Anwar Ibrahim: 'Moslims moeten antwoorden met vooruitgang'

Begin de jaren negentig was Anwar Ibrahim een rijzende ster maar de Maleisische politicus eindigde het decennium als gevallen engel in de cel. Op dit moment omschrijft het zakenblad Asia Inc. hem opnieuw als een Come Back Kid and Next-Gen Leader. ‘We komen graag en luidruchtig op voor mensenrechten als ze geschonden worden door de Amerikanen, maar we zwijgen als de dictaturen onder islamitische vlag opereren.’

Anwar Ibrahim heeft alle hoeken van het politieke bedrijf gezien. Hij begon als activist in de islamitische studentenbeweging van Maleisië en schopte een paar keer hard tegen de schenen van het establishment in Kuala Lumpur. Daarop werd hij binnengehaald in de heersende politieke familie en de regering, waarin hij na korte tijd gold als de onbedreigde troonopvolger van Maleisië’s Lider Maximo, Mahatir bin Mohamad.

Toen in 1997 ook Maleisië’s economie kopje onder ging tijdens de Zuidoost-Aziatische crisis, botsten de twee tenoren over de te volgen koers. Anwar pleitte voor een meer marktgerichte economie en een meer open politieke huishouding, Mahatir hield het op staatstussenkomst en politieke status-quo. Zijn economische koers was volkomen onorthodox, maar bleek succesvol. Anwar bleef echter aandringen op een fundamentele maatschappelijke hervorming, Reformasi in het Bahasa, tot Mahatir zijn kroonprins beschuldigde van homoseksualiteit en corruptie.

Anwar verdween voor zeven jaar achter de tralies, ook al werd zijn veroordeling voor homoseksuele praktijken ongeldig verklaard. Sinds zijn vrijlating in 2004 is hij weer even actief als ooit -‘met meer passie voor vrijheid en mensenrechten’, preciseert hij. MO* sprak met Anwar Ibrahim over islamitische politiek, democratische principes en goed bestuur.

Anwar Ibrahim: Democratieën overleven niet lang als ze moeten functioneren in een uitgesproken corrupte of extreem arme omgeving. In zulke omstandigheden wordt de echte democratie al snel herkneed tot zacht autoritaire vormen van staatsorganisatie of tot een staat die functioneert op basis van zogezegd Aziatische Waarden -om de terminologie te lenen die de autoritaire leiders van Maleisië en Singapore gebruiken. 

Een systeem dat mensen geen echte zeg geeft over hun maatschappelijke organisatie is géén democratie, meer woorden heb ik daarvoor niet nodig. Als de verkiezingen niet vrij en eerlijk zijn, als fraude het systeem rechthoudt, als de justitie niet onafhankelijk werkt en de media zijn niet vrij, wie wil zo’n land dan nog een democratie noemen?

In Maleisië vinden wel geregeld vrije verkiezingen plaats.
Anwar Ibrahim: Verkiezingen alleen leveren nog geen democratie op. Dat hebben we onlangs nog gemerkt in Thailand, waar premier Thaksin Shinawatra toonde hoe je een democratie kan kapen als er geen sterke instellingen zijn om haar te beschermen. Het misbruik dat onder zijn bewind plaatsvond was zo brutaal dat zelfs een aantal -uitgesproken democratische- vrienden van mij sympathie opbrachten voor de militaire staatsgreep vorig jaar. Tenminste, in het begin gaven ze de militairen het voordeel van de twijfel. Indonesië laat dan weer zien dat een diepgaande en stabiele democratisering maar mogelijk is indien de wijdverbreide armoede én de corruptie van de overheid aangepakt worden.

Hoe belangrijk is het economisch beleid om islamitische landen op weg te zetten naar meer democratie?
Anwar Ibrahim: Democratie zonder een goed draaiende economie is niet denkbaar. En een duurzame economie is onmogelijk zonder volgehouden investering in degelijk onderwijs. Het is cruciaal om een duidelijk ontwikkelingsbeleid te hebben, best in het kader van een functionerende markteconomie. We moeten open staan voor buitenlandse investeringen, omdat er -buiten de olieproducerende landen- vaak een gebrek aan lokale investeringscapaciteit is.

Maar een focus op de economie is onvoldoende, als er niet tegelijk werk gemaakt wordt van bijkomende investeringen in onderwijs, basisinfrastructuur en technologische vernieuwing. IMF en Wereldbank hebben het vaak bij het juiste eind als ze pleiten voor macro-economische hervormingen, maar vergeten daarbij te vaak rekening te houden met de behoeften van mensen die in armoede leven, de nood aan goede en toegankelijke medische zorgen, bijvoorbeeld.

In 1988 was u voorstander van de IMF-aanpak. Dat bracht u onder andere in conflict met Mahatir. Achteraf bleek dat het IMF zich in Zuidoost-Azië grondig vergist had, ze gaven dat zelfs zelf toe.
Anwar Ibrahim: Je moet feit van propaganda onderscheiden. In 1993, ik was toen al minister van Financiën, realiseerden we een budgetoverschot en stopten we met lenen bij de Wereldbank. Zo lang ik in de regering zat, moest Maleisië zich nooit tot het IMF wenden. We konden dus ook niet gedwongen worden hun voorwaardenbeleid te ondergaan -zoals wel het geval was in Indonesië, Thailand, de Filipijnen en zelfs Zuid-Korea. Meer zelfs: wij bezorgden Indonesië een miljard dollar om de crisis in 1997 te boven te komen.

Ik heb zelfs uitdrukkelijk gepleit tégen de voorwaarden die Indonesië opgelegd werden -zoals het schrappen van alle subsidies aan rurale ontwikkeling- omdat zo’n aanpak voor een sociaal drama zou zorgen. In 1998, toen ik in de gevangenis zat, is Mahatir teruggekeerd naar de Wereldbank om er leningen af te sluiten. Ik was het inderdaad wél eens met sommige IMF-voorschriften. Het schrappen van een aantal megaprojecten bijvoorbeeld. Maar ik heb nooit gezegd dat onderwijs, rurale infrastructuur of openbare gezondheidszorg moesten worden teruggeschroefd. Maar waarom zou je, in tijden van diepe financiële crisis, doorgaan met de bouw van een miljarden kostende nieuwe hoofdstad?

Hoe verschillend was het islamitisch activisme van de jaren zeventig, waarmee u opgroeide in Maleisië, van het salafisme dat vandaag in Zuidoost-Azië opgang maakt?
Anwar Ibrahim: De fundamentele inspiratie is misschien niet zo verschillend. De radicalisering is er vooral gekomen door de repressie tegen de activisten. Geef die jonge mensen de kans om te participeren aan beleid en maatschappij-opbouw, dan zal je zien dat ze een veel minder harde lijn zullen aannemen. Maar als er op je geschoten wordt in plaats van naar je geluisterd…

In Zuid-Thailand zijn het vooral de activisten die schieten op burgers.
Anwar Ibrahim: Neenee. Het geweld komt van beide kanten. Ik ken die activisten van Zuid-Thailand al decennia. Ik wéét dat ze niet zelf geweld zouden gebruiken als ze er niet toe gedreven werden. Ik ben het niet eens met hun reactie, maar ik ben er wel van overtuigd dat ze ertoe geprovoceerd werden. Je blijft de Palestijnen toch ook niet voorhouden dat ze zich netjes moeten gedragen, naar school moeten gaan, niet met stenen mogen gooien… Het verschil tussen Israël en Thailand is dat er binnen de Thaise regering nog genoeg rationele stemmen aanwezig zijn die pleiten voor een geweldloze oplossing voor het conflict.

U pleit voor dialoog en zelfs constructieve samenwerking met extremistische groepen zoals Hamas.
Anwar Ibrahim: Ik ga inderdaad in debat met Hamas of de Egyptische Moslimbroeders. Dat doe ik ook met de VS, al verwerp ik grote delen van het Amerikaanse regeringsbeleid. Toen Robert Zoellick nog minister van Buitenlandse Handel was, heb ik een aantal heel stevige meningsverschillen met hem gehad, onder andere over het feit dat Washington de moord op duizenden mensen in Palestina gedoogt, louter uit schrik voor een islamitische staat.
Nogmaals: je hoeft het niet eens te zijn met Hamas, maar je kan ook niet ongestraft om de decennialange vernedering en verknechting van het Palestijnse volk heen blijven lopen. Elke partij die zich houdt aan de regels van de meerpartijendemocratie verdient betrokken te worden bij een politieke dialoog, ook als ze voorstander is van de sharia.

Veel mensen vrezen dat de sharia juist niet compatibel is met een pluralistische, democratische samenleving.
Anwar Ibrahim: Wat bedoelen ze met sharia? Wat ik begrijp van de grote moslimdenkers is dat er geen islam of sharia bestaat zonder fundamentele gewetensvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Sharia houdt noodzakelijk rechtszekerheid in, en ook de onschendbaarheid van leven en eigendom. Mij lijkt dat allemaal nogal dicht bij de democratische idealen van Thomas Jefferson te liggen, al zijn er natuurlijk wel de onvermijdelijke kleurschakeringen die samenhangen met diverse culturele tradities. De fundamentele principes van de islam moeten afgetoetst worden op hun praktische haalbaarheid binnen de hedendaagse pluralistische en gemondialiseerde wereld. Wat jullie moeten afleren, is om vanuit het Westen te dicteren welke taal aanvaardbaar is om politiek te bedrijven.

De taal mag verschillen, maar geldt dat ook voor de fundamentele basisrechten?
Anwar Ibrahim: De fundamentele beginselen van rechtvaardigheid en vrijheid mogen absoluut niet ter discussie staan. Het is onaanvaardbaar dat duizenden mensen van de straat of uit hun bed gelicht worden om ze zonder proces op te sluiten, ongeacht of die praktijk in Maleisië of in de Verenigde Staten plaatsvindt.

De wereld moet kordaat optreden tegen extremisten zoals al-Qaeda, die buiten de hoofdstroom van de islamitische traditie staan, maar regeringen mogen de democratie zelf niet ondermijnen. Er mogen geen compromissen gesloten worden over rechtsstaat en rechtszekerheid. In het Westen wordt elke afwijking van de eigen geschiedenis ervaren als bedreigend.

In Groot-Brittannië verzeilde ik onlangs in een agressief debat over Indonesië. De basisstelling was dat je de moslims daar toch nooit mocht vertrouwen of geloven op hun democratische erewoord, want kijk: ze verbieden pornografie. Komaan zeg, give them a break! Democratie gaat over rechtvaardigheid, gelijkheid voor de wet en waardigheid voor mannen en vrouwen. Als ze daaraan werken en ze hebben op dit moment behoefte om porno te bannen, laat ze dan toch hun eigen weg zoeken en hun eigen groei realiseren. Waarom beschouwt het Westen zich toch altijd als de standaard en het voorbeeld voor iedereen op deze aarde?

In sommige islamitische landen worden niet-moslims wettelijk gediscrimineerd.
Anwar Ibrahim: Moslims moeten niet-moslims in een overwegend islamitische samenleving behandelen als evenwaardige burgers. In de meeste grondwetten is dat ook voorzien, alleen wordt het vaak niet toegepast. Maar kijk naar Europa, waar volgens de grondwet van alle landen alle burgers gelijk zijn voor de wet -toch vindt er langdurige, systematische discriminatie plaats van minderheden. Ik zeg dit niet om de fouten van de islamitische landen te vergoelijken, maar om aan te tonen dat zowat elke natie nog veel werk voor de boeg heeft vooraleer ze haar eigen plechtige principes realiseert.

Op een conferentie in Dubai kreeg ik luid applaus voor een scherpe veroordeling van het Amerikaanse optreden in Irak, meer bepaald in Abu Ghraib. Toen ik verder ging met de uitnodiging om ook eens nauwkeurig te kijken naar de gevangenissen in het Midden-Oosten en de islamitische wereld, werd ik begroet met een ijzingwekkende stilte. We zijn gewoon niet consequent. We komen graag en luidruchtig op voor mensenrechten als ze geschonden worden door de Amerikanen, maar we zwijgen als de dictaturen onder islamitische vlag opereren.

Anderen zijn geneigd om juist het geweld dat door woedende moslims gepleegd wordt te vergoelijken.
Anwar Ibrahim: Ik heb er geen probleem mee dat Pakistaanse moslims op straat komen tegen de Deense Mohammedcartoons. Ik wijs wel elk gebruik van geweld af. Moslims moeten geen gebouwen in brand steken om hun verontwaardiging te uiten. Ze moeten antwoorden met vooruitgang, met constructieve daden. Er zouden veel meer moslimstemmen moeten klinken die de moed hebben dit standpunt onverkort te verkondigen.

De roep om respect voor de mensenrechten en de rechtsstaat in Pakistan is geen westerse samenzwering tegen een islamitische cultuur. De Pakistaanse vader des vaderlands, Mohammed Ali Jinnah zei al in 1957: ‘We moeten dringend optreden tegen de maatschappelijke kanker van corruptie. En we moeten ervoor zorgen dat het leger het bestuur van het land teruggeeft aan zijn burgers en terugkeert naar zijn kazernes.’ Toen ik deze woorden citeerde in Islamabad, zei iemand me: ‘Het probleem in Pakistan is dat we intussen in elke straat van het land wel een kazerne hebben.’

U klinkt alles bij elkaar behoorlijk pessimistisch over de islamitische wereld?
Anwar Ibrahim: Het is alvast moeilijk om in het Midden-Oosten grond voor optimisme te vinden. Tenzij de Amerikanen plots besluiten zich snel terug te trekken uit Irak. Tenzij er op zeer korte termijn een oplossing gevonden wordt voor het Israëlisch-Palestijns conflict. Tenzij er meteen een einde komt aan de mishandeling van de Palestijnen die nu al vijftig jaar aansleept. Mijn beperkte ervaring van zes jaar eenzame opsluiting heeft me meer dan ooit een gepassioneerd voorvechter van de mensenrechten gemaakt.

Het belangrijkste tegengif voor het heersende en terechte pessimisme in het Midden-Oosten is dan ook de steun die we kunnen geven aan de Palestijnse civiele samenleving. Ik geloof dat de mensen in het Midden-Oosten en in Azië een consequente steun voor hun eigen initiatieven en bewegingen zullen herkennen en appreciëren. Het alternatief -blijvende steun voor corrupte en ondemocratische regimes- zorgt voor groeiende frustratie en verwerping van het Westen.

Lees ook de reportage Het Bruto Nationaal Probleem van Maleisië uit 1999, met daarin o.a. een gesprek met de vrouw van Anwar Ibrahim die op dat moment bezig was een politieke partij op te richten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur