Antwerpen loopt Achter

Benieuwd of ’t Stad de dossiers van de voorbije regularisatiecampagne al heeft doorgestuurd. De aanvraagperiode van de campagne is intussen acht maanden voorbij, net zoals deadline die Antwerpen zichzelf oplegde.
Even recapituleren. Het hoofdpersonage is in deze de mens zonder papieren. Jaren heeft die illegaal in de kantlijn van ’t Stad geleefd. Overleven deed hij door in ’t zwart te werken, in de schaduw van de Boerentoren en het stadhuis. Die van de schepenzaal wisten ervan –‘natuurlijk, hoe kunnen die mensen anders een boterham eten en op een droge matras slapen?’
Het gedoogbeleid kabbelde, de ene dag met wat meer deining dan de andere, maar toch. En dan besliste de regering-Van Rompuy vorig jaar om toch te zwichten voor een algemene regularisatiecampagne van mensen “in illegaal verblijf”. De Antwerpse sp.a steigerde. Burgemeester Patrick Janssens en OCMW-voorzitster Monica De Coninck riepen vooraf al de noodtoestand uit.
Die van Brussel leefden in een ivoren toren, vonden ze. Ze kenden daar de Antwerpse schaduw niet, en nog minder kenden ze de zonnekant waar je mensen een leefloon en huisvesting moet geven, deftig Nederlands moet leren praten en officiële beroepsvaardigheden moet aanleren. Een tsunami van tussen de 15.000 en 40.000 mensen zou zich aandienen om uit de schaduw te stappen.
Antwerpen is inderdaad de gemeente met de meeste regularisatie-aanvragen in Vlaanderen, maar het werden er minder dan verwacht –7200. Dat is toch nog genoeg om dwars te zitten, bokte de stad. Tegen alle federale regels in besliste het Antwerpse schepencollege op 16 juli om 4000 van de 7200 regularisatie-aanvragen pas aan de federale overheid te bezorgen nadat de stad eerst eigen inhoudelijke adviezen bij al die individuele dossiers had opgesteld. Dat betekende extra achterstand bovenop de achterstand die de stad al had opgelopen, in juni had Antwerpen immers nog maar 1117 dossiers kunnen verwerken.
Zelfs met gebrek aan middelen nemen we ons werk nu eenmaal ernstig, zei De Coninck. De stad onderzoekt niet alleen het opgegeven adres van de aanvragers zeer nauwgezet –desnoods tien keer. De stad checkt nu ook zelf, in de plaats van de Dienst Vreemdelingenzaken die daarvoor bevoegd is, of al die aanvragers echt duurzame banden hebben om definitief te blijven. Ze checkt ook of diegenen die een tijdelijke verblijfsvergunning vragen via een arbeidskaart wel een serieus contract in handen hebben.
Het klopt dat nogal wat aanvragers een nepcontract hebben ingediend, zeker in de laatste dagen van de aanvraagperiode, zeggen Antwerpse hulpverleners. Maar er zijn er ook anderen, die met de tijd hun verdiende kansen op regularisatie voorbij zien glijden. ‘Het lange wachten eist een psychische tol voor de mensen die echt gelukkig waren dat ze hun situatie eindelijk konden rechttrekken’, zegt Tetty Rooze van het Antwerps protestants sociaal centrum. ‘Mensen verliezen de moed. Onze medewerkers verwijzen steeds vaker mensen naar de geestelijke gezondheidszorg door.’
Het wachten duurt ook te lang voor bereidwillige werkgevers –die een arbeidscontract aanboden om iemand zonder papieren in de toekomst met papieren in dienst te nemen. ‘Zij verlengen de termijn niet en nemen intussen iemand anders in dienst’, zegt Rooze. Die regularisatieaanvragers moeten op zoek naar een andere hulpvaardige werkgever die hen op termijn in dienst wil nemen. Nadeel: ze grijpen misschien naast de regularisatie. Voordeel: ze leren alvast goed solliciteren. De bluts met de buil, niet?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur