Banyamulenge willen terug naar Katanga

Nu de betrekkingen tussen Congo en Rwanda
zich lijken te normaliseren, willen steeds meer Congolezen van Rwandese
origine terug naar de grond en het huis vanwaar ze zijn verjaagd. Zo ook in
Lubumbashi in de zuidoostelijke provincie Katanga, waar een driesterrenhotel
terug in handen is van zijn Banyamulenge-eigenaar. De herintegratie verloopt
niet zonder spanningen, maar de goede wil langs beide kanten is groot.


We leven nu in een rechtstaat. Heksenjachten behoren tot het verleden, zo
verklaarde Victor Ngezayo Kambale aan zijn werknemers in het Park Hotel van
Lubumbashi. Kambale is een Rwandees van Congolese origine en vluchtte in
1998 naar Europa uit angst voor represailles van de lokale bevolking. Die
richtte haar woede op alles wat Rwandees was omdat Rwanda toen steun leverde
aan rebellenbewegingen in het oosten van Congo.

Kambales bezittingen gingen over in handen van de Congolese staat. De
intercongolese dialoog vorig jaar in Zuid-Afrika leidde evenwel tot een
princiepsovereenkomst dat de goederen weer moeten worden teruggegeven aan
hun oorspronkelijke eigenaars. De teruggave van het hotel verliep niet
zonder opstootjes, zodat de politie moest worden ingezet om herriezoekers
uiteen te drijven.

Heel wat andere Banyamulengue hebben uit het voorval moed geput en willen
ook terug. Zo ook Crispin Rutahishire, die ruim dertig jaar in de mijnen van
Gécamines heeft gewerkt. Vorig jaar heb ik een brief gestuurd naar het
bevoegde ministerie om het huis terug te krijgen dat ik in 1958 met mijn
mijnwerkersloon heb gekocht. Hetzelfde geldt voor Seminari, een
ex-mijnwerker die ooit en boerderij had in Kipushi waar hij yoghurt maakte.
Ik ken Rwanda helemaal niet. Mijn ouders zijn daar in 1927 vertrokken om in
de mijn te komen werken. Mijn vrouw is van hier en Katanga mijn vaderland !

Een ambtenaar in Lubumbashi bevestigt de toevloed van aanvragen per brief en
e-mail van Banyamulengue die have en goed terugeisen. De wonden van de
oorlog zijn echter nog vers, en niet iedereen ziet de Rwandezen graag
komen, ook al woonden ze sinds lang in Congo. We kunnen ermee leven dat ze
terugkomen, zegt een verpleger uit Kipushi, maar wat mij stoort is het
superioriteitsgevoel dat ze daarbij aan de dag leggen.

De inheemse Congolezen hebben geen vertrouwen in het de vaderlandsliefde van
de Banyamulengue. Toen de Rwandese soldaten Lubumbashi in 1997 hebben
bevrijd van de dictatuur van Mobutu, veranderden de Banyamulengue en de
mensen uit Kivu meteen van kamp, vertelt een leraar aan een middelbare
school. Opeens waren ze terug Rwandezen en spraken ze kinyarwanda met de
soldaten.

Ook voor de oorlog bestonden er spanningen tussen Congolezen en Rwandese
inwijkelingen. Als een gevolg van de inter-congolese dialoog zijn nu alle
Rwandezen die voor de onafhankelijkheid van 1960 in het land waren
automatische Congolees. Dat is een hele vooruitgang tegenover vroeger, toen
aanwezigheid sinds 1885 gold als criterium voor een paspoort. Op die manier
vermijden we oorlogen op basis van nationaliteit, zegt een dorpshoofd uit
het noorden van Katanga. Ons land is groot genoeg. Er is plaats voor
iedereen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift