Aziatisch landen willen boter bij de vis in Johannesburg

Een coalitie van niet-gouvernementele
organisaties (ngo’s) is erg ontgoocheld over de voorbereiding van de
Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling, die eind augustus begint in het
Zuid-Afrikaans Johannesburg. Vorige week konden honderdtwintig ministers
van Ontwikkelingssamenwerking en Milieu het tijdens de laatste
voorbereidende vergadering op het Indonesische eiland Bali niet eens worden
over de belangrijkste passages van het actieplan dat in Johannesburg zou
moeten worden ondertekend. Vooral de financiering van de maatregelen rond
armoedebestrijding en milieuzorg die zich opdringen in de
ontwikkelingslanden, blijft erg onzeker.


Geen concrete projecten, geen controleerbare doelstellingen en geen
tijdsschema’s, zo luidt de conclusie van een coalitie van ngo’s waaronder
Consumers International, Friends of the Earth, Greenpeace en het Wereld
Natuurfonds (WWF) over de magere tekstgedeelten waarover in Bali wel
overeenstemming werd gevonden.

De financiering van de agenda voor duurzame ontwikkeling blijft een open
vraagteken, concludeert Alex Renton, de woordvoerder van Oxfam
Zuidoost-Azië. De arme Aziatische landen moeten niet veel verwachten van
de top over duurzame ontwikkeling, vindt ook Shalmali Guttal van Focus on
the Global South, een denktank gebaseerd in Bangkok. De tekst van het
actieplan, die de verbintenissen van de donorlanden in detail moet
uitwerken, zegt tot hiertoe weinig over de financieringsmodaliteiten.

Ik begrijp de ergernis van de ngo’s zegt Ravi Sawhney, een expert bij
ESCAP, de Economische en Sociale Commissie voor Azië en de Stille Zuidzee
van de Verenigde Naties (VN). ‘De Aziatische landen hebben behoefte aan
een actieplan dat kan toegepast worden en een uitgewerkte financiering
hoort daarbij.”

Het is een beschamende vertoning om te zien hoe de landen en economische
blokken op een kortzichtige manier hun eigen belangen verdedigen, zegt de
ngo-coalitie. Er zijn weinig landen die Bali met geheven hoofd kunnen
verlaten. De lijst van schuldigen is lang, maar begint met de drie landen
die het besluitvormingsproces in Bali van bij het begin kaapten: de
Verenigde Staten, Australië en Canada.

Op de eerste Top van de Aarde, in Rio de Janeiro in 1992, legden de
regeringen een indrukwekkende reeks doelstellingen vast in Agenda 21, een
blauwdruk voor Duurzame Ontwikkeling. De VN berekenden toen dat de
toepassing van Agenda 21 in de ontwikkelingslanden 650 miljard euro zou
kosten. De meeste industrielanden verklaarden zich in Rio akkoord om binnen
afzienbare tijd hun officiële ontwikkelingshulp fors op te trekken, tot een
bedrag dat overeenstemt met 0.7 procent van hun bruto binnenlands product.
Maar op dit ogenblik halen slechts vijf landen die doelstelling:
Denemarken, Luxemburg, Nederland, Noorwegen en Zweden. Sinds 1992 daalde
het ontwikkelingsbudget van 14 van de 21 westerse donorlanden zelfs.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness