president Alvaro Uribe er in een klimaat te scheppen
waarin ondernemers en investeerders zich een stuk zekerder voelen.

“Door zijn autoritaire optreden en hogere defensie-uitgaven slaagt Uribe er
in op zijn minst het beeld van stabiliteit te creëren dat het land nodig
heeft”, zegt Libia Sánchez, de voorzitter van de Colombiaanse Vereniging
voor Economisten. “Maar structureel heeft Colombia net hetzelfde probleem
als andere landen in Latijns-Amerika: een werkloosheidsgraad van 33 procent,
een ondertewerkstelling van 33 procent en lonen die zijn teruggevallen tot
het niveau van tien jaar geleden.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift