Bedrijven vragen ambitieus klimaatbeleid

Een coalitie van 91 bedrijven roept de Europese lidstaten op om te kiezen voor een ambitieus klimaatbeleid voor 2030. Het huidige voorstel van de Europese Commissie is te zwak en katapulteert Europa naar het verleden, aldus de CEO’s. Ze vragen drie ambitieuze doelstellingen, voor inperking van de emissies, voor hernieuwbare energie en voor energie-efficiëntie.

  • 20 van de 91 bedrijven die oproepen tot een meer ambitieus klimaatbeleid.

De meeste van de 91 bedrijven behoren tot de energiesector, maar ook Ikea, Deme, het Europese Koperinstituut en 3M maken deel uit van het platform. De boodschap die ze gisteren, 12 februari, op een persconferentie meegaven, was eenduidig en krachtig: Europa moet doorgaan op de ingeslagen weg en consequent blijven kiezen voor hernieuwbare energie.

Ambities bijstellen

Het huidige voorstel van de Commissie omvat slechts één duidelijke doelstelling, namelijk om tegen 2030 de uitstoot van CO2 te beperken met 40 procent. Die doelstelling mag opgetrokken worden tot 45 procent, vinden de CEO’s, want anders raken we in 2050 nooit aan de vooropgestelde 90 tot 95 procent.

Voor hernieuwbare energie is er nu een zwaktebod door 27 procent als norm voorop te stellen tegen 2030, zonder de landen te verplichten en zonder hen een duidelijk cijfer op te leggen. ‘Op deze manier zal er veel te weinig responsabilisering zijn van de afzonderlijke landen en halen we zelfs de doelstelling voor 2020 niet. Zodra er immers geen duidelijkheid meer is over de toekomst, verzwakt de inzet van de landen. Dat is nu al merkbaar in Polen, in Frankrijk en in Italië, dat zeer goed presteerde voor hernieuwbare energie in het verleden maar vorig jaar achteruit ging omwille van de onzekere toekomst.’ ‘Een doelstelling bereidt ons voor op wat er in de toekomst sowieso aankomt,’ vindt Denis Cochet, senior vice-president van het energie- en transportbedrijf Alstom: ‘Als Europa geen doelstelling voorop stelt, welk signaal is dat dan voor de wereld?’

Hernieuwbare energie is de toekomst

Voor hernieuwbare energie pleiten de CEO’s voor een doelstelling van 30 tot 35 procent tegen 2030, verplicht voor elke lidstaat. De redenen voor zo’n strenge doelstelling zijn duidelijk: Europa heeft de technologie en mag zijn positie op de markt niet loslaten.
Het is ook het beste spoor om energiezekerheid te garanderen en om onze afhankelijkheid van de olie-importen af te bouwen. Een doelstelling van 30 procent zou tussen nu en 2050 een extra besparing betekenen van 1,1 triljoen euro aan olie-import vergeleken met een klimaatpakket met slechts één doelstelling. Als de norm wordt opgetrokken tot 35 procent hernieuwbare, wordt dat 1,4 triljoen euro.

Hernieuwbare energie is bovendien een bron van werkgelegenheid. Een norm van 30 procent tegen 2030 zou ruim een half miljoen meer jobs opleveren dan het huidige voorstel. Ook de impact op de gezondheid is groot door levensjaren te sparen die nu opgeofferd worden aan de impact van ozon en stofdeeltjes in de lucht.

Denis Cochet van Alstom bevestigt dit: er is geen enkel risico verbonden aan hernieuwbare energie: niet op het vlak van technologie, niet op het vlak van levering, niet op het vlak van de vraag. De enige botleneck is het regelgevend kader.

Het proces sturen

‘Ons pleidooi bij Europa gaat er niet over dat wij zoveel mogelijk winst willen maken’, stelt Massimo Derchi, CEO van ERG Renew. ‘Het gaat erom dat de overgang naar een koolstofarme economie moet gestuurd worden. Iemand moet dat coachen met duidelijke bakens zodat we weten waar we naartoe gaan. Wij klagen niet van te veel overheidsinmenging. Wij willen dat de overheid een duidelijk kader aanreikt, dat op de lange termijn betrouwbaar is. Wijzelf, ERG, waren een bedrijf dat inzette op fossiele brandstoffen, in raffinaderijen, maar we zijn overgeschakeld naar hernieuwbare energie omdat dit de toekomst is. Een stop & go beleid brengt ons nergens.’

De interferentie van schaliegas

Op de vraag op de hype rond schaliegas het huidige commissievoorstel heeft beïnvloed, antwoordt Rafael Mateo, CEO van Acciona Energia: ‘Het gegeven van schaliegas speelt mee, maar het is tegelijk relatief. Op dit ogenblik hebben wij hier nog steeds geen schaliegas. Bovendien, vanaf het moment dat er ontgonnen wordt, weten we ook dat dit een eindige bron is, de voorraden zijn zeer beperkt, het kan niet meer dan een tijdelijke oplossing zijn’.

Haven van Antwerpen maakt zich op 

Een vaak gehoord argument om voor schaliegas te opteren in Europa, zijn de lage energieprijzen in de VS, dankzij de ontginning van schaliegas. Die realiteit geeft de energie-intensieve industrie in de VS een concurrentievoordeel. In eigen land zou vooral de haven van Antwerpen dat concurrentienadeel ervaren. Toch ontkent de haven dat formeel aan MO*. Annik Dirkx voor de Antwerpse haven:

‘Schaliegas kan concurrentie betekenen voor de aard van de producten die worden overgeslagen en opgeslagen, maar er wordt geen negatieve invloed verwacht op de overslag. We verwachten eerder een verschuiving van het type product dat wordt behandeld. Onze cluster is bovendien op een geïntegreerde manier samengesteld, wat maakt dat de bedrijven in onze haven nog het beste gewapend zijn om met deze verschuivingen om te gaan, die –volgens verwachtingen- zelfs eerder voor een stijging van de invoerstromen zal zorgen, dan wel een daling.’

In Europa, en ook in Vlaanderen, is de industrie volop bezig zich voor te bereiden op de toekomst, aldus Dirkx. Enerzijds door investeringen te doen die leiden tot energie-efficiëntie, anderzijds door investeringen die leiden tot een verhoging van de efficiëntie tout court. Dirkx verwijst naar Total als voorbeeld van een bedrijf dat zich voorbereidt op de toekomst en investeert om zijn processen verder te specialiseren zodat het bedrijf meer waardevolle producten uit zijn grondstoffen kan halen. Het resultaat hiervan is een efficiënter gebruik van grondstoffen, wat leidt tot de creatie van meer toegevoegde waarde. Zo keurde het bedrijf vorig jaar een grootschalig project goed voor de modernisering van zijn raffinage- en petrochemieplatform ter waarde van 1 miljard euro voor het Antwerpse productiecomplex, het grootste raffinage- en petrochemieplatform van Total in Europa. Voor de nabije toekomst (2016) staan nog twee grote investeringsprojecten gepland.

Dirkx: ’ Voor bedrijven die willen investeren is de kost en de beschikbaarheid van energie één element. Maar daarnaast spelen ook de kost en beschikbaarheid van grondstoffen, de toegankelijkheid tot de markt, de infrastructurele omkadering, het investeringsklimaat en het sociale klimaat mee. Wanneer we Antwerpen of Vlaanderen vergelijken met andere spelers op de wereldmarkt, scoren we heel goed op het vlak van beschikbare grondstoffen, toegankelijkheid tot de markt, infrastructuur en investeringsklimaat. Voor het sociaal klimaat scoren we gemiddeld. De aanwezige industrie bereidt zich dus volop voor om te beantwoorden aan de evoluties die op wereldvlak aan de gang zijn.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift