Asiel: Terugkeren als nieuw begin

In oktober loopt het eerste jaar af van het project van terugkeerwoningen voor uitgeprocedeerde en clandestiene gezinnen met kinderen die ons land zullen verlaten. MO* bezocht een huis in Zulte en sprak met middenveld, coaches, staatssecretaris Wathelet en Annemie Turtelboom.
  • Brecht Goris Ivana Belic en zonen verblijven in een open terugkeerwoning in Zulte Brecht Goris
Achter zijn moeder is de kleine Leonardo op de vensterbank geklommen, zijn broer toont intussen met de nodige decibels de coole broek die hij van coach Annick kreeg. Het kleine kindergeweld ketst tegen de kale muren van hun tijdelijke huis maar verzacht tegelijk de leegheid. Ivana Belic(*) komt uit het voormalige Joegoslavië en woont met drie kleine zonen in een terugkeerwoning in Zulte.
Haar man zit in het gesloten centrum in Merksplas, een tussenstop tussen de gevangenis en Bosnië. Hij moet terug naar zijn moederland wegens verstoring van de openbare orde. Belic, die haar man wil volgen, en ondertussen al twaalf jaar zonder papieren in België is, verblijft in een open terugkeerwoning in Zulte. Daarmee behoort ze tot de vijftig gezinnen die het voorbije jaar in de nieuwe Belgische terugkeerwoningen werden ondergebracht.

Begeleiding op maat


In oktober 2008 zette de voormalige minister van Asiel en Migratie, Annemie Turtelboom, in Zulte het pilootproject van de terugkeerwoningen op. Later kwamen er in het Waalse Tubeke zes terugkeerappartementen bij, een woninguitbreiding in Sint-Gillis-Waas is gepland. De open huizen moeten een alternatief bieden voor de opsluiting van kinderen in gesloten centra. Gezinnen met kinderen die het bevel kregen het grondgebied te verlaten wonen hier in afwachting van repatriëring.
De taken van de vier coaches die de gezinnen begeleiden, variëren van uitleggen hoe de wasmachine werkt, over de kinderen inschrijven in de plaatselijke school, tot de kerntaak: het organiseren van de terugkeer en mensen daar zo goed mogelijk bij begeleiden.
De coaches proberen mensen zo goed mogelijk te informeren over hun rechten, zegt coach AnnickVerhaeghe. ‘We zijn heel duidelijk over hun situatie en de mogelijkheden die ze hebben en niet hebben. En dat waarderen mensen enorm, ook wanneer we hen uitleggen dat ze om die en die redenen geen enkele kans maken op een legaal verblijf in België.’
‘Het is in de eerste plaats een terugkeerwoning, maar dat wil niet zeggen dat we terugkeer als het enige perspectief zien’, zegt Geert Verbauwhede, projectcoördinator bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). ‘Wanneer we hier nieuwe gegevens vaststellen die kans bieden op verblijfsdocumenten, leiden we de dossiers terug naar Brussel. Intussen werden al vijf gezinnen geregulariseerd.’

Evaluatie


Tot nu toe vluchtten twaalf gezinnen uit de huizen. Toch zijn de cijfers volgens Verbauwhede goed, ‘het is tenslotte een nieuw project, waarvoor je de methodes nergens kan aftoetsen’. Voor Verbauwhede bewijst dit project dat coaching werkt. Hij voegt eraan toe dat de DVZ ook achter de eis van het middenveld staat om veel sneller, al in het begin van de asielprocedure, met de begeleiding van asielzoekers te beginnen.
‘De gezinnen die hier zaten, nemen vanuit het buitenland nog regelmatig contact op, een signaal dat we het goed doen, en dat deze menselijke aanpak werkt’, zegt coach Florence Jacquemin. ‘Tegenwoordig stellen mensen zich zelfs spontaan kandidaat om een terugkeerwoning te betrekken.’
Het proefjaar loopt af in oktober, een grondige evaluatie volgt. Met ‘een slaagpercentage van 75 procent van de gezinnen die op een aangename manier terugkeerden’ noemt Annemie Turtelboom, intussen minister van Binnenlandse Zaken, dit een succesverhaal. ‘Kinderen zijn de zwakke partners in het migratieverhaal’, vindt Turtelboom.
‘Zij zijn niet verantwoordelijk voor de keuzes van hun ouders. Toen ik aantrad als minister van Asiel en Migratie, heb ik gezegd dat kinderen niet thuishoren in een centrum achter tralies, waar een collectief regime heerst. Het rapport dat minister Dewael bestelde bij Sum Research legde uit dat er dringend alternatieven moesten komen voor de opsluiting van kinderen. We hebben daar gevolg aan gegeven en hebben een pragmatische oplossing gezocht. Voor de bouw van een open centrum was er tijd noch geld.’
Turtelboom liet zich inspireren door modellen in Zweden en Australië, maar ze wijst erop dat de Belgische terugkeerwoningen uniek zijn. ‘Zowel Zweden als Australië heeft een totaal ander geografisch profiel, met veel meer ruimte dan ons dichtbevolkte land in het centrum van Europa. Beide landen werken met begeleiding van coaches in open centra –anders dan bij ons al vanaf het begin van de asielprocedure– maar die centra liggen wel geïsoleerd. Zet je een open centrum op een eiland, dan heb je geen metalen, wel natuurlijke tralies. Onze terugkeerwoningen gaan verder: in een eigen huis kan een gezin opnieuw een gezin zijn.’
Dat klopt niet, zegt de Australiër Grant Mitchell, die zich al vijftien jaar met asiel en detentie bezighoudt. ‘De Australische centra liggen vooral in steden als Sydney en Melbourne. Dat “eilandcentrum” bestaat wel degelijk, maar daar zit een minderheid. Van de 6.000 tot 7.000 mensen van wie de asielprocedure loopt, zit 95 procent op het vasteland. De Zweedse centra liggen in Stockholm, en soms ook in kleinere dorpen. Maar dat is van ondergeschikt belang. Het punt is dat mensen hier meteen vanaf het begin van de asielprocedure coaching krijgen, die over twee sporen loopt: verblijf, maar als dat niet kan terugkeer.’

Kritiek


‘Een terugkeerwoning is veel meer in het belang van het kind dan een gesloten centrum. Ook ouders kunnen er opnieuw hun ouderrol invullen, gewoon al het feit dat ze zelf het licht aan en uit kunnen knippen. Wij zijn zeker blij met deze verbetering’, zegt Hilde Deputter van de Beweging voor kinderen zonder papieren. Ook Vluchtelingenwerk –dat net als de BKZP bezoekrecht krijgt in de terugkeerwoningen– is positief. Toch blijven beide organisaties voorzichtig. Terugkeercoaching is goed, klinkt het, maar het is nog ver verwijderd van de brede begeleiding uit “het model Zweden en Australië”.
En, zeggen de ngo’s, dit project neemt niet weg dat kinderen nog altijd langdurig worden opgesloten in grenscentrum 127bis. ‘Niet-begeleide minderjarigen worden niet ondergebracht in een gesloten centrum, wel in een open centrum. Die lijn moet men ook kunnen doortrekken voor gezinnen met kinderen’, vindt Pieter Stockmans van Vluchtelingenwerk. Ook juridische begeleiding is nodig, vult hij aan.
‘Er is geen wettelijke regeling die het verbod op de opsluiting van kinderen vastlegt. Op dit moment is er enkel een Koninklijk Besluit dat de werking van de terugkeerwoningen regelt. De terugkeerwoningen bieden een alternatief voor opsluiting, maar zonder wettelijke verankering is de overheid niet verplicht om dat alternatief te bieden alvorens tot opsluiting over te gaan.’
Dezelfde kritiek formuleerde ook de Federale Ombudsman in zijn rapport over het functioneren van de gesloten centra. Zowel Vluchtelingenwerk als de BKZP wijst er ook op dat mensen die onvrijwillig uit hun huizen naar een terugkeerwoning worden overgebracht beter moeten worden voorbereid en geïnformeerd, om paniekreacties te voorkomen.
* fictieve naam

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur