Arabische wereld wacht op economische beterschap

De oorlog tussen de Israël en de
Palestijnen lijkt het belangrijkste agendapunt voor de top van de Arabische
Liga die woensdag in Beiroet begint, maar eigenlijk zijn de economische
problemen in de regio even dringend. De 22 landen van de Arabische Liga
kunnen niet echt trots zijn op hun economische prestaties van de afgelopen
20 jaar. Sinds begin de jaren 80 loopt het inkomen per hoofd van de
bevolking terug, en het gemiddelde werkloosheidspercentage in de regio
bedraagt 20 procent. Dat blijkt uit een studie die de voorbije week
verscheen in de ‘Gulf News’, een krant die wordt uitgegeven in de Verenigde
Arabische Emiraten


De snelle bevolkingsgroei in de Arabische wereld is één van de oorzaken
waarom het gemiddeld inkomen per hoofd er terugloopt. In 1982 telden alle
Arabische landen samen ongeveer 155 miljoen inwoners, die samen goed waren
voor een bruto binnenlands product (bbp) van 590 miljard dollar. Tegen 1985
was de Arabische bevolking gestegen tot 190 miljoen, terwijl het
gezamenlijke bbp lichtjes afnam 578 miljard dollar. Tegen 2000 was het bbp
weliswaar gestegen tot 708 miljard dollar - een gevolg van de hoge
olieprijzen - maar toen stond de teller voor de bevolking al op 280 miljoen.

Experts stellen dat de Arabische landen meer welvaart hadden kunnen
opbouwen als ze hun staatsgeleide economieën vroeger hadden hervormd en
meer hadden ondernomen tegen de kapitaalvlucht die de regio nog steeds
parten speelt. Ook de sterke afhankelijkheid van olie - goed voor zowat 70
procent van alle exportinkomsten - werkt zich negatief uit. De voorbije
twee decennia lagen de olieprijzen meestal extreem laag, en dat zorgde voor
de nodige aanpassingsproblemen in landen die in de jaren 70 de oliedollars
maar voor het opscheppen hadden. Ten slotte slaagt de Arabische regio er
ook niet in een voldoende aantrekkelijk investeringsklimaat te scheppen.

Door de combinatie van de trage economische groei en de forse
bevolkingsaanwas is het inkomen per hoofd spectaculair teruggelopen: van
3.800 dollar in 1982 tot 3.050 dollar in 1985 en nog maar 2.530 dollar in
2000. Volgens het Arabisch Monetair Fonds leven zowat 62 miljoen inwoners
in de Arabische landen onder de absolute armoedegrens, wat wil zeggen dat
ze moeten rondkomen met hoogstens 1 dollar per dag. Bijna 145 miljoen van
hun medeburgers hebben het ook niet bepaald breed met dagelijkse inkomens
tussen 2 en 5 dollar.

Volgens Ahmed Juili, de secretaris-generaal van de Raad voor Arabische
Economische Eenheid, moeten de Arabische landen meer investeren en vooral
grote, ambitieuze projecten op poten zetten. Op die manier zouden in de
eerste plaats de talrijke hoogopgeleide werklozen van de straat moeten
worden gehaald. Investeringen zouden volgens hem onder meer naar de
landbouwsector moeten gaan. De Arabische landen voeren nu elk jaar voor
ongeveer 15 miljard dollar levensmiddelen in, terwijl die producten ook
zouden kunnen worden voortgebracht op de uitgestrekte landbouwgebieden in
landen als Egypte, Sudan en Somalië.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift