Avi Mograbi: 'Israëli's zijn meesters in het ontkennen'

In de experimentele documentairecinema die de Israëlische filmmaker Avi Mograbi maakt, is de grens tussen fictie en realiteit dun. Toch laten films als Avenge but one of my two eyes en The Shovrim Shtika Testimonies zich glashelder vertalen. Mograbi veroordeelt en ontmaskert de Israëlische samenleving, legt verbanden die zijn landgenoten niet willen zien. Zijn schild bestaat uit spot en zelfrelativering, zijn wapen is een camera.
De vraag is niet wat links of rechts nog betekenen in Israël, wel hoe rechts het centrum ligt. In België zou ik wellicht een socialist zijn, in Israël heb ik de naam zeer links te zijn vanwege mijn radicale kritiek op de staat. Wat betekent dat? De krant Ha’aretz krijgt ook een linkse stempel, terwijl de economiepagina’s zeer rechts gedachtegoed vertolken.
Ik maak fictie gebaseerd op de werkelijkheid, niet op verzinsels of dagdromen. Mijn werkveld is de samenleving waarin ik leef, mijn uitgangspunt is dat ik kunst wil maken. Ik heb ambitie noch zin om in mijn films waterdichte conclusies te trekken over de Israëlische samenleving. Het is niet omdat ik me actief inzet voor bijvoorbeeld de refuznikbeweging dat ik activistische films moet maken. Ik ontken niet dat er een zekere kruisbestuiving is tussen mijn projecten als kunstenaar en activist. Een mens bestaat nu eenmaal uit verschillende lagen die elkaar raken.
Ik kan niet besluiten wat het is dat me joods maakt. Het is een complexe identiteit die uit verschillende lagen bestaat zonder dat die noodzakelijk verband houden met elkaar. Ik kom er sneller toe om te schrappen wat ik niet ben. De samenleving waarin ik opgroeide hecht veel belang aan religie, maar ik ben niet religieus. Mijn liefde voor synagogen, Jom Kippoer- liederen of joodse feesten komt eerder voort uit een hang naar de kudde.
Joods nationalisme is me volkomen vreemd. De joodse cultuur werd eeuwenlang beleefd zonder dat die verbonden was met een concreet land. De idee dat een gebied representatief is voor de joodse entiteit, is een erfenis van de negentiende eeuw, toen nationalistische stromingen het Westen veroverden. Misschien ben ik wel minder jood dan Israëli. Het was niet mijn keuze om in Israël geboren te worden, maar het is een territoriale feitelijkheid die ik niet ontken. Ik heb op het punt gestaan om Israël op te geven en te verlaten, maar toch ben ik niet vertrokken.
Ariel Sharon heeft mijn leven als individu en Israëli sterk beïnvloed. Toen ik met het filmproject voor How I learned to overcome my fear and love Arik Sharon  startte, wou ik er een harde linkse documentaire van maken, over de notoire oorlogsmisdadiger, de ex-generaal en ex-Likoud-minister die Ariel Sharon was. Ik wou wellicht persoonlijk met hem afrekenen. Onder zijn vleugels was ik in de cel beland toen ik dienst weigerde.
Tijdens het filmen had Sharon geen flauw idee wie die gek met de camera was die hem overal achtervolgde. Ik interesseerde hem gewoon niet, dus liet hij me niet natrekken. Het enige wat hem bezighield was zijn kiescampagne. Na een tijdje begon hij zich bewust te worden van die hardnekkige clown met zijn camera. Van oogcontact kwam een babbel, plots was ik een feit, en ontstond er een soort erkenning. Meer was het niet. Ik ben geen moment uit het oog verloren wie hij echt was, ben op geen enkel moment van de mens achter de oorlogsmisdadiger gaan houden.
Volgens de Israëlische staat is de legerdienst geen plicht maar een privilege. We groeien op met de idee dat niet ingaan op dat zogenaamde voorrecht een slechte Israëli van je maakt. Toch groeit de tendens om legerdienst te weigeren. Er is een groeiende bewustwording dat je burgerzin perfect kan loskoppelen van het leger. Die dienstweigeraars zijn geen refuzniks of politieke dienstweigeraars, ze hebben een persoonlijke reden. Toch is hun daad een politiek statement, omdat zij tegen de “sociaal correcte” koers varen.
Als refuznik stap je in een hard politiek spel met de staat. Shaul, mijn zoon, heeft het vier maanden volgehouden om in en uit de gevangenis te gaan. Toen hij vond dat hij zijn politiek standpunt voldoende had onderstreept, ging hij naar de legerpsycholoog die hem al na een half uur vrijstelde. Hij was “psychologisch ongeschikt voor de legerdienst”. Op dat moment wist hij dat hij volkomen normaal was: catch 22.
We hebben een erg beperkte manier om naar het leven te kijken. We plaatsen mensen in culturen en denkstromen en typeren de elementen daarvan. Zo werkt het niet. In Avenge but one of my two eyes film ik extreemrechtse rastafari’s. Dat je daarvan schrikt, bewijst onze drang om te definiëren en daarna te verklaren. De rastacultuur heeft Israël op een erg verwrongen manier bereikt: niet via een ideologie of levensagenda maar als een puur vormelijk overblijfsel. Deze rastafari’s, die er uitzien als linkse nozems, zijn kolonistenkinderen die de meest extremistische zaken uitkramen.
De orthodoxen die ik toon staan keihard te headbangen, terwijl we denken dat orthodoxe joden alleen naar klezmer luisteren en jiddische teksten prevelen. Die orthodoxe rockers zijn -zoals een grote hoop mensen in Israël- migranten. Ze zijn naar hier gemigreerd in de jaren zestig. Voor ze hun toevlucht zochten in religie hadden ze al een leven. Als je een nieuw leven begint, laat je niet alle elementen uit je verleden vallen. Ritmes en muziek wis je niet zomaar uit.
Door de extremen van de samenleving te tonen, zoals de aanhangers van Kach en Kahane Chai (in Israël verboden extremistische bewegingen die werden opgericht door de vermoorde rabbijn Meir Kahane, td) wil ik confronteren. Ik toon het dubbele karakter van Israël. Elk joods kind in Israël groeit op met de mythes van Samson en van Massada. Er is geen enkel Israëlisch kind dat niet als tiener het zonnige bergpad van Massada opgewandeld is om daar dan een les in vaderlandsliefde te krijgen.
De collectieve zelfmoord van de joden die werden belegerd door de Romeinen en die weigerden te capituleren, wordt gezien als een daad van heroïsche onverzettelijkheid. De bijbelklas die ik toon, is gefilmd in de A.D. Gordon School in Tel Aviv, een school die verbonden is aan de Arbeidspartij. Het verhaal van de juf over de held Samson die drieduizend Filistijnen de dood injoeg -joods Israëlisch erfgoed- wordt een paar shots verder met een andere klankkleur en toonzetting door de Kahane-aanhangers gebruikt om hun extremistische ideeën te illustreren. Is het niet cynisch dat Samson en de belegerde Massada joden net hetzelfde doen als de Palestijnse zelfmoordenaars, door onszelf belegerd, vernederd en uitgespuugd als terroristen. Hoe het Israëlische publiek reageerde? Niet. Wij Israëli’s zijn meesters in ontkennen. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur