België in de Wereld

De Congolese president Joseph Kabila nodigt buitenlandse investeerders uit terug te keren naar zijn land. Volgens waarnemers volstaat goede wil niet en heeft het land een Marshall-plan nodig. De Belgische staat paste midden maart alvast haar beleid ten opzichte van investeringen in Congo aan.
In maart trokken meer dan 120 Waalse, Brusselse en Vlaamse bedrijven onder leiding van de Waalse toppoliticus Serge Kubla (MR) op economische missie naar Kinshasa en Lubumbashi. ‘De onbekende en onberekenbare politiek schrikt veel zakenlui nog af’, zegt Kubla. Nochtans is een sterke groei van de economische activiteit onmisbaar om de hoge werkloosheid en de schrijnende armoede in Congo te bestrijden. De Congolese overgangsregering trof maatregelen om het bedrijfsklimaat te verbeteren, maar de wijdverspreide corruptie, de administratieve pesterijen, de fiscale ontsporingen en het gebrek aan voldoende rechtszekerheid doen veel mogelijke investeerders ernstig aarzelen.
‘Congo is er rampzalig aan toe’, constateert Baudouin Velge, directeur van het economisch departement van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). ‘Sinds vele jaren werd nauwelijks nog geïnvesteerd in de noodzakelijke basisinfrastructuur. De natuurlijke stuwdam op de Congo-rivier levert slechts een fractie van haar energiecapaciteit. In de haven van Matadi zijn de kaaien er zo lamentabel aan toe dat elke dag maar één schip kan worden verwerkt. Er moet aanzienlijk worden geïnvesteerd in wegen, havens, spoorwegen en luchthavens.’

Witte Olifanten en Vlaamse Leeuwen


Reginald Moreels (CD&V) en Eddy Boutmans (Groen!), de voorgangers van huidig minister van Ontwikkelingssamenwerking Marc Verwilghen (VLD), wilden geen ontwikkelingsgeld uittrekken voor basisinfrastructuur zoals stuwdammen of spoorwegen. Velge vindt dat een overreactie op de uitwassen die er vroeger waren. ‘De politiek vindt nog steeds dat we met onze ontwikkelingssamenwerking voorrang moeten geven aan de strijd tegen de honger of tegen ziektes’, zegt hij. ‘Op zich zijn projecten van die aard uiteraard nodig en nuttig.
Verwilghen lijkt bereid privé-bedrijven weer meer kansen te geven, maar ook hij investeert nog niet echt in grote basisinfrastructuur. Daarvoor moet de huidige wet aangepast worden. Hopelijk doet Verwilghen dat ook.’ Volgens het VBO kan Tractebel prima helpen bij de modernisering van stuwdammen. ‘In de Congolese havens zouden we onze baggeraars kunnen inzetten. België heeft ook uitstekende studiebureaus.’ Toch benadrukt het VBO dat het niet pleit voor gebonden hulp. Velge: ‘Wij vragen alleen voldoende informatie aan Belgische bedrijven indien België één of ander project sponsort.’ Intussen mag het Belgische studiebureau Transurb-Technirail met geld van de Wereldbank studiewerk verrichten voor de Congolese spoorwegmaatschappij SNCC en trekt Verwilghen geld uit voor het herstel van de spoorwegbrug van Niemba in Katanga.
De ABOS-schandalen uit het verleden bezorgden onze politici koude rillingen. Ze zijn er als de dood voor opnieuw ontwikkelingsgeld uit te trekken voor projecten die nadien wél duur maar niet zinnig blijken, de fameuze “witte olifanten”. ‘Met een normale controle zie je toch gauw of een project wel of geen ontwikkelingsrelevantie heeft’, betoogt Velge. ‘Door onze houding stellen we de Congolezen teleur, want die zitten vooral te wachten op nieuwe basisinfrastructuur. De heropbouw van Congo vergt veel meer dan wat we nu aan het doen zijn.’ Velge hoort sinds vele jaren praten over het idee een gemengd Congolees-Belgisch agentschap voor de heropbouw van Congo op te richten. ‘In de praktijk komt er voorlopig weinig terecht van zo’n agentschap. Zelfs met zo’n agentschap of ontwikkelingsfonds zal het federale parlement zich nog altijd verzetten tegen investeringen in mogelijke witte olifanten. We mogen echter niet het kind met het badwater weggooien.’
Druppelsgewijs worden er toch al nieuwe initiatieven genomen. De Congolese provincie Katanga ondertekende in februari een samenwerkingsakkoord met Waals-Brabant. De haven van Antwerpen verzusterde met de haven van Matadi. En, ondanks de terughoudendheid, is ook de bedrijfswereld niet helemaal afwezig. Gécamines, de zieltogende mijnexploitant in Katanga, staat open voor voorstellen van buitenlandse bedrijven. De groep werkt al samen met de niet onbesproken zakenman Georges Forrest en zou graag weer meer banden aanknopen met het Belgische Umicore (ex-Union Minière). De Belgische investeringsholding Texaf, vooral bekend door haar textielbelangen, hoopt nog actiever te worden in Congo. Het Waalse AP Trans is betrokken bij een project om vanaf dit jaar in Kinshasa weer autobussen te laten rijden. Antwerpse bedrijven als Comexas en Polytra zijn al lang in Congo actief in de transportsector.
Maar, de Vlamingen laten kansen liggen in Congo, zeggen bevoorrechte waarnemers. Zij vragen zich af of het geen goed idee zou zijn een captain of industry, een topdiplomaat of een politicus aan te spreken om Vlaanderen (veel) meer te mobiliseren rond de heropbouw van Congo. ‘We hebben nood aan een boegbeeld, een Vlaamse Etienne Davignon.’

De staat dekt de bedrijven in


Ondernemers willen misschien iets meer doen voor Congo, maar de risico’s blijven hoog. De beleidswijziging die de Delcrederedienst -de Belgische overheidsinstelling die export- en investeringsrisico’s dekt- op 16 maart inzake Congo aankondigde, komt hen dan ook goed uit. Door Congo, behalve de Oost-Provincie en de provincies Noord- en Zuid-Kivu, opnieuw op te nemen in de lijst van landen die in aanmerking komen voor verzekerde handel en investeringen, kan men voor exporttransacties met kortlopend krediet zowel het politieke als het commerciële risico door Delcredere laten dekken. Voor transacties op middellange en lange termijn is in beginsel geen dekking mogelijk. Directe buitenlandse investeringen in Congo kunnen door Delcredere worden verzekerd tegen het risico op onteigening of overheidsmaatregelen en tegen oorlogsrisico.
‘Het recente bezoek van Kabila is niet de reden voor de wijziging van het beleid’, aldus de dienst, in antwoord op de opmerking dat beide gebeurtenissen wel erg toevallig binnen dezelfde periode vielen. Delcredere liet zich wel beïnvloeden door ‘de sterke daling van de buitenlandse kortetermijnschuld en de verdubbeling van de deviezenreserves tussen eind 2002 en eind 2003. Het niveau van deviezenreserves blijft echter laag in verhouding tot de invoer, zodat de liquiditeitssituatie kwetsbaar blijft. Daarnaast stabiliseerde de politieke situatie in Congo de jongste twee jaar opmerkelijk, met uitzondering van bepaalde delen van het land.’
Delcredere krijgt weinig vragen in verband met investeringsprojecten.
‘De politieke en financiële situatie in Congo blijft waarschijnlijk te onzeker, waardoor investeren voor de meeste bedrijven nog voorbarig is. Voor de verzekering van politieke en commerciële risico’s bij exporttransacties tonen onze bedrijven meer interesse. We verwachten dat de verzekeringscapaciteit die Delcredere onlangs ter beschikking stelde voor exporttransacties met kortlopend krediet veel succes zal hebben.’ De bedrijfswereld twijfelt, de politieke wereld mist de economische hefbomen, de internationale gemeenschap heeft zoveel andere zorgen om haar hoofd. En de Congolezen moeten voorlopig verder met hun fameuze Article 13: ‘Debrouillez-vous!’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift