Anticiperen op de noden van arbeidsmigratie

In een recent rapport over arbeidsmigratie roept de Wereldbank dat toekomstige herkomstlanden en bestemmingslanden nu moeten anticiperen op toekomstige noden op de globale arbeidsmarkt.
Tegen 2050 zal de Europese arbeidsmarkt gekrompen zijn tot 66 miljoen werknemers. Vooral aan mensen met een gemiddelde opleiding zal er een tekort zijn. Tegelijk zal de arbeidsmarkt in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) een overschot tellen van meer dan veertig miljoen. Dat staat in het Wereldbankrapport Shaping the future: a long term perspective of people and job mobility for the Middle East and North Africa.

‘Om de kansen op de Europese arbeidsmarkt te grijpen, moeten de opleidingsniveaus en de participatie van vrouwen gevoelig verbeteren’, zegt Leila Zlaoui, auteur van het rapport. Ze voegt eraan toe dat migratie geen panacee mag zijn voor de werkloosheidscijfers in de MENA-landen. Er zijn dringend economische hervormingen nodig om nieuwkomers op de arbeidsmarkt te kunnen bedienen: marktdiversificatie, stimuli voor privé-ondernemingen en een jaarlijkse jobcreatie van vier miljoen.

De MENA-regio kent een jaarlijkse groei van 3,4 procent op de arbeidsmarkt, maar blijft kampen met hoge werkloosheidscijfers. Een op de twee personen uit de actieve bevolkingslaag (tussen 15 en 64 jaar) zit zonder job, en het aantal werkloze jongeren is het hoogste ter wereld. Meer dan 25 procent daarvan zijn schoolbankverlaters met een relatief goede opleiding. De aanbevelingen in het rapport zijn duidelijk: vergrijzende landen en MENA-landen moeten een gezamenlijk integratieproces naar een globale arbeidsmarkt starten. Dat betekent nù ageren. Het duurt namelijk tien tot twintig jaar om competente en “marktconforme” werknemers op te leiden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur