Bangladesh vraagt zich af hoe arm het wil zijn

De Bengalese minister van Financiën M. Saifur Rahman
herhaalt al wekenlang dat Bangladesh uit de groep van de Minst Ontwikkelde
Landen (LDC) moet stappen. Rahman stelt dat zijn land er veel beter
voorstaat dan de Afrikaanse LDC-landen en hoopt het imago van Bangladesh op
te krikken door resoluut afstand te nemen van de allerarmste landen. Maar
veel andere Bengalezen willen de voordelen die de LDC-status biedt niet
zomaar opgeven.


De Verenigde Naties erkennen momenteel 49 lidstaten als Minst Ontwikkelde
Landen. Die landen krijgen bijzondere aandacht van de hulpinstellingen van
de VN en van veel donorlanden; ze kunnen ook rekenen op gunstige
handelsvoorwaarden en zachte leningen. Maar volgens de Bengalese
financiënminister Rahman worden die voordelen duur betaald. We tellen
minder mee op internationale fora omdat we in de LDC-club blijven, voert
hij aan. We willen ook op de tafel kunnen slaan en keihard onderhandelen.
Rahman vindt dat Bangladesh tot de LDC-groep is toegetreden om volwassen te
worden - nu is het volgens hem tijd om op eigen benen te staan.

Maar veel andere Bengalezen werpen op dat hun land het helemaal niet zo veel
beter doet dan de overige LDC-landen. Het gemiddeld inkomen bedraagt in
Bangladesh nog altijd maar 386 dollar per persoon per jaar, terwijl de VN
landen pas uit de LDC-groep zetten als dat cijfer boven de 900 dollar
uitkomt, voeren medewerkers van de Hoofdstedelijke Kamer van Koophandel en
Industrie aan. De armoede in Bangladesh is volgens de Wereldbank de
afgelopen 10 jaar met zowat 9 procentpunten teruggedrongen, maar toch zit
nog altijd de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Veel Bengalese
economen en ondernemers waarschuwen er ook voor dat Bangladesh meer zal
moeten betalen voor buitenlandse leningen als het de LDC-deur achter zich
dichtslaat. Ook schuldherschikkingen zullen niet meer zo snel worden
toegestaan. Tussen 1989 en 1998 zetten officiële schuldeisers van Bangladesh
bijvoorbeeld voor 679 miljoen dollar vorderingen om in giften.

Shah A.M.S. Kibria, die in de vorige regering minister van Financiën was,
noemt het voornemen van zijn opvolger roekeloos en onnadenkend. Volgens
hem bevindt de Bengalese economie zich nog in een crisissituatie en hebben
de exporteurs alle hulp nodig die ze kunnen krijgen om hun internationaal
marktaandeel te behouden.

Zelfs het argument van Rahman dat de handelsvoordelen die aan LDC-landen
worden toegestaan na korte of lange tijd uitdoven, vindt bij de critici geen
gehoor. Een professor economie aan de universiteit van Dhaka die niet
genoemd wil worden, stelt dat de regering de voorbije maanden door intensief
lobbywerk uitzicht heeft gekregen op een verlenging van de regeling waarbij
Bengalees textiel taksvrij in de VS kan worden ingevoerd. Ook de meeste
LDC-landen in de Cariben en in zwart-Afrika genieten een dergelijke
voorkeursbehandeling, en volgens de economieprofessor zou daar voor
Bangladesh wel eens een einde aan kunnen komen als het land beslist dat het
niet meer tot de groep van de Minst Ontwikkelde Landen behoort.

De tegenstanders van de plannen van minister Rahman geven wel toe dat
buitenlandse hulp en een voortgezette voorkeursbehandeling niet voldoende
zijn om Bangladesh echt uit de armoede te halen. De strenge voorwaarden die
donoren aan hun hulp verbinden, lijken soms de armoedebestrijding te
bemoeilijken. Corruptie, slecht beheer en de inzet van duurbetaalde
buitenlandse experts maken bovendien dat slechts een fractie van het
hulpgeld nuttig wordt besteed. Dat kan verklaren waarom Bangladesh nog
altijd meer dan 65 miljoen inwoners telt die onder de armoedegrens zitten,
ook al kreeg het land tussen 1971 en 2000 36,3 miljard dollar
ontwikkelingshulp.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift