Arabische milieugroepen waarschuwen voor ecologisch inferno

Toen de troepen van Saddam Hussein in 1991 op enkele dagen tijd 732 Koeweitse olievelden in brand staken, ontketenden zij een milieuramp van formaat, waarvan de gevolgen zelfs vandaag nog voelbaar zijn in de Golfregio. Een mogelijke nieuwe Golfoorlog zou deze keer kunnen leiden tot een nog veel grotere milieucatastrofe.



Veel waarnemers maken zich zorgen over het officiële stilzwijgen over de ecologische impact van het op handen zijnde conflict in de Golfregio. Zo bestaat onder andere de vrees dat een Amerikaanse aanval op Irak Saddam ertoe kan aanzetten om via de tactiek van ‘verschroeide aarde’ ongeveer 1.000 olieputten in Irak in brand te steken. In een recent interview met CBS News uit de VS heeft Saddam wel al meegedeeld dat hij dat niet van plan is als er oorlog zou komen. Irak verbrandt niet zomaar zijn rijkdommen en vernielt niet zomaar zijn dammen, zei hij.

Volgens Inad Khairallah van het Dar Al Khaleej Onderzoekscentrum in Sharjah, een van de zeven Arabische emiraten, hebben de geallieerde troepen tijdens de Golfoorlog van 1991 meer munitie verschoten dan alle vuurkracht die tijdens Wereldoorlog I en II samen is gebruikt. Dat heeft volgens de onderzoeker aanzienlijke milieugevolgen gehad. Zo is de wintertemperatuur in de Golfregio gestegen. Velen schrijven dit toe aan de algemene opwarming van de aarde, maar de stijging was meteen na de oorlog van 1990-1991 duidelijk merkbaar. Khairallah waarschuwt dat een volgende oorlog wel eens nefast zou kunnen zijn voor alle inspanningen die zijn geleverd om de regio beter bewoonbaar te maken. Er is hard gewerkt om de woestijn om te vormen tot oases. Sommige landen in deze regio hebben meer groen dan andere landen waar de weersomstandigheden veel gunstiger zijn, aldus Khairallah. Als er oorlog komt, worden al die inspanningen in een klap van tafel geveegd.

In 1991 gingen elke dag ongeveer zes miljoen vaten olie in rook op - tien procent van het dagelijkse wereldverbruik aan olie. Daardoor kwam 500 miljoen ton koolstof in de atmosfeer terecht. Tot 2000 kilometer verder in Iran werden in stalen op boerderijen olie, roet, zwavel en ander vuil aangetroffen. De Irakezen dumpten ook acht miljoen vaten olie in de Indische Oceaan en ongeveer zestig miljoen vaten in de woestijn van Koeweit. De olie vormde er plassen die op sommige plaatsen zo diep waren als een zwembad. Dertien jaar later sijpelt de olie er nog altijd in de woestijnbodem.

Een eventuele nieuwe oorlog zal zeker in de eerste plaats gericht zijn op de plaatsen in Irak waar volgens de Verenigde Staten en Groot-Brittannië biologische en chemische wapens zijn geproduceerd. Het bombarderen van deze industriële en militaire sites zal zeker een ernstige chemische vervuiling veroorzaken. Bijzonder zorgwekkend zijn de projectielen met verarmd uranium. Die creëren fragmenten en stof met uraniumoxide dat zich in de lucht verspreidt en kanker veroorzaakt. Dit gif hangt in de lucht, dringt in de bodem, bezoedelt het drinkwater en komt zo in het lichaam van zuigelingen terecht. Het is niet te stoppen. Het is zelfs niet te lokaliseren, weet Habiba Al Marashi, voorzitster van de Milieugroep van de Emiraten in Dubai. Verarmd uranium is een vervuilende stof die zich niet laat tegenhouden door grenzen. In Irak is nu nog zelfs veel van deze stof aanwezig tengevolge van de oorlog van 1991.

Inad Khairallah wijst erop dat een oorlog ook een ernstige bedreiging vormt voor de biodiversiteit. De olievlek van 1991 kostte het leven aan 25.000 vogels. De kustlijn werd bedekt met een dikke zwarte laag die het fragiele mariene ecosysteem verwoestte. De olie die niet opbrandde vormde reusachtige zwarte plassen die de landbouwgrond voor generaties lang onbruikbaar heeft gemaakt. Irak telt een van de oudste en rijkste ecosystemen in de wereld: de ‘vruchtbare sikkel’ aan de samenvloeiing van de Tigris en de Eufraat. Nu al gaat men ervan uit dat meer dan veertig soorten watervogels, schaaldieren en zoogdieren die uniek zijn voor deze regio zijn uitgestorven. In de Iraakse waterrijke gebieden komen ten minste zeven soorten bedreigde zoogdieren voor. Tijdens de winter zijn zij een gastgebied voor ongeveer zestig soorten watervogels en negen soorten roofvogels.

Prabha Murali, leraar wetenschappen aan een school in Dubai, maakt zich vooral zorgen over de luchtvervuiling. De branden van 1991 veroorzaakten een wolk van duisternis en vervuiling in Koeweit. De regio werd bedekt onder een olieachtige laag die het zonlicht maandenlang niet doorliet. De luchttemperatuur daalde met ongeveer tien graden en de zeetemperatuur koelde nog enkele graden meer af. Tijdens de oorlog van 1991 werden ook waterzuiveringsinstallaties vernield, waardoor elke dag meer dan 50.000 kubieke meter vervuild rioolwater in de Baai van Koeweit terechtkwam. Het kostte Koeweit en de anti-Iraakse bondgenoten toen meer dan 20 miljard dollar om de olie-infrastructuur te herstellen die Saddam had vernield. Na de oorlog van 1991 werden de totale kosten van de milieuschade op 40 miljard dollar geschat. Deze keer zouden die volgens Murali twee of zelfs drie keer zo hoog kunnen liggen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift