Anurag Kashyap: ‘Cinema is meer dan louter entertainment’

Elk jaar haalt het Open Doek Filmfestival buitenlandse regisseurs naar België. Voor de twintigste editie van het festival strikten ze onder andere de eigenzinnige Indische regisseur Anurag Kashyap. Open Doek programmeerde vier films van Kashyap, een primeur voor België.

  • Anurag Kashyap.

Anurag Kashyap: Ik ben heel blij dat mijn films eindelijk in België vertoond worden. Ik ben een grote fan van de films van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Onlangs zag ik ook de film Rundskop, die ik erg goed vind.

Ik voel me zeer vereerd dat Open Doek mijn films vertoont. Vroeger geraakten mijn films India niet uit. Nu worden ze plots in heel Europa vertoond en word ik op verschillende festivals uitgenodigd. Dat is een mooie beloning en bevestiging van mijn werk.

Hoe kwam het festival bij u uit?

Dat gebeurde via artistiek leider Marc Boonen. Hij had de film That Girl in Yellow Boots op een ander filmfestival gezien en heeft daarna ook mijn andere films bekeken. Hij contacteerde me en zei dat Open Doek mijn films wou vertonen. Hij vroeg ook me of ik niet naar het festival wilde komen. Ik zei meteen ja.

De openingsfilm van Open Doek was Trishna. U bent coproducer van de film en speelt er ook een kleine rol in. Hoe ging dat in zijn werk?

Regisseur Michael Winterbottom kwam naar India om de film op locatie te draaien. Hij had maar een beperkt budget en contacteerde mij om te kijken hoe dat mogelijk zou zijn. Zo werden ik en mijn collega Guneet Monga coproducers van de film.

Zelf ben ik een enorme fan van Winterbottom. Hij is een heel productieve regisseur en filmt op een heel organische manier. Hij wou dat mijn vrouw Kalki Koechlin en ik kleine rollen speelden in Trishna. Dat was een heel leerrijke ervaring: Michael schrijft namelijk nooit zijn scènes uit. Hij creëert een bepaalde situatie en dan is het aan de acteurs om te improviseren. Als je de definitieve versie van dat gesprek in de film ziet, zie je het werk van een genie.

Als student wou je wetenschapper worden. Hoe ben je in de filmwereld terechtgekomen?

Vroeger zagen wij alleen maar Bollywoodfilms, waarin veel gedanst en gezongen werd. Ik had nog nooit een Hollywoodfilm gezien. Na mijn studies microbiologie ben ik naar een filmfestival in Dehli getrokken. Ik zag er tien dagen lang vijf films pers dag. En dat veranderde mijn hele visie over cinema. Ik besefte dat cinema niet enkel entertainment was, maar dat het meer kon betekenen.

Ik liet meteen alles vallen en trok naar Mumbai, het filmcentrum van India. Ik begon er met het schrijven van dialogen voor films.

Uw eerste stappen in de filmindustrie liepen niet zo vlot?

Neen, ik schreef geen volledige filmscripts. Enkel de teksten die de acteurs moesten zeggen. Ik deed dat niet altijd even graag, want ik ging niet altijd akkoord met het sentimentele aspect van de Indiase cinema. Maar uit financiële overwegingen deed ik het toch.

Ook als regisseur moest ik worstelen in het begin. Het was moeilijk om mensen te overtuigen om met geld over de brug te komen. Iedereen vroeg zich af waarom ik per se ‘donkere en depressieve films’ wilde maken. Mijn eerste twee films werden meer dan zeven jaar lang verboden in India. Tot een rechter van het hooggerechtshof de film in een illegale versie zag en besloot dat de film absoluut vrijgegeven moest worden. Dat was mijn debuutfilm Black Friday.

In 2005 won u daarmee de Grand Jury Prize op het Indian Film Festival in Los Angeles.

Black Friday reisde de wereld rond en baande de weg voor de andere films die ik wilde maken. Eén na één kwamen mijn films uit. Het geld kwam gemakkelijker binnen en langzaamaan steeg het aantal toeschouwers. Filmfestivals namen mijn films op. Ze zagen films die gemaakt werden in de Indiase mainstream, maar die niet helemaal met die stroom mee zwommen. In 2009 mocht ik in de jury van het Filmfestival van Venetië zitten en erna begon ik ook films te producen. Alles is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt.

Uw vrouw speelt de hoofdrol in That Girl in Yellow Boots. Zitten er meer verwijzingen naar jouw eigen leven in je films?

Uiteraard. Veel films die ik maak, putten uit mijn persoonlijke leven of zijn mijn reactie op bepaalde gebeurtenissen. Ik was sinds de middelbare school samen met mijn eerste vrouw en plots liep ons huwelijk op de klippen. Dat was heel moeilijk te verwerken. De film Dev. D uit 2009 ontstond uit die crisis.

Veel komt uit mijn eigen leven, maar er is bijna altijd een externe aanleiding. Zo las ik een aantal jaren geleden een krantenartikel over een vader die zijn dochters had misbruikt en daardoor kwamen herinneringen uit mijn jeugd naar boven. Die traumatische ervaring vormde de genesis van That Girl in Yellow Boots.

Wat vind u van dit festival?

Ik vind het een leuk festival. Er is een heel goede selectie van films en Open Doek wordt georganiseerd door zeer bekwame mensen. Het is de eerste keer dat ik in België ben en ik had niet verwacht dat het allemaal zo goed georganiseerd zou zijn. Wat ik wel jammer vind, is dat de meeste films geen Engelse ondertiteling hebben. Daardoor kan ik veel films niet volgen. (lacht)

© 2012 – StampMedia – Pieter Neirinckx

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift