Arbeiders zonder grenzen

Polen werken met een toeristenvisum illegaal op de NMBS-werf van de hogesnelheidstrein. Indiërs bouwden aan 200 euro per maand de mega-plezierboot Queen Mary II. De al of niet legale tewerkstelling van buitenlandse werknemers zorgt ervoor dat de zo geroemde Europese welvaartsstaat een kaas wordt met nogal wat gaten. Is dit de grote herverdeling of de race to the bottom?
Het is druk op de voetpaden voor het Brusselse Klein Kasteeltje, langs het Kanaal Brussel-Charleroi. Hier staan elke dag van het jaar - nieuwjaarsdag inbegrepen - mensen uit meer of minder exotische landen hun arbeid te verkopen. In het zwart, los van elke wettelijke regeling. Die verkoop loopt vaak niet van een leien dakje, blijkt als we eind december de plek bezoeken. ‘Soms sta je hier een week voor iemand je oppikt. Als je geluk hebt, gaat het dan om werk voor enkele weken, maar het kan evengoed een verhuis zijn die maar een namiddag duurt,’ zegt de warm ingeduffelde Guineeër die we aanspreken op die hoek van het Kasteeltje waar de Afrikanen doorgaans hun arbeid aanbieden. Op de andere hoek praten we met drie Marokkanen. ‘Neen, we hebben geen verblijfsvergunning. Anders zouden we hier niet staan. Dat het koud is? Kom eens terug in januari, dan wordt het pas koud.’ Een van de mannen oogt triest, ietwat hopeloos. Tijdens ons gesprek wellen zijn tranen op: ‘Oui, c’est dur. ‘t Is heel hard maar ik kan niet terug naar Marokko. Daar zijn geen kansen voor ons. Ook al heb ik al vier jaar mijn familie niet gezien. Ik moet gewoon voortdoen hier.’
Wat opvalt, is dat iedereen zonder schroom erkent dat hij staat te wachten op werk. Zegt een van de Marokkanen: ‘Soms vraagt de politie naar onze papieren. Dan antwoorden we dat we geen papieren hebben omdat we asielzoekers zijn, en rijden ze weer verder.’
Als we doorlopen naar de ingang van het Klein Kasteeltje komen we bij de grote groep Oost-Europeanen. Een Oekraïner die vlot Frans spreekt, is zelfbewust: ‘Ja, ik wil werken. En sommige Belgen kunnen het zich niet permitteren iemand officieel aan het werk te zetten. Daarom vragen ze dat aan ons - de Oekraïners zijn met 8000 hier in Brussel -wij willen dat werk graag doen. Wat is daar verkeerd aan?’
Werner Buelen, secretaris van de Europese Federatie van Bouw- en Houtvakbonden, zal ‘s avonds zuchtend hetzelfde zeggen: ‘Als een Roemeen, die in zijn land per maand 60 euro verdient, hier in het zwart 500 euro kan verdienen, kan ik hem dat dan verbieden?’

Realiteit sterker dan wetten


Is onze welvaartsstaat nog houdbaar? Kunnen Belgen goed betaald blijven als we omringd worden door miljoenen mensen die voor veel minder loon hetzelfde werk willen doen? Het is een kwestie die vage onrust schept in onze samenleving. Dat onze arbeidsvoorwaarden onder druk staan door delokalisaties en buitenlandse concurrentie weten we al langer. In toenemende mate verandert echter ook het wettelijk kader en/of de praktijk inzake arbeid, zodat goedkope, ingevoerde arbeid perfect legaal wordt. De fundamentele vraag is of er zoiets als een globale arbeidsmarkt aan het groeien is: denken diegenen die arbeid kopen en verkopen globaal?
deel van ‘s werelds werkers is alvast bereid zijn arbeid heel ver weg te gaan verkopen; getuige de groepjes werkzoekenden bij het Klein Kasteeltje. De uitleg daarvoor is vrij eenvoudig. Enerzijds zijn er in deze wereld miljoenen mensen die bereid zijn te werken aan condities die slechter zijn dan wat Belgen en EU-burgers nog aanvaarden. Anderzijds zijn er in de rijke landen heel wat mensen die graag van dat arbeidsaanbod gebruik maken. Er is dus aanbod en vraag. En je kan die twee niet makkelijk uit elkaar houden, stelt Patrick Taran, migratiespecialist van de Internationale Arbeidsorganisatie: ‘Worden die grote vraag en dat grote aanbod met allerlei obstakels uit elkaar gehouden, dan stellen we vast dat er vanzelf een markt ontstaat voor “diensten” die de opgeworpen beperkingen omzeilen. De recente groei in de mensenhandel is daar een duidelijk voorbeeld van.’ Het feit dat de mensenhandel nu al goed is voor 15 miljard euro ziet Taran dus als een soort barometer van de globale arbeidsmarkt.
Die spanning tussen vraag en aanbod op de globale arbeidsmarkt laat zich duidelijk voelen op vele plaatsen in de wereld en op verschillende manieren. Ook in ons land. Eén manier waarop vraag en aanbod elkaar vinden, is dat werkers zich verplaatsen van lagelonenlanden naar rijke landen. Illegaal. En, in toenemende mate, legaal.

Destino: Clandestino!


Hoeveel personen illegaal in Europa werken, is per definitie moeilijk te becijferen. Zeker is dat het om miljoenen mensen gaat. Bovendien kunnen sommige sectoren volgens Patrick Taran gewoon niet meer functioneren zonder de bijdrage van migranten zonder papieren, omdat alleen zij de lage lonen, de productiepieken en het lastige en vuile werk in die sectoren aanvaarden. Nogal logisch dus dat in juli 2001 fruit- en groenteboeren in de Franse Lot et Garonne demonstreerden met de slogan Wij willen Poolse werkers. In januari bleken nabij Murcia 20.000 clandestiene Ecuadoranen te werken in de tuinbouw. Het gemiddelde uurloon lag om en bij de 2,4 euro. In het Spaanse Huelva plukken elk jaar 55.000 mensen gedurende twee maanden aardbeien, onder hen ongeveer 10.000 Marokkanen zonder papieren. Vorig jaar doken voor het eerst 6500 Polen en 1000 Roemeense vrouwen op. Voordeel van de Oost-Europeanen was dat ze geen visum nodig hadden en met 18 euro per dag tevreden waren, tegenover de 27 tot 30 euro die de Marokkanen vroegen. De spanning tussen de Marokkanen, die plots overbodig waren, en de Oost-Europeanen liep hoog op.
De hele Europese tuinbouw is doordrongen van illegale arbeid. Zegt professor Andrea Rea van de ULB: ‘Dit is het Californische systeem: de arbeidsmarkt wordt georganiseerd rond een beperkte kern van lokale medewerkers die normaal betaald worden. Dat kan enkel dankzij het werk van een groep mensen met het statuut van seizoenarbeiders - praktisch zonder sociale zekerheid -en een reserve van clandestiene medewerkers. Dit systeem is perfect om voor de oogstperiodes altijd voldoende mensen te hebben die niet staken.’ Staken betekent immers rotte groenten en rot fruit. Volgens Rea worden clandestienen in Europa vooral gebruikt voor zeer flexibele en slecht betaalde handenarbeid. De Chinese restaurants in West-Europa worden bevoorraad met keukenhulp door de mensenhandel vanuit China.
Professor Rea ziet zo een gefragmenteerde arbeidsmarkt ontstaan met een mix van wettelijke en onwettige arbeid, met name in de horeca - waar de afwassers heel vaak clandestiene migranten zijn -, de tuinbouw, de bouw, het wegtransport. Rea: ‘Een aantal segmenten van de arbeidsmarkt worden op veel plaatsen in Europa informeel. Dikwijls staat de sociale inspectie machteloos. Neem het systeem van de Oostenrijkse vrachtwagengigant Willi Betz. Zijn Bulgaarse filiaal stuurt een trekker uit Oostenrijk met een aanhangwagen uit Italië naar Frankrijk. Hoe kan de Franse inspectie bepalen aan welke voorwaarden die chauffeur, met zijn papieren die geschreven zijn in Cyrillische letters, hoort te rijden? Onmogelijk.’ Volgens Rea wordt op die manier de sociale welvaartsstaat afgebroken, maar hij voegt er wel aan toe dat 90 procent van het zwartwerk gebeurt door Belgen na hun uren, of bovenop een uitkering.
De cijfers die de sociale inspectie ons doorspeelde over de resultaten van hun gerichte controles bevestigen de uitspraken van Andrea Rea. Sociaal inspecteur-directeur Karel Deridder: ‘In 2001 troffen we op 1013 controles 416 illegaal tewerkgestelde vreemde arbeidskrachten aan. Land- en tuinbouw en exotische restaurants spannen de kroon met 34 en 33 procent, de bouw en prostitutie staan op de derde en vierde plaats. In 2002 ging het om 502 illegale vreemdelingen op 982 controles.’
Soms treft men zelfs illegale werkers op overheidswerven, zoals bij de aanleg van de HST-spoorlijn naar Nederland voor rekening van de NMBS. Op donderdag 18 december laatstleden trof de sociale inspectie na een tip van de vakbond op de HST-werf bij Meer vier Poolse bekisters met een toeristenvisum aan. Ze waren in dienst van toeleveraar Pre-Elek uit Ravels, die een onderaannemingscontract had gesloten met hoofdaannemer Antwerpse Bouwwerken. Pre-Elek betrok op zijn beurt zijn werknemers bij het Nederlandse bedrijf Brabant Service uit Tilburg. Omdat de vier Polen niet over arbeidspapieren beschikten, werden ze opgepakt. De baas van Pre-Elek toevallig ook de baas van Brabant Service werd gesommeerd de Polen te betalen voor een maand werk. De man daagde evenwel niet op zodat de Polen zonder betaling werden gerepatrieerd.

De wondere wetten van Europa


Het HST-verhaal is zo verbazend omdat het steeds makkelijker wordt om buitenlandse mensen legaal tewerk te stellen aan voorwaarden die heel wat goedkoper zijn dan de voorwaarden die gelden voor Belgen. Dat zegt ook Ronny Matthysen van ACV-Bouw en Industrie in Antwerpen: ‘Er hebben altijd al buitenlanders gewerkt in de Antwerpse haven, maar tegenwoordig gaat het minder om brutaal zwartwerk, en meer om allerlei legale constructies.’
Een van die nieuwe juridische constructies is de Europese detacheringswetgeving. In theorie laat die buitenlanders toe hier voor een beperkte periode te werken onder de sociale zekerheidsregeling van het bedrijf en het land dat hen uitzendt. In de praktijk werken mensen hier soms vele jaren met detachering en zijn ook de uitbetaalde lonen lager, bijvoorbeeld doordat hun overuren niet worden betaald. ‘We weten niet hoeveel mensen in België in detachering werken’, erkent Didier Verbeke, sociaal inspecteur-directeur. ‘Voor de landen die ons de gegevens doorspelen komen we aan 48.999 mensen voor 2002. Je mag dat cijfer minstens verdubbelen, aangezien de grootste leveranciers zoals Polen of Portugal hun gedetacheerde landgenoten niet aangeven.’ Op zijn minst honderdduizend en mogelijk tweehonderdduizend mensen werken hier dus perfect legaal aan vergoedingen die meestal een stuk lager zijn de Belgische.
Nederlandse “detacheringsbureau’s” zoals Job Link, JS Pijman Detachering en RJP Europees Detacheringsbureau bieden constant buitenlandse werknemers aan vanaf 16 euro per uur all-in. Verbeke: ‘Dat zijn eigenlijk internationale interimbureau’s die echt inspelen op de detacheringsrichtlijn. De detacheringswetgeving wordt verkracht: men gaat er al vanuit dat het om een contract van minimum één jaar gaat en dat men sowieso een verlenging krijgt, terwijl de richtlijn bedoeld was voor werken van beperkte duur.’ Karel Deridder: ‘Vaak worden mensen die hier al vele jaren wonen, aan het werk gezet aan Portugese sociale voorwaarden, dikwijls door een Portugees bedrijf dat niet meer is dan een postbus. Zo’n systeem kan fortuinen opbrengen.’
Het is voor de sociale inspectie moeilijk om fraude met detachering aan te pakken. Werkers die het detacheringsformulier E101 voorleggen het volstaat er eentje te kopiëren om er een te hebben worden met rust gelaten. Verbeke: ‘Tot voor kort moest er nog een reële band zijn met een bedrijf in het uitzendland. Als wij konden aantonen dat de Belgische werkgever gedeeltelijk gezag uitoefende over de gedetacheerden, dan werd die Belgische werkgever verantwoordelijk, en golden dus ook de Belgische arbeidsvoorwaarden. De Belgische metaalindustrie heeft dan druk uitgeoefend om met die aanpak te stoppen. Bovendien verbiedt de EU ons de E101-formulieren nog in vraag te stellen. Het vrij verkeer van personen moet primeren.’ Zo schiet de EU gaten in de Belgische welvaartsstaat.

Ver over de grens


Soms neigt het detacheringsverhaal naar maffiose praktijk. Deridder: ‘Een tijd geleden stelden we vast dat een groep Portugese bouwvakkers 600.000 euro te weinig betaald waren. De werkgever betaalde dat achterstallige loon, maar later ontdekten we dat de werknemers dat opnieuw terugbetaalden.’
Als een buitenlandse toeleveraar betrapt wordt op overtredingen, is het niet evident de schuldige te straffen. Men kan de registratie van het bedrijf intrekken, maar niets belet de dader een nieuw bedrijf te starten. Deridder: ‘De enige manier om hen te treffen, is beslag te leggen op hun bezittingen.’ Een echte aanpak vergt Europese samenwerking tussen sociale inspecties, en op dat vlak staat men nog nergens. Sommige landen willen op deze manier immers hun werkloosheid uitvoeren.
Hoever een en ander kan gaan, bewijst de scheepswerf in het Franse Saint Nazaire waar ondermeer ‘s werelds grootste plezierboot de Queen Mary II werd gebouwd. Bruno Lefebvre, onderzoeker aan de universiteit van Nantes, ontdekte er Fransen, Polen en Indiërs die werkten aan heel verschillende vergoedingen. De 400 Indiërs werkten er drie jaar via een Italiaanse toeleveraar: officieel verdienden ze het Franse minimumloon van 1000 euro per maand maar na aftrek van hun vergoedingen voor kost en inwoning ontvingen ze netto 200 euro, en dat voor werkweken van 60 uren.
Lefebvre: ‘Toen ik dat voorlegde aan een topman van de Franse administratie, was de reactie dat het niet verboden is om geld in te houden voor kost en inwoning.’ Lefebvre stelt dat de toeleveringsmanie een middel is om commerciële contracten te laten primeren op de arbeidswetgeving en zo de Europese sociale verworvenheden te ondergraven. ‘In de Franse kerncentrales wordt het vuile werk in de bestraalde zones gedaan door toegeleverde buitenlanders tegen het minimumloon. In Bretagne werden Poolse vissers zelfs in natura betaald vis ter waarde van 600 euro per maand. Ze moesten de vis zelf gaan verkopen. Daartegen is de sociale inspectie uiteindelijk opgetreden.’
Een ander instrument om arbeid tegen lagere vergoedingen mogelijk te maken, zijn de bilaterale akkoorden die ons land afsluit met landen in Oost- en Centraal-Europa. Zo sprak België met de betrokken landen af dat Polen, Bulgaren en Roemenen hier een eenmanszaak of een vennootschap mogen beginnen, of hier actief mogen zijn als vennoot of werkende vennoot. Onder die akkoorden werken Polen of Bulgaren in België als zelfstandige, ze vallen dus niet onder loonafspraken en zijn vrij de vergoeding te vragen die ze willen. Het aantal mensen dat die regeling geniet, steeg tussen 1999 en 2002 dan ook pijlsnel van 112 naar 743, voor meer dan de helft in de bouw. Jerzy Michalowski, handelsattaché op de Poolse ambassade, schat dat er momenteel al 1000 Poolse firma’s zijn. Verbeke: ‘Het is een perfect legaal systeem om elke sociale bijdrage te omzeilen. Het enige wapen dat de sociale inspectie daartegen heeft, is aan te tonen dat het om schijnzelfstandigen gaat, maar dat is niet makkelijk.’
Heeft al die goedkopere arbeid een impact op de bestaande sociale systemen? Vakbondsman Werner Buelen: ‘België houdt voorlopig nog redelijk goed stand omdat de CAO’s hier kracht van wet hebben. In Duitsland, waar CAO’s maar gelden voor vakbondsleden en als de werkgever ze onderschrijft, ligt de situatie heel anders. Door de competitie van buitenlandse werknemers verminderde het aantal vakbondsleden van 411.000 naar 370.000 op een paar jaar, en er werken steeds minder mensen onder de CAO’s.’ Dat betekent dat de lonen die er effectief betaald worden, dalen. Dat speelt vooral in Oost-Duitsland. Woordvoerder Michael Knoche van de grote vakbond IG BAU: ‘Afgaand op het bouwvolume en het aantal mensen dat wettelijk actief was in de sector, besluiten wij dat er, bovenop de 850.000 legale bouwvakkers, 300.000 mensen illegaal werken. Tegelijk zijn er 250.000 Duitse bouwarbeiders werkloos.’
ACV-er Ronny Matthysen ziet het sociaal statuut dat Belgen in de bouwsector genieten niet meteen afkalven. Maar hij gelooft dat minder en minder mensen in dat statuut zullen werken, omdat buitenlanders in minder goede statuten meer werk zullen inpikken. ‘Wat er dan met de Belgen moet gebeuren die niet meer actief kunnen zijn in deze sector? Ik weet het ook niet echt. Allerlei banen met overheidstussenkomst, beschutte werkplaatsen…’
Didier Verbeke is ervan overtuigd dat er met de uitbreiding van de EU nog meer aanbod komt van goedkopere Oost-Europese arbeid: ‘Polen hebben nu al het gevoel dat ze niets verkeerd doen als ze hier werken. Dat gevoel zal enkel maar groeien. Ik denk niet dat de Belgische sociale normen zullen dalen, maar het zwarte circuit zal floreren.’

De overgang moet draaglijk zijn


De lagere loonkost die ontstaat door de groeiende bijdrage van minder beschermde en goedkopere arbeidskrachten zal de competitiviteit van de Europese economie ongetwijfeld ten goede komen, wat kan leiden tot meer export en zo tot meer jobs. Paul Degrauwe, professor economie aan de KU-Leuven pleit zelfs voor een jaarlijkse immigratie van 100.000 mensen naar België omdat zulks een sterke impuls zou geven aan onze samenleving. Bovendien zullen de Oost-Europeanen en anderen die hier komen werken, er niet slechter van worden.
Voor de vakbonden stelt zich een verscheurende keuze tussen de verdediging van hun eigen leden en het sociale systeem in België, en het geven van “kansen” aan anderen. ‘Als dat de manier is waarop herverdeling tussen rijk en arm in de wereld kan gebeuren, dan moeten we dat aanvaarden’, zegt Ronny Matthysen. ‘Vóór 1945 waren er in de bouw ook twee tarieven: intramuros voor de duurdere Antwerpse bouwvakkers, extramuros voor de anderen. De Antwerpse bouwvakkers klaagden toen ook dat goedkopere Kempenaren hier in Antwerpen kwamen werken. Nu maken we hetzelfde mee maar op Europese en globale schaal.’
Het betekent wel dat de Belgische loonkost en de sociale zekerheid die ermee betaald wordt onder zware druk staan. Buitenlandse competitie speelt niet enkel meer via de handel of in de schoot van de multinationale ondernemingen, maar wordt nu ook intern georganiseerd door tewerkstelling van buitenlanders die niet onder onze sociale zekerheid vallen. Zij drukken mensen weg die vroeger wel nog aan de bak kwamen, en zo bijdroegen tot de sociale zekerheid. Voor het sociaal systeem is het een dubbele min: minder sociale bijdragen en meer mensen ten laste. Zolang brugpensioenen en uitkeringen overeind blijven, wordt de schok van de aanpassing nog draaglijk gehouden voor de zwaksten. Als, zoals in Frankrijk of Duitsland, de werkloosheidsuitkeringen beperkt worden in de tijd, wordt het harder.

Randinformatie


De problematiek van Arbeiders zonder Grenzen stelt onze samenleving voor verschillende uitdagingen. We sommen er enkele op, en geven een eerste aanzet tot antwoord.
* Structureel gebruik van mensen zonder papieren in een aantal sectoren waar Belgen niet meer willen werken. Organiseer immigratie in die sectoren. Betaal die mensen het wettelijk minimumloon maar zonder belastingen en sociale zekerheidsbijdrage. Dit impliceert een grotere progressiviteit van belastingen en sociale bijdragen.
* De schrijnende situatie van mensen zonder papieren. Vakbonden kunnen hun situatie verbeteren door ook hen te organiseren. Dat is niet illegaal want het recht op vereniging is universeel en België erkent dat recht.
* De mogelijke uitstoot van duurdere en dikwijls oudere, lager geschoolde Belgen door de buitenlandse competitie. Garandeer hun een inkomen, bied opleidingskansen, en schep banen in de sociale economie.
* Het met voeten treden van arbeidsregels. Een Europees georganiseerde sociale inspectie moet het afkalven van de (financiering van de) Belgische sociale zekerheid tegen gaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur