Armen hebben het meest te vrezen van dreigende watercrisis

De wereldvoedselproductie kan de komende 25 jaar zwaar te lijden krijgen onder een gebrek aan irrigatiewater, en het zijn de armste wereldbewoners die dat zullen moeten bekopen. Voor veel inwoners van de ontwikkelingslanden dreigt goed voedsel onbetaalbaar te worden. Dat blijkt uit het gisteren gepubliceerde rapport ‘Global Water Outlook to 2025: Averting an Impending Crisis’.



Als er geen maatregelen komen om de verspilling van water tegen te gaan en de schaarse voorraden beter te verdelen en efficiënter te gebruiken, zal er tegen 2025 ongeveer 350 miljoen kubieke meter voedsel minder kunnen worden geproduceerd - een hoeveelheid die vergelijkbaar is met de volledige graanoogst die de VS binnenhalen. Volgens een nog pessimistischer scenario zou belangrijke grondwatervoorraden in China, India, West-Azië en Noord-Afrika uitgeput raken, waardoor de prijzen van tarwe, maïs en rijst nog met 40 tot 120 procent zouden stijgen in vergelijking met het - al evenmin rooskleurige - eerste scenario.

Het rapport is gepubliceerd door de International Food Policy Research Institution (IFPRI) en het International Water Management Institute (IWMI), die deel uitmaken van een internationaal netwerk van landbouwkundige onderzoeksinstellingen. De conclusies zijn gebaseerd op ingewikkelde computermodellen die de effecten kunnen berekenen van verwachte, gevreesde of juist wenselijke veranderingen in het gebruik van water en het waterbeleid dat landen voeren.

De onderzoekers stellen dat landen dringend meer moeten investeren in onderzoek naar manieren om de landbouwoogsten te vergroten en tegelijk water te sparen. In het algemeen moet water zodanig worden geprijsd en verdeeld dat rijke gebruikers tot spaarzaamheid worden aangezet en de behoeften van arme bevolkingslagen bevredigd worden. De uitdaging is enorm, want het wereldwijde waterverbruik zal de komende twintig jaar waarschijnlijk nog met 50 procent toenemen. Door de snelle bevolkingsgroei, de verstedelijking en de economische ontwikkeling zullen vooral huishoudens en de industrie meer water nodig hebben. Irrigatiewater voor de landbouw zal dus op veel plaatsen schaarser worden.

Volgens het ‘business as usual’-scenario dat de onderzoekers uittekenden, zullen boeren in droge gebieden steeds meer grondwater gaan gebruiken, tot de voorraden daarvan uitgeput raken. Die streken zullen daarna steeds meer voedsel moeten gaan invoeren - voor Afrika bezuiden de Sahara zou het om een verdrievoudiging kunnen gaan. De bevolking van arme landen zal daardoor steeds meer met honger en ondervoeding geconfronteerd worden.

In het pessimistische scenario, dat ervan uitgaat dat regeringen nog meer dan nu het geval is zouden nalaten te investeren in besparingsmaatregelen, in het onderhoud van irrigatiesystemen en in kleine dammen en reservoirs om regenwater op te vangen, zou de wereldwijde graanproductie met ongeveer 10 procent kunnen zakken. Daardoor zou rijst 40 procent duurder kunnen worden, tarwe 80 procent en maïs zelfs 120 procent.

Maar er is nog hoop: volgens een duurzaam waterscenario kan het waterverbruik wereldwijd met 20 procent worden teruggedrongen. Dankzij de nodige investeringen en de juiste beleidsmaatregelen zouden belangrijke natuurgebieden voor uitdroging behoed worden en zouden de internationale graanprijzen langzaam zakken. Daarvoor is wel onder meer nodig dat de prijzen voor irrigatiewater en huishoudelijk water overal ter wereld fors worden opgetrokken om verspilling te vermijden, en dat het beheer over watervoorraden en irrigatiesystemen in handen komt van lokale gemeenschappen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift