Balkanlanden zien Serviërs opeens graag komen

De rol van Servië in de Balkanoorlogen van de jaren 90 is nog niet vergeten, maar opeens lijken Kroatië en Slovenië de haat opzij te willen zetten die er nog altijd leeft tegenover de Serviërs. De twee landen voeren in Belgrado en andere Servische steden een affichecampagne om toeristen naar hun badplaatsen aan de Adriatische kust te lokken. Alle bezoekers zijn welkom om de gevolgen van de crisis op te vangen.
“Als het hart zomer zegt, zegt het Adriatische kust”, klinkt de Kroatische slogan. “Zo mooi en zo dichtbij”, luidt de ondertitel. Op de affiches zijn plaatsen als Dubrovnik en Rovinj te zien, waar veel oudere Serviërs hun zomervakanties doorbrachten voor het uiteenvallen van Joegoslavië. In Belgrado hadden meer dan 22.000 inwoners een vakantiehuis aan de Kroatische kust.
Maar toen kwam de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog. Bij de vijandelijkheden tussen 1991 en 1995 lieten meer dan 20.000 Kroaten het leven. De Serviërs waren tegen de afscheiding van Kroatië en worden er dan ook verantwoordelijk gesteld voor de lange burgeroorlog.

“Er zijn ook goede Serviërs”


In de toeristische trekpleisters doet de zon dit jaar de bitterheid verdwijnen. “Wat Slobodan Milosevic en andere Servische politici deden is onvergeeflijk en mag niet worden vergeten”, argumenteerde Goran Strok, een hoteleigenaar uit Dubrovnik, onlangs op de toerismebeurs in Belgrado. “Maar de oorlog is voorbij en we kunnen onze buren niet kiezen. Er zijn ook goede Serviërs, en het is tijd hen de hand te reiken. Ik wil Servische toeristen zien in Dubrovnik.”
Kroatië heeft die Servische bezoekers hard nodig. De eerste vijf maanden van dit jaar kreeg de toeristische sector er een vijfde minder binnen dan in diezelfde periode in 2008, zegt de Kroatische Organisatie voor Toerisme. Het toerisme is goed voor bijna 20 procent van het bruto binnenlands product van het land.

Slovenië wil weer vrienden worden


Ook Slovenië voert een reclamecampagne in Servië. “Piran, Portoroz en vrienden”, staat er op de Sloveense affiches, met schitterende foto’s van de kleine badplaatsjes. “De meest nabije Europese kust, met visumfaciliteiten”, klinkt het. Slovenië maakt deel uit van de EU, en Serviërs die op reis willen gaan naar de Unie hebben overal een visum nodig. De Sloveense overheid heeft de aanvraagprocedure vereenvoudigd om meer Serviërs over de brug te halen.
Slovenië heeft het voordeel dat de herinneringen aan de oorlog er niet diep zitten. De schermutselingen tussen de Slovenen en Servische soldaten van het Joegoslavische leger duurden maar tien dagen en maakten niet veel slachtoffers. Anderzijds heeft Slovenië toeristen veel minder te bieden: de Sloveense kust is amper 54 kilometer lang, terwijl Kroatië 1700 kilometer stranden en rotskust heeft.

Zware concurrentie


Maar zowel Slovenië als Kroatië moeten opboksen tegen zware concurrentie. Volgens de Vereniging van Servische Reisagentschappen (JUTA) is Griekenland voor 39 procent van de Serviërs de meest geliefde vakantiebestemming, gevolgd door Bulgarije (22 procent), Turkije (21 percent), Egypte en Tunesië. Dan komen Montenegro en Servië zelf, en daarna pas Kroatië en Slovenië.
All in-vakanties in Kroatië en Slovenië zijn veel duurder dan in Griekenland en Turkije. Bovendien is het transport een probleem. Er zijn geen lijnvluchten tussen Servië en Kroatië. Alleen in de zomer vlogen er de afgelopen drie jaar charters tussen Belgrado en Pula, aan de Noord-Kroatische kust. Vorig jaar boekten amper 2650 mensen een vlucht, zegt de Servische luchtvaartmaatschappij JAT. Meer Serviërs rijden met de wagen, maar sommigen schrikken daarvoor terug omdat auto’s met Servische nummerplaten vaak beschadigd worden. Ze nemen dan maar de bus of de trein, en houden zoveel mogelijk hun mond om niet op te vallen door hun accent.
De Serviërs weten maar al te goed dat er nog altijd kwaad over hen wordt gesproken in de buurlanden, vooral dan in Kroatië. In de media zijn positieve uitlatingen over Servië nog altijd met een vergrootglas te zoeken.
“De Slovenen onze vrienden?”, schampert Zoran Mitrovic, een ingenieur in Belgrado. “Ze wilden niet binnen Joegoslavië blijven – wat willen ze dan nu van ons? En de Kroaten hebben ons twintig jaar lang uitgespuwd. Ik denk niet dat ik er gauw op vakantie zal gaan.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift