Belastinggeld smeert globalisering

Belgische bedrijven kunnen zich bij de Belgische overheid laten verzekeren voor hun export naar en investeringen in de Derde Wereld, ook al zijn die projecten soms mee verantwoordelijk voor gewapende conflicten, milieuvervuiling of het verdrijven van inheemse volkeren. Delcredere, dat deze verzekeringen verstrekt, is onbekend bij het grote publiek. De dienst had dat graag zo gehouden.
Delcredere. Dat is de wat mysterieuze naam van de Belgische exportkredietverzekeraar. De instelling leidt een bestaan in de coulissen van het internationale beleid van ons land, maar is een speler van belang. Vorig jaar verzekerde de Delcrederedienst voor 7,3 miljard euro aan hoofdzakelijk Belgische exporten en Belgische investeringen in zogenaamde risicolanden. Dat zijn alle landen die niet tot de OESO behoren, al blijven enkele nieuwkomers bij de OESO wel risicolanden: Mexico, Turkije, Zuid-Korea, Polen, Slovakije en Tsjechië. Met zijn verzekering neemt Delcredere, in ruil voor een premie, de risico’s op wanbetaling en de politieke risico’s van de exporteur of investeerder over.
De agenda van de Raad van Bestuur van Delcredere op de vergadering van 27 juli 2004 maakt duidelijk waarover het concreet gaat. Wapenproducent FN vraagt een verzekering voor de export van 14,7 miljoen euro aan wapens en wapenonderdelen naar Venezuela. Vermits het Venezolaanse ministerie van Financiën zich garant stelt voor de betaling, keurt Delcredere de aanvraag zonder opmerkingen goed. Een vraag van het Belgische bouwbedrijf Besix om de bouw van een hospitaal in Congo te verzekeren wordt voorlopig afgewezen omdat de middelen voor aankoop van het medisch materiaal niet voorhanden zijn. Dredging International vraagt of Delcredere het graven van een kanaal in de Chinese zeehaven Zhanjiang -kostprijs 15 miljoen euro- kan verzekeren. Antwoord: ja, als voldaan is aan de milieuvoorwaarden. Andere vragen gingen over een verzekering van het commerciële risico voor de uitvoer van een weefgetouw naar Turkije, de bouw van een afvalverwerkend bedrijf in Vietnam…

Politiek gewikt en gewogen


In de Raad van Bestuur van Delcredere zetelen vertegenwoordigers van zes federale ministers (Economie, Buitenlandse Handel, Financiën, Ontwikkelingssamenwerking, Openbare Bedrijven en Buitenlandse Zaken) die elk over een veto beschikken. Sinds maart van dit jaar hebben ook Vlaanderen, Wallonië en Brussel elk drie vertegenwoordigers in de raad. Met vijftien ministeriële vertegenwoordigers op twintig leden, zijn de beslissingen van Delcredere dus beslissingen van de Belgische politiek. Die beslissingen zijn niet altijd onschuldig.
Delcredere verzekerde in 2001 bijvoorbeeld een investering van Tractebel in de Houay Ho-krachtcentrale in Laos. De Zwitserse consultant Electrowatt Engineering maakte in opdracht van de Aziatische ontwikkelingsbank een studie van het project. Daaruit blijkt dat de gedwongen hervestiging van 3000 Laotianen niet aan de internationaal geldende richtlijnen beantwoordt. De beloofde rijstrantsoenen zijn niet voorhanden. Er zijn geen keukens en toiletten in de nieuwe huizen. De handpompen leveren te weinig water en het is van slechte kwaliteit. Tot overmaat van ramp kost de afbetaling van de centrale meer dan wat ze opbrengt, waardoor het straatarme Laos geld toesteekt aan het avontuur. Dat belette Delcredere niet de Tractebel-investering te verzekeren. Yves Windelinck, directeur van Delcredere, ontkent de problemen van het project in Laos niet. Hij wijst er wel op dat de OESO-voorschriften inzake hervestiging van inheemse volkeren drie jaar geleden nog niet golden. ‘Bovendien gaat het hier om een investering, terwijl die OESO-richtlijnen enkel van toepassing zijn op export.’
Over de betrokkenheid van Tractebel bij het Camisea-gasproject in Peru berichtten we al uitgebreid in MO*9, december 2003. Ook daarvoor kreeg het bedrijf een verzekering van Delcredere. De gasontginning vindt plaats in een nationaal reservaat dat erkend is als een van de grootste schatkamers van biodiversiteit ter wereld. Bovendien leven in de regio waar het gas wordt ontgonnen groepen inheemsen wiens overleving ernstig in het gedrang komt door de impact van het project op hun habitat.

De kogel moet door de kerk


Nog gevoeliger liggen de verzekeringsdossiers die met wapens te maken hebben -en Delcredere krijgt dikwijls wapendossiers te behandelen. De heisa rond de levering van minimi’s aan de “prille democratie” Nepal was daarvan een duidelijke illustratie. Als gevolg van de Nepal-affaire werd het beleid inzake wapenhandel, inclusief het toekennen van exportvergunningen, geregionaliseerd. De politieke vertegenwoordigers in de beheerraad van Delcredere achten zich daardoor minder dan ooit geroepen om zelf de ethische afwegingen te maken.
‘Het is niet aan Delcredere, een federale dienst met een economische opdracht, om het beleid van de gewesten inzake wapenhandel te toetsen’, zei Louis Michel daarover nog in september 2003. Yves Windelincx vindt dat de regionalisering eigenlijk niets veranderd heeft: ‘De vertegenwoordigers van de federale ministers beschikken over een veto en kunnen elk besluit dat in strijd is met het regeringsbeleid verwerpen. Zo staat het haast letterlijk in de wet van Delcredere van 1939.’ Dat vetorecht zou nu in principe nog een grotere impact moeten hebben omdat het regeringsbeleid inzake wapenhandel in principe strakker is dan ooit. In maart 2003 stemde de Kamer immers een wet die België als eerste EU-lidstaat verplicht om de Europese gedragscode voor wapenexporten na te leven. Die wet onderwerpt wapenuitvoer aan vergaande criteria.
Het volgende wapendossier dat uitlekte, in december 2003, was dat van New Lachaussee. Deze onderneming uit de beruchte Forrest Group zou een productielijn in een Tanzaniaanse munitiefabriek installeren en kreeg daartoe van Delcredere een verzekering tegen politieke en commerciële risico’s. Het was de Waalse minister-president Van Cauwenberghe die de zaak afblies toen hij weigerde een vergunning te geven aan New Lachaussee, onder druk van de publieke opinie en in weerwil van de veronderstelde Waalse doofheid voor ethische argumenten tegen wapenuitvoer.
In de wapendossiers speelt de publieke opinie dus een belangrijke rol. Toch kant Delcredere zich tegen doorzichtigheid, sinds de Nepal-affaire zijn er zelfs extra maatregelen genomen om eventuele informatielekken op te sporen. Windelincx, die zelf niet in de raad zetelt, legt uit: ‘Vertrouwelijkheid is van het grootste belang voor de bedrijven die bij ons komen. De wet garandeert ons ook die discretie. Daarom hebben we klacht ingediend tegen onbekenden omwille van de lekken in de Nepal-zaak.’
Daniël Vandaele, die voor het ABVV in de Raad van Bestuur zetelt, treedt Windelinckx enigszins bij. ‘Het zijn moeilijke kwesties’, zegt hij. ‘Als wij niet leveren, doet iemand anders het. En tewerkstelling is een probleem in het Luikse.’ Onlangs weigerde Delcredere een FN-aanvraag met betrekking tot de modernisering van een productielijn van de wapenfabriek Eldoret in Kenia. Dat was niet om ethische maar om verzekeringstechnische redenen. Als FN een beter dossier in elkaar steekt, komt de vraag wellicht opnieuw op tafel.

Zorgen voor het milieu


Jan Cappelle, de man achter Delcredere-watchdog Proyecto Gato en de nachtmerrie van Windelincx, staat op en gaat slapen met de problematiek van de exportkredietverzekeraars. Hij gelooft dat publieke acties nodig zijn om de Delcredere’s van deze wereld tot de orde te roepen, maar geeft toe dat ‘we nog maar aan het begin staan van een lang proces’. Toch spraken de rijke landen in de OESO, onder druk van ngo-acties, met elkaar af dat hun openbare exportkredietverzekeraars voor hun verzekeringsdossiers een gemeenschappelijke benadering zouden volgen voor de milieudimensie, inclusief de rechten van inheemse volkeren.
Sinds begin dit jaar dient ook Delcredere zich te richten naar die Common Approaches on Environment and Officially Supported Export Credits, Revision 2. De OESO stelde daartoe een lijst van “gevoelige sectoren” op. Voor dossiers in de betreffende sectoren die oplopen tot een bedrag van meer dan 10 miljoen euro moet sowieso een milieu-effect-rapport (MER) worden opgemaakt. Dat MER moet dertig dagen voor de toekenning van de verzekering publiek worden gemaakt.
Delcredere volgt die werkwijze sinds begin dit jaar. ‘De publicatie van de hele aanpak én van de MER’s zal gebeuren zodra de website is vernieuwd’, verzekert Windelincx. Tot nu toe is er slechts één dossier waarvoor een MER is gevraagd: baggerwerken voor rekening van de Mexicaanse overheid voor het herstel van stranden die geteisterd worden door erosie.
Tijdens ons gesprek wees Windelincx er herhaaldelijk op dat Delcredere, zoals de OESO voorschrijft, die milieurapportage enkel doet voor exportkredieten met een duur van meer dan 1 jaar -slechts 18 procent van het aantal exportkredietdossiers- en dat investeringsdossiers buiten die regeling vallen. In praktijk betekent dit dat Delcredere slechts milieuvragen stelt voor nog geen 15 procent van zijn dossiers.
Windelincx verschilt van mening met Fientje Moerman, die als minister van Economie en Buitenlandse Handel in de Kamer op 27 april van dit jaar nog zei dat de milieuscreening ook geldt voor de investeringsdossiers van Delcredere: ‘De aanbevelingen van de OESO beperken zich tot de exportkredieten, maar Delcredere zal ook de milieurapportage uitvoeren voor investeringen.’
Wat betekenen de woorden van de minister als de directeur van Delcredere het omgekeerde beweert? Zo zijn er nog wel meer vragen. Over de onafhankelijkheid van degene die het MER moet opstellen, bijvoorbeeld. Als Dredging International het baggercontract in de Chinese haven Zhanjiang binnenhaalt, moet er in principe een MER komen. Windelincx vindt dat de Chinezen het best geplaatst zijn om dat te doen. ‘Misschien leidt dit tot een achteruitgang inzake milieunormen of mensenrechten, maar het omgekeerde zou getuigen van neokolonialisme.’ Windelincx verzekert ons dat er tot nu toe nog geen enkel dossier is geweigerd om milieuredenen.

Stap voor stap


Delcredere zou een bescheiden hendeltje kunnen zijn waarmee de overheid het gedrag van ondernemingen en zo de globalisering een tikkeltje in ethische, sociale of ecologische zin kan bijsturen. Probleem is dat overheden hun bedrijven liefst niet “harder” aanpakken dan andere landen. Als ze dat wel doen, verliezen ze contracten, en zo werkgelegenheid. Vandaar de noodzaak om via internationale afspraken een ecologische, morele of sociale bodem in de wereldeconomie te steken: als iedereen dezelfde regels moet eerbiedigen, geldt het argument van de concurrentie niet meer. De Common Approaches van de OESO zijn zo’n poging. De Europese gedragscode inzake wapenhandel is er een andere, maar geen van beide is echt bindend.
Daarnaast zijn er de zogenaamde OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. Die bestrijken een breder terrein maar zijn nog vrijblijvender. Ze bevatten onder meer hoofdstukken over sociale normen, milieu, mededinging, belastingen en consumentenbelangen. Delcredere zegt in zijn jaarverslag die richtlijnen te willen respecteren, maar maakt dat niet concreet. ‘Delcredere heeft nog nooit een dossier geweigerd om sociale redenen’, zegt Daniël Vandaele die namens het ABVV in de Raad van Bestuur van Delcredere zetelt.
De OESO zelf probeert de naleving van haar richtlijnen zachtjes te stimuleren door de oprichting van zogenaamde Nationale Contactpunten (NPC’s) in alle OESO-landen en in landen zoals Brazilië, Chili en Argentinië die de richtlijnen hebben onderschreven. Bij het Belgische NCP kunnen ngo’s of individuen melding maken van Belgische ondernemingen die de richtlijnen niet naleven, hetzij in België, hetzij elders. Die aanklacht wordt dan onderzocht en als de klacht klopt, wordt dat ook publiek gemaakt. Die morele veroordeling is de enige sanctie waarover het NPC beschikt. Bij het Belgische NCP zijn ondermeer klachten ingediend tegen Tractebel in verband met de Houay Ho-dam in Laos, en tegen Dexia, KBC en ING voor hun financiering van de oliepijpleiding van Bakoe (Azerbeidjan) naar Ceyhan (Turkije).
Om aan het vrijblijvend karakter van sociale of ecologische regels te verhelpen, werkte sp.a-fractieleider in de Kamer Dirk Van der Maelen samen met enkele collega’s een wetsvoorstel uit dat bedrijven die op een of andere manier overheidsteun ontvangen (bijvoorbeeld via Delcredere), verplicht een uitgebreide set aan regels na te leven. Als achteraf blijkt dat bedrijven zich niet aan hun belofte houden, zouden ze beboet kunnen worden door een commissie die waakt over de naleving van die regels. Benieuwd hoe ver dit voorstel geraakt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift