België-Congo: Boze speeches volstaan niet

De laatste Congoreis van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht leidde alweer tot spanningen tussen België en Congo. De Gucht zei er, terecht, dat het nodig is de fabuleuze privileges van sommigen aan te pakken om het bestuur te verbeteren. Hoe efficiënt is die demarche?
Zowat iedereen is het eens met De Guchts objectief: de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft beter bestuur nodig. Dat klinkt ondertussen al zo banaal dat de diepgang van de uitdaging ons ontgaat. Die dringt pas door als je de concrete werkelijkheid van de Congolese administratie ervaart. Eind vorig jaar dwarrelde ondergetekende door enkele ministeries en stelde vast dat die met onwaarschijnlijke problemen kampen. Reuzegroot probleem is dat meerdere ministeries of diensten hetzelfde werk willen doen en elkaar zo het werk bemoeilijken, zelfs onmogelijk maken.

Zo telt Congo vijf diensten voor macro-economisch beleid die allemaal met elkaar wedijveren bij internationale instanties om hun cijfers en visie te slijten. De ministeries van Openbaar Ambt, Budget en Financiën hebben allen eigen lijsten van wie in openbare dienst is maar ze houden die angstvallig geheim voor elkaar. Openbaar Ambt zou de hervorming naar beter bestuur moeten leiden maar kan dat moeilijk als het niet weet wie Financiën echt uitbetaalt. Het is ook onmogelijk te weten hoeveel ambtenaren er zijn in Congo (naar schatting gaat het om 600.000 ambtenaren, waarvan 300.000 spookambtenaren die enkel langs komen op de betaaldag).
Geen enkele politicus durft de spookambtenaren, velen op pensioengerechtigde leeftijd, te ontslaan. Dat belet dat er nieuw, beter geschoold personeel wordt aangeworven voor hoogst nodige taken. Eén ambtenaar met een fiets moet de boskap controleren in een gebied zo groot als België. Volgens de Wereldbank heeft het ministerie van Mijnen evenmin het nodige personeel om na te gaan of exploitanten de regels naleven.

Naarmate er meer geld te winnen is met een bepaalde dienst, neemt het gedrang toe: in Goma zijn er tot twintig diensten die geld eisen als je een container invoert. Het ministerie van Financiën wordt omwille van teveel strijdende belangen als “voorlopig onhervormbaar” bestempeld door insiders.

mijncontracten


De “chaotische strijdkuil” op Financiën heeft grote gevolgen. De cijfers over belastingopbrengsten van de mijnsector zijn ‘slecht georganiseerd, onvolledig en van een dubieuze betrouwbaarheid’, lezen we in het Wereldbankrapport Groei met bestuur in de mijnsector (eind 2007), dat enkel voor regeringen bestemd is. ‘Dat is ten dele te wijten aan de verwarring van mandaten onder de agentschappen die verantwoordelijk zijn voor de belasting… Het gevolg is dat noch de regering, noch de internationale partners met een redelijke graad van zekerheid weten hoeveel er in  de mijnsector geproduceerd wordt en hoeveel belastinginkomsten de sector genereert.’ Het rapport ziet achteruitgang: ‘Enkele jaren werden betrouwbare statistieken over de mijnsector geleverd… Dat is niet langer het geval.’

Sommige cijfers zijn zo apert verkeerd dat ze niet kunnen kloppen. Zo berekent de Wereldbank op basis van de toegekende vergunningen dat de staat in 2006 voor 47 miljoen dollar oppervlaktetaksen en royalties moest ontvangen. Er kwam evenwel maar 11,7 miljoen dollar binnen. In 2007 heeft de betrokken belastingdienst slechts ontvangstbewijzen voor 27 procent van de oppervlaktetaksen die het mijnkadaster factureerde. Ofwel weigerden veel bedrijven te betalen, ofwel verdween 73 procent ergens tussen de betaling en de ontvangst door de dienst. De Bank stelt dat de Congolese staat met 26 miljoen dollar in 2005 amper een derde uit de mijnsector haalt in vergelijking met andere grondstoffenrijke staten.

Zeker, er zijn positieve elementen. Het Extractive Industries Transparancy Initiative (EITI), een initiatief ter bevordering van transparantie in de mijnsector, is nu ook in Congo gelanceerd: vanaf eind 2008 moeten bedrijven zeggen wat ze betalen aan de staat en die laatste moet verklaren wat met dat geld gebeurt. De fameuze Commissie ter Herziening van de Mijncontracten maakte niet enkel haar rapport af, ze maakte het ook publiek. De commissie wil geen enkel van de contracten handhaven: ze wil er 22 annuleren en 39 herzien. Zo moet Katanga Mining (van onder meer de Belg George Forrest) bewijzen dat het de technische en financiële mogelijkheden heeft om zijn enorme reserves uit te baten. Bovendien dient de ‘inbreng van de staat en de private partner opnieuw geëvalueerd ten einde de aandelen evenwichtig te verdelen’.

De commissie stelt grote veranderingen voor. Vraag is of de Congolese regering de middelen en de wil heeft om die juridische oorlogsvoering te winnen tegen de bedrijven. Hoever het staat met die heronderhandeling is onduidelijk: de algemene indruk is dat er niet veel gebeurd is sinds de commissie haar bevindingen in maart bekendmaakte.

Maar schitterende contracten volstaan niet als de overheid niet in staat is ze correct toe te passen. Vraag blijft: hoe kunnen de ministeries beter werken? De Belgische ontwikkelingswerkers die betrokken zijn bij de hervorming van die ministeries, melden dat de Congolese politici niet echt meewerken aan de hervorming. Ze zou enkel kunnen slagen als de internationale gemeenschap eensgezind de Congolese politiek in die richting duwt.

gelijk krijgen


Congo is gezegend met grondstoffenrijkdom. Die kan het enkel industrieel ontginnen met externe inbreng. Die technische exploitatie opstarten, vergt maar enkele jaren. Wil het Congolese volk daarvan mee profiteren, dan is beter bestuur nodig dat taksen heft, die het vervolgens ten voordele van het volk gebruikt. Dat vereist democratische instellingen met sterke controlemecanismen. Zoiets opzetten, vergt –onze eigen geschiedenis indachtig–makkelijk enkele decennia.
Het technische ritme stemt dus niet per se overeen met het sociologische ritme. De internationale gemeenschap kan helpen die kloof te dichten via druk en bijstand. Dat vergt samenwerking tussen alle actoren met politiek gewicht. België hoort daar bij maar kan in zijn eentje de dingen niet forceren. De Gucht spreekt wel constant over de tweehonderd miljoen Belgische hulp, maar in 2006 bedroeg de echte hulp 72 miljoen euro. Dat oogt bescheiden tegenover de Chinese input die belooft de ruggengraat van de Congolese verkeersinfrastructuur te herstellen.

Zo bekeken doet De Guchts uitval er niet zoveel toe. Als hij onvoldoende macht heeft, kan hij zijn objectief niet met speeches bewerkstelligen. Integendeel, de Belgen die op het terrein werken aan de hervorming van de administratie kregen het na zijn speech moeilijker. Resultaat komt er enkel als de internationale gemeenschap als een hecht blok kort op de bal speelt. Dat is onvoldoende het geval. Veel westerse landen zijn niet echt bezig met de DRC. Zelfs in de hulp werken ze onvoldoende samen. Bovendien moet China in elk geval aan boord. Eind vorig jaar waren de Chinezen voor het eerst op de Consultative Group van de Wereldbank over de DRC, waar onder meer het eerder vermelde kritische rapport werd besproken.
De Belgen vinden die Chinese aanwezigheid ‘erg symbolisch’ en erg welkom. België zoekt meer contact met China. ‘Nu gaan we meer het gesprek aan met hen in plaats van te zitten klagen. We proberen een dialoog op te zetten op ambtelijk niveau tussen onze Afrikadesk en die van hen’, zegt een regeringsbron. We staan aan het begin van dat proces en het is niet zeker hoever de Chinezen daarin willen meegaan. Maar het zou best kunnen dat dit onzichtbare werk meer resultaat oplevert dan de straffe speeches van Karel, hoe waar die ook mogen zijn. Je moet niet alleen gelijk hebben, je moet het ook krijgen. Die oude waarheid geldt ook in Kin.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift