'Aquacultuur tegen 2030 goed voor 62 procent visconsumptie'

Als de wereldwijde visvangst stabiliseert en de vraag naar vis bij de groeiende middenklasse substantieel toeneemt, zal aquacultuur tegen 2030 bijna twee derde van de wereldwijde visconsumptie produceren. En dat biedt kansen voor ontwikkelingslanden. Dat blijkt uit een rapport over de wereldwijde handel in vis van de Wereldbank, FAO en IFPRI.

  • CC Worldfish Een viskweker weegt een vis uit zijn vijver voor de oogst, Barguna, Bangladesh. Aquacultuur kan in kleinschalige visserijgemeenschappen een belangrijke bron van werkgelegenheid, voedsel en economische groei vormen. CC Worldfish

De wereldwijde handel in vis situeert zich voornamelijk tussen ontwikkelings- en ontwikkelde landen, waarbij de eersten vooral uitvoeren en de laatsten invoeren. Volgens de Wereldvoedselorganisatie van de VN (FAO) wordt vandaag ongeveer 38 procent van de gevangen en gekweekte vis in de wereld uitgevoerd, en richt meer dan twee derde van de export (in waarde) vanuit ontwikkelingslanden zich op de ontwikkelde wereld. De visconsumptie in die ontwikkelingslanden zelf wordt echter verwacht sterk toe te nemen, met een verschuiving van de wereldhandel tot gevolg.

Stijgende vraag en aanbod

China wordt als vismarkt steeds groter, en zal volgens de voorspellingen in het rapport tegen 2030 38 procent van de wereldwijde visconsumptie uitmaken. Ook de vraag in andere Aziatische landen stijgt, waardoor het continent tegen 2030 in totaal goed zal zijn voor 70 procent van de wereldwijde consumptie. De consumptie per capita in Sub-Sahara Afrika zal daarentegen dalen, met 1 procent per jaar tussen 2010 en 2030. Door de groeiende bevolking in het gebied zal de totale visconsumptie er echter eveneens toenemen, met naar schatting 30 procent.

Om aan die groeiende vraag te voldoen, investeren verschillende landen — waaronder China — volop in aquacultuur. Het rapport voorspelt dat 62 procent van de vis voor menselijke consumptie tegen 2030 afkomstig zal zijn van die aquacultuur, tegenover slechts 45 procent vandaag, met de grootste stijging in aanbod van tilapia, karper en meerval. De wereldwijde tilapia-productie zal bijna verdubbelen tussen 2010 en 2030, van 4,3 miljoen ton tot 7,3 miljoen ton.

Doordacht beleid nodig

Volgens Juergen Voegele, directeur van de afdeling Landbouw en leefmilieu binnen de Wereldbank, bieden aquacultuur en visserij kansen voor ontwikkelingslanden. Vooral in kleinschalige vissersgemeenschappen vormen ze een belangrijke bron van werkgelegenheid, voedsel en economische groei. “Maar dan moeten de investeringen in visproductie wel gepaard gaan met een weldoordacht beleid, om de duurzaamheid te garanderen”, waarschuwt hij.

“Vis produceren zonder natuurlijke hulpbronnen uit te putten en het aquatische leefmilieu te beschadigen, blijkt in de praktijk immers een grote uitdaging. Vandaag is er nog steeds sprake van onverantwoorde praktijken, die op lange termijn de productie hypothekeren. Maar als ontwikkelingslanden erin slagen hun natuurlijke hulpbronnen op een juiste manier te beheren, kunnen zij zeker profiteren van de verschuivende wereldhandel.”

Ook Árni M. Mathiesen van de FAO benadrukt dat investeringen in aquacultuur, op een duurzame manier beheerd, positieve effecten kan hebben op lange termijn. “Gezien onze aarde tegen 2050 negen miljard mensen zal tellen, kan aquacultuur een substantiële bijdrage leveren aan de wereldwijde voedselzekerheid en de economische groei.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift