Belastingparadijzen

Ondermijnen belastingparadijzen de capaciteit van regeringen om belastingen te heffen en dus om een sociaal beleid te voeren? Vooral ontwikkelingslanden zouden het slachtoffer zijn van het groeiende aantal belastingparadijzen.

Vluchtend geld


Op de paradijselijke eilandengroep de Bahama’s betalen vennootschappen geen belastingen. Liechtenstein telt dubbel zoveel postbusbedrijven als inwoners. Het bruto nationaal product van de Caymaneilanden bestaat voor meer dan de helft uit inkomsten uit de financiële dienstensector. De drie landen staan bekend als belastingparadijzen: landen of gebieden met lage of helemaal geen belastingtarieven, en waar het bankgeheim nog heiliger is dan elders. Het vermogen dat ondergebracht wordt in belastingparadijzen stijgt. Een recente studie van de Boston Consulting Group schat het kapitaal dat zich wereldwijd offshore bevindt op 9 miljard dollar. Dit is geld dat belast zou worden indien het aangegeven werd in het land waar het bedrijf zijn activiteiten effectief ontplooit.
De liberalisering van kapitaalmarkten en de mondialisering van kapitaalbewegingen laten toe dat grote bedrijven hun winsten in een belastingparadijs parkeren in offshore companies. Die virtuele bedrijven voeren meestal geen echte activiteiten uit, maar zorgen er wel voor dat de winsten van het moederbedrijf veel minder belast worden. En dat is slechts één van de vele technieken. Er zijn evenveel verschillende belastingregimes als er paradijzen zijn, voor elk wat wils. Koen Meesters, fiscaal adviseur van het ACV:
‘Niemand heeft een duidelijk zicht op de praktijken van belastingparadijzen. Door dat gebrek aan transparantie kan het hele systeem blijven draaien.’ De belastingparadijzen trekken vooral geld aan dat het daglicht schuwt, terwijl de kleine zelfstandige geen fiscale spitstechnologie bezit om zijn spaarcenten belastingvrij te beleggen. Daartussen ligt een heel spectrum van praktijken, gaande van fiscale optimalisatie tot belastingontwijking, belastingontduiking en fraude.
Dirk Van Der Maelen, Sp.a fractieleider in de Kamer, wil in België het debat hieromtrent aanzwengelen: ‘In sommige sectoren van de bedrijfswereld wordt volop gebruik gemaakt van twijfelachtige belastingpraktijken. Het is de hoogste tijd om dit op de politieke agenda te plaatsen. Daarom zal ik naar aanleiding van een aantal hoorzittingen van de Commissie Globalisering een resolutie met aanbevelingen opstellen, die ik rond mei in het parlement zal voorstellen.’ Van Der Maelen wil ook dat het ministerie van Financiën bij de universiteiten een studie bestelt om in kaart te brengen welke actoren in België gebruik maken van fiscale paradijzen. (ps)

50 miljard dollar verlies


Landen zijn in een concurrentiestrijd verwikkeld om investeringen aan te trekken. Een van de terreinen waarop die concurrentie zich afspeelt, is dat van de belastingregimes. Een recent rapport van het Financieel Actienetwerk en het Tax Justice Network stelt dat dit tot een fiscale race to the bottom leidt, waardoor regeringen veel belastinginkomsten mislopen. Zelfs de EU is het toneel geworden van een ware fiscale veldslag, waarin landen op de proppen komen met het meest voordelige fiscale regime voor buitenlandse bedrijven. Rudi Thomaes, gedelegeerd bestuurder van het VBO, vindt concurrentie tussen belastingstelsels normaal: ‘Het bieden van lage belastingtarieven is een legitieme belastingstrategie die landen zelf kiezen als soevereine staten.’
Eric Goeman van Attac Vlaanderen laat een andere stem horen: ‘Landen worden meegesleurd in een wervelwind van belastingcompetitie. Als zelfs België meedoet met een promotiespot in buitenlandse media (‘Invest in Belgium, Increase your Profits’ nvdr), dan kan je je wel voorstellen wat dit voor ontwikkelingslanden betekent. Het verschil is dat ontwikkelingslanden al op hun tandvlees zitten en niet beschikken over de infrastructuur en rijkdom om het verlies aan belastinginkomsten op te vangen.’
Het rapport van Oxfam stelde al in 2000 een beleidsverschuiving vast van belasting op bedrijven (vennootschapsbelasting) naar belasting op consumptie en arbeid (BTW en loonbelasting). De vennootschapsbelasting is in de meeste ontwikkelingslanden tijdens de jaren negentig gedaald van rond de 30 procent naar minder dan 20 procent. Uit hetzelfde rapport bleek dat ontwikkelingslanden door belastingcompetitie jaarlijks 50 miljard dollar aan inkomsten verliezen. Dat bedrag is evenwaardig aan de jaarlijkse financiële hulpstromen naar ontwikkelingslanden, en met een zesde ervan kan universele basiseducatie gerealiseerd worden. Volgens Goeman hebben alle derdewereldlanden vandaag te maken met een hels dilemma: investeringen aantrekken met lage belastingtarieven of hoge belastingtarieven hanteren om te kunnen investeren in sociale voorzieningen en infrastructuur, met het risico dat buitenlandse bedrijven wegtrekken.
Het IMF promoot belastingcompetitie als ontwikkelingsstrategie. De lagere belastinginkomsten zouden immers worden gecompenseerd door de mogelijkheden die een buitenlandse investering biedt voor tewerkstelling en technologietransfer. Goeman protesteert: ‘Wij ijveren voor een gereguleerde, geharmoniseerde mondiale fiscaliteit, zodat die herverdelend kan werken. Een gebrek aan harmonisatie leidt tot de jungle die we nu kennen. Het IMF promoot echter vrije, niet-gereguleerde belastingcompetitie.’
Belastingen spelen een centrale rol in het mobiliseren van middelen, staat te lezen in een recent rapport van IMF, OESO en de Wereldbank. Waar dat rapport echter geen melding van maakt, is de massale kapitaalvlucht uit ontwikkelingslanden naar belastingparadijzen, wat de soevereiniteit van landen ondermijnt om die middelen te mobiliseren. Belastingparadijzen zouden daarom een zware verantwoordelijkheid dragen in de huidige ongelijke verdeling van de wereldrijkdom. Het probleem is echter structureel. Verschillende van die kleine staten ontwikkelden hun activiteiten als belastingparadijs na het ineenstorten van andere lokale markten. Voor hen is er niet meteen een economisch alternatief voorhanden. Goeman: ‘De belastingparadijzen zelf zijn afhankelijk geworden van de financiële dienstensector en dus van wat andere landen verliezen aan belastingen.’ (ps)

Wij zijn klein, en dat is niet eerlijk!


Kleine ondernemingen hebben niet steeds de middelen om complex fiscaal advies te betalen of constructies op te zetten waarmee ze hun belastinguitgaven minimaliseren. Grote bedrijven beschikken wel over die mogelijkheid. Rudi Thomaes, gedelegeerd bestuurder van het VBO: ‘Elk groot bedrijf doet aan fiscale optimalisatie. Daarvoor heeft het een leger fiscale adviseurs en accountants in dienst. Dit maakt deel uit van het professionalisme van elke grote onderneming of bank.’ Is het echt een competitief voordeel dat grote bedrijven beter uitgerust zijn om van belastingparadijzen gebruik te maken?
Jan Heylen, fiscaal adviseur UNIZO: ‘Uiteraard hebben grotere, transnationale bedrijven een competitief voordeel, in die zin dat ze flexibeler zijn om een locatie te kiezen. In die keuze speelt het zoeken naar een voordelig belastingregime ook een rol. Kleine ondernemingen zijn vooral actief op de thuismarkt en kunnen daarom niet echt profiteren van mondiale belastingcompetitie.’ Thomaes is voorzichtiger: ‘Het zou een financieel voordeel kunnen betekenen voor grotere bedrijven, maar ik durf niet stellen dat dit echt problematisch is.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur