Belgische jongeren op buitenlandse inleefstage

De Katholieke Hogeschool van Leuven stuurt al tien jaar studenten op inleefstage naar het zuiden. De studenten draaien een half jaar mee in sociale projecten in Sri Lanka, Thailand, Brazilië, Senegal of Zuid-Afrika. Om het tienjarig bestaan van de postgraduaatsopleiding “Intercultureel sociaal werken in modiale context” te vieren, onderzocht de KHL aan de hand van een vragenlijst de effecten van de inleefstage op de jongeren. MO* legde vier “ex-vertrekkers” wat resultaten uit het onderzoek voor en vroeg hen kort te reageren vanuit hun eigen ervaringen.
Annelies Vanlangenaeker trok in september 2004 naar Senegal. Ze werkte er met straatkinderen en hielp mee aan een project in een lepradorpje. Een jaar later ging Joke Pauwels naar Sri Lanka waar ze enerzijds in een kleuter-en basisschool voor kinderen met een handicap werkte en anderzijds in een weeshuis van “moeder Theresa”. Nele Driesen ging in 2003 naar Brazilië. Ze organiseerde er activiteiten op een kleuterschool en werkte mee met enkele plaatselijke sociaal-culturele projecten voor jongeren. Eveline Hermans trok twee jaar later naar Brazilië waar ze meewerkte in het project “Arte-Fato”, een project voor kunsteducatie (theater, percussie, milieu-opvoeding, streetdance…) waar kinderen en jongeren voor en na school terecht kunnen.

1. Volgens 80 procent heeft de inleefstage een positieve impact op de manier waarop de huidige job ingevuld wordt.
Annelies: ‘Ik werk als opbouwwerkster in een vereniging voor mensen in kansarmoede. In mijn werk probeer ik zoveel mogelijk mét de armen te praten en niet enkel over de armen. Ik vind het belangrijk dat je met hen in dialoog gaat, dat je hen betrekt. Dat heb ik wel in Senegal geleerd. Daarnaast helpt de stage-ervaring mij om bepaalde complexe cliëntsituaties te kaderen en van op een afstand te bekijken zonder betrokkenheid te verliezen.’
Joke: ‘Ik moet zeggen dat de inhoud van mijn job niet echt iets te maken heeft met wat ik geleerd heb tijdens de inleefstage. Ik werk momenteel op de Christelijke Mutualiteit als maatschappelijk werker. Maar de manier waarop ik mijn job aanpak is wel erg beïnvloed door wat de inleefstage me heeft bijgebracht. Ik kan bijvoorbeeld veel beter relativeren en ik ga sneller uitdagingen aan.’
Nele: ‘Ik werk momenteel op een Jongeren Advies Centrum (JAC) waar ik zelfstandig wonen begeleid. Ik werk er vaak met allochtone nieuwkomers. Ik kan op een open manier met hen omgaan omdat ik weet wat het is om in een vreemd land terecht te komen zonder de taal goed te kunnen spreken. Ik heb ook geleerd om heel geduldig te zijn met hen en mijn verwachtingen niet te hoog te stellen. Gewoon laten zien dat je er voor hen bent, is al belangrijk voor hen. Daarnaast voel ik me na de stage meer betrokken bij andere culturen en dat helpt me ook op mijn werk.’
Eveline: ‘Tijdens mijn stage in Arte-Fato heb ik ondervonden hoe belangrijk het is voor mensen als je gewoon even naar hen luistert, hen oprecht vraagt hoe het met hen gaat, hen een knuffel geeft en tijd voor hen maakt. “Er zijn” is iets kleins, maar tegelijkertijd iets groots: het kost niet veel moeite, maar het betekent veel voor mensen. Bovendien put je energie uit de waardering die je van hen terugkrijgt. Ik probeer dit inzicht dan ook consequent toe te passen binnen mijn job: “presteren” is niet het belangrijkste, “er zijn” wel.’
2. 95 procent van de ex-vertrekkers is zich na de stage meer bewust van de invloed van cultuur.
Annelies: ‘Ik heb mezelf nooit eerder zó “blank” gevoeld als tijdens de inleefstage. Dat alleen al laat de impact van cultuur zien en de verschillen die je huidsleur met zich meebrengt.’
Joke: ‘Door zoveel om te gaan met mensen uit een andere cultuur ,besef ik dat zij bepaalde zaken die Belgen doen op andere manieren kunnen interpreteren zonder zich daarvan bewust te zijn. Net zoals wij bepaalde gedragingen van mensen uit andere culturen anders kunnen interpreteren.’
Nele: ‘Ik heb wel ondervonden dat verschillende culturen verschillende waarden en normen hanteren. Brazilianen gaan bijvoorbeeld meer open en solidair met elkaar om, terwijl Belgen meer individualistisch ingesteld zijn. In Brazilië worden de kinderen veel vrijer gelaten en moeten ze maar een halve dag naar school gaan, terwijl wij meer tijd steken in opvoeding en discipline. We moeten voor die verschillen begrip en respect opbrengen om samen te kunnen leven.’
Eveline: ‘Ik besef na de stage veel beter welke invloed cultuur onbewust heeft op iemands waarden, normen en handelingen. Maar ik vind het niet altijd nodig om te begrijpen waarom iemand op een bepaalde manier handelt, want vaak is dat een zoektocht zonder einde. Ik vind het wel belangrijk dat we de verschillen aanvaarden en er respect voor opbrengen.’
3. Volgens 86 procent is de kwaliteit van het leven na de stage gestegen.
Annelies: ‘Ik heb altijd al een kwaliteitsvol leven gehad, de stage bood er eerder een meerwaarde aan. Maar het is wel zo dat op inleefstage gaan tijdens de adolescentiejaren mijn persoonlijkheid versterkt heeft. Want in die periode ben je vaak zoekende: je stelt jezelf vragen als “ga ik werken, ga ik verder studeren, waar hecht ik echt belang aan, waar wil ik naartoe met mijn leven”. Dankzij de intense sociaal-culturele uitwisseling heb ik op enkele van die levensvragen wel al een antwoord gekregen.’
Joke: ‘Ik hecht meer belang aan de belangrijke dingen in het leven. Zoals tijd maken voor mezelf en bewust omgaan met wat er om me heen gebeurt. Anderzijds vind ik het wel moeilijk om hetgeen ik in Brazilië geleerd heb te blijven toepassen in onze cultuur. Het leven lijkt hier om totaal andere dingen te draaien, zoals het belang dat aan financiële zaken gehecht wordt. Ik voel me dan alleen vechten tegen de bierkaai.’
Nele: ‘Ik was al een levensgenieter voor ik op stage vertrok, maar sinds de stage ben ik toch bewuster bezig met alles. Ik besef hoeveel geluk we hebben om zoveel kansen te krijgen hier. Daarnaast hebben de vriendschappen die ik in Brazilië opgebouwd heb, me enorm verrijkt.’
Eveline: ‘Ik ben figuurlijk als een veel rijker persoon teruggekomen. Ik besef beter wat belangrijk is in het leven en ik kan beter relativeren. Ik probeer in mijn eigen leven een voorbeeld te nemen aan de Braziliaanse “alegria”(gezelligheid, plezier). Een voorbeeldje: ik was in Brazilië op een feestje en ik vroeg aan de organisator wat de reden van het feest was. Hij antwoordde mij dat er geen specifieke reden was, en dat er geen specifieke reden moet zijn om te feesten. Elke dag feesten en genieten zij.’ 

4. Bij 41 procent van de ex-vertrekkers heeft de inleefstage een positieve invloed gehad op hun sociaal engagement als vrijwilliger.
Annelies: ‘Globaal bekeken is er niet echt een verschil in mijn sociaal engagement voor de stage en na de stage.’
Joke: ‘Omdat ik een enorm drukke job heb, doe ik momenteel geen vrijwilligerswerk meer. Ik ben dus niet meer sociaal geëngageerd dan vroeger. Ik wel wel geinteresseerd om mee te werken aan interessante projecten, maar dan op een later tijdstip als ik meer tijd heb.’
Nele: ‘Naast mijn werk op het JAC, werk ik vrijwillig mee met de organisatie van het Limburgse Afro-Latino. Dit is het eerste jaar dat ik dat doe.’
Eveline: ‘Ik ben na de stage inderdaad wat meer sociaal geëngageerd. Voor de inleefreis vond ik sociaal engagement ook al belangrijk, maar het verschil is nu dat mijn goede bedoelingen niet enkel bij woorden blijven, maar dat ik ze sneller omzet in daden.’
5. 78 procent van de respondenten zegt na de stage beter te kunnen communiceren met mensen uit diverse groepen (culturen, leeftijd, klasse, …).
Annelies: ‘Ik begrijp andere culturen beter en ik heb ook zeker een breder inzicht verworven in andere culturen. En  begrip en waardering is volgens mij de sleutel naar goede communicatie. Het schrikt mij ook niet meer af om “vreemden” aan te spreken. Gedurende de inleefstage leer je dat open communicatie heel veel deuren opent en positieve beeldvorming teweegbrengt.’
Joke: ‘Sinds de stage heb ik het gevoel dat ik meer gelijkenissen dan verschillen vertoon met andere mensen. De uiterlijke verschillen die er zijn, zijn verwaarloosbaar. En dat vergemakkelijkt de omgang en communicatie wel.’
Nele: ‘Ik heb op mijn stage geleerd om te communiceren en om samen te leven met mensen van een andere cultuur. In Brazilië moest ik activiteiten organiseren met mensen uit diverse groepen, dus dan leer je wel op een heel open manier met mensen uit een andere cultuur omgaan.’
Eveline: ‘Ik kan me beter inleven in mensen uit andere groepen en heb respect voor hun manier van denken, wat communiceren gemakkelijker maakt. Een voorbeeldje: ik werk met allochtone vrouwen. Aangezien ik zelf een tijdje in een andere cultuur heb geleefd, kan ik beter begrijpen wat ze doormaken als ze de taal en de Belgische gewoontes  niet kennen.’
6. 93 procent van de ex-vertrekkers bekijken “welvaart-welzijn” sinds de stage op een andere manier.
Annelies: ‘Ik heb de indruk dat in onze cultuur hebben primeert terwijl in Senegal alles rond zijn draait. Er gewoon voor elkaar zijn, zonder daaraan voorwaarden te verbinden, is voor hen het belangrijkste. Ik heb ook het gevoel dat de westerse wereld een vrij pretentieuze houding heeft ten aanzien van de derde wereld. We doen vaak alsof wij alleen alle kennis en mogelijkheden in pacht hebben. We stellen de afkomst van onze welvaart veel te weinig in vraag.’
Joke: ‘Voor de stage was ik al geen materialist. Maar nu heb ik het nog moeilijker om me te omringen met luxe omdat ik goed besef dat dat niets meer is dan jezelf iets voorliegen. Overbodige luxe zal mij niet meer gelukkig maken. Ik heb zelfs een beetje medelijden met mensen die denken dat daarin de zin van het leven ligt. Ik heb wel bewondering voor mensen die traditioneler leven dan ons omdat ze rijker van geest zijn. Ze houden meer vast aan belangrijke waarden, terwijl diezelfde waarden in onze samenleving vervagen.’
Nele: ‘In Brazilië is er een groot contrast tussen arm en rijk. Ik heb gezien dat de armen daar ook gelukkig kunnen zijn zonder financiële zekerheid. De Brazilianen zijn vooral bezig met samen overleven op een creatieve manier, terwijl bij ons presteren belangrijker is.’
Eveline: ‘Voordat ik vertrok, vertelde mijn trajectbegeleidster dat in Brazilië “ser” (zijn) belangrijker is dan “ter” (hebben). En dat klopt ook. Voor Brazilianen telt wie je bent en niet welke kleren je draagt of met welke auto je rijdt. In België daarentegen wordt wel vaak naar het uiterlijk en je bezittingen gekeken. Luxeproducten zoals een wasmachine, warm water en een auto zijn gemakkelijk, maar je kan er evengoed zonder.’
De resultaten van het volledige onderzoek worden op 12 mei 2007 in Leuven voorgesteld. Voor meer informatie over het onderzoek: peter.raymaekers@khleuven.be. Voor meer informatie over de postgraduaatsopleiding van de KHLeuven, departement Sociale School Heverlee: jan.van.passel@khleuven.be en mia.dickmans@khleuven.be
 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift