Balkanboeren likken hun wonden na hete zomer

Door de recordzomer met temperaturen tegen de veertig graden valt de oogst op de Balkan eerder mager uit. De prijs van brood, vlees en olie is al met 50 procent gestegen en de boeren weten niet wat ze hun vee deze winter te eten moeten geven.
“Er moet iets gebeuren, we kunnen niet naar de hemel blijven staren en wachten op Gods zegen”, zegt Ratko Marjanovic, een 62-jarige groenteboer uit de buurt van Belgrado, “Mijn grootvader had geen andere keuze, maar intussen leven we in de 21ste eeuw.”
Concreet overweegt Marjanovic de aankoop van een sproei-installatie: “Dat gaat me enkele duizenden euro kosten, maar dat is niets in vergelijking met wat ik heb verloren door de droogte.”
Het Servische ministerie van Landbouw schat dat de droogte voor 352 miljoen euro schade heeft aangebracht aan de oogst. Twintig procent van de Servische export bestaat uit landbouwproducten, vooral maïs, graan en fruit.
“De export van landbouwproducten stijgt elk jaar met 20 procent, wat van de landbouw het gezondste deel van de Servische economie maakt”, zei minister van landbouw Slobodan Milosavljevic op een persconferentie. Het vooropgestelde exportcijfer van 1 miljard euro wordt dit jaar waarschijnlijk niet gehaald, omdat de oogst een kwart kleiner uitvalt dan normaal, met name voor maïs en andere graansoorten, zonnebloemen en soja.
In Kroatië is de situatie gelijkaardig: de schade aan de landbouw wordt er op 185 miljoen euro geschat. Volgens het ministerie van Landbouw dreigen voor 100.000 boeren financiële problemen. Velen hebben door de droogte niet alleen een stuk van de oogst maar ook vee of kweekvis verloren.
“Zowel wij als de dieren zullen honger leiden deze herfst en winter,” zegt Franjo Odobasic uit Pozega op de Kroatische radio, “de prijs van maïs in de voorbije maanden verdubbeld.”
Zoals altijd na een zware droogteperiode, klagen de boeren in Servië en Kroatië over het feit dat ze van de overheid weinig steun krijgen om irrigatiesystemen uit te bouwen. “Slechts 1,2 procent van de 3,2 miljoen hectare landbouwgrond in Servië is geïrrigeerd,” zegt Branislav Gulan van de Servische kamer van koophandel, “dat is 15 keer minder dan het wereldwijde gemiddelde.”
In Bosnië-Herzegovina is de situatie anders. De voormalige Joegoslavische deelstaat, die de facto uit een Servisch en een moslim-Kroatisch deel bestaat, heeft nooit veel geïnvesteerd in de landbouw. De lokale productie volstaat slechts om 10 procent van de behoefte te dekken. De rest wordt ingevoerd, 350.000 tot 450.000 ton graan en maïs per jaar.
Die gewoonte komt Bosnië-Herzegovina nu duur te staan. “We hebben geen reserves die we op de markt kunnen gooien om prijsstijgingen te voorkomen”, zegt federaal landbouwminister Damir Ljubic. Door de lage voorraden is de broodprijs in de noordelijke stad Brcko al met 50 procent gestegen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift