Arbeiders slachtoffer van concentratie in petroleumsector

De aardoliesector is wereldwijd goed voor
verscheidene miljoenen arbeidsplaatsen, maar privatiseringen en fusies
hebben de tewerkstelling de voorbije jaren fors doen dalen. Dat blijkt uit
een rapport dat de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) volgende week in
Genève bespreekt.
In de jaren 70 waren er ongeveer 30 grote aardoliebedrijven in de wereld,
nu wordt de markt gecontroleerd door niet meer dan 10 ondernemingen. Dat
concentratieproces gaat hand in hand met een verlies aan arbeidsplaatsen.
De grootste 25 petroleumbedrijven in de VS hebben de voorbije 30 jaar
bijvoorbeeld meer dan een miljoen werknemers doen afvloeien, tot er in 1999
nog maar 640.000 namen op hun loonlijsten stonden. Volgens de ondernemers
waren die ontslagen deels te wijten aan de fusies en deels aan de daling
van de olieprijzen.


De IAO hecht niet al te veel geloof aan die tweede verklaring. De
petroleumsector beweert wel dat het aanvaardbare prijsniveau een stuk
boven de 20 dollar per vat begint, maar volgens de IAO hebben de
producenten bewezen ook bij prijzen van 18 dollar en lager goed stand te
kunnen houden. Daardoor zitten de petroleumbedrijven er ondanks de recente
prijsdalingen nog steeds warmpjes in. ExxonMobil, het grootste bedrijf uit
de sector, heeft volgens de studie bijvoorbeeld 20 miljard dollar ter
beschikking. En de activa van alle Amerikaanse petroleumbedrijven samen
stegen van 572 miljard dollar in 1985 tot 586 miljard in 1996, al daalde
het aantal ondernemingen in de sector in die tijd van 400 naar 200.

Het fusieproces in de petroleumsector is het duidelijkst in de VS. Zelfs
het aantal van de verticaal geïntegreerde bedrijven die zich zowel
bezighouden met de productie, het transport, de raffinage en de distributie
van aardolieproducten, is gestaag afgenomen van 24 in 1979 tot acht nu. In
veel andere landen zijn de staatsbedrijven in de petroleumsector
geprivatiseerd of is de petroleummarkt gedereguleerd.

Het IAO-rapport, dat tussen 25 februari en 1 maart wordt besproken door
vertegenwoordigers van de regeringen, ondernemingen en vakbonden die in de
IAO samenwerken, wijst ook op belangrijke sociale problemen in de
petroleumsector. Verscheidene producentenlanden beperken de syndicale
vrijheden in de strategisch geachte sector. Meestal gaat het om een
inperking van het stakingsrecht.

In sommige landen is op dat vlak wel vooruitgang geboekt. In Noorwegen
hebben de vakbonden wetswijzigingen afgedwongen waardoor het werk in de
aardoliebedrijven nu makkelijker kan worden neergelegd. Eerder maakte de
verplichte arbitrage bij conflicten in die bedrijven stakingen bijna
onmogelijk. En in Brazilië keurde het parlement een amnestieregeling goed
voor de petroleumvakbonden die eerder tot een boete van 68 miljoen euro
waren veroordeeld omwille van de brandstofschaarste die was veroorzaakt
door hun staking in 1995.

In Nigeria zijn volgens de IAO de syndicale problemen in de petroleumsector
dan weer nog verre van opgelost. In dat land worden ook de meest
fundamentele rechten van de arbeiders als de vrijheid van vereniging en het
recht om collectieve onderhandelingen te voeren, miskend.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift